Tungelerwallen, verslagen van werkdagen begin 2020

7 maart 2020, werkochtend met scouting Leuken (explorers).

Na afloop het werk bekijken. Let ook op de gestripte boom op de achtergrond. foto Frans. (klik op foto)
Henk en Frans waren al wat eerder op de Tungelerwallen om het werk voor te bereiden. Omdat het broedseizoen nadert en we dan de vogeltjes niet willen verstoren, wilden we bekijken of het strippen van omgewaaide een goed project zou zijn voor de explorers van Scouting Leuken. We zouden daar anders geen tijd meer voor hebben, terwijl het voor de bodemgroeiers van de Tungelerwallen en het oog van de bezoekers, beter is als ze opgeruimd zouden worden. Het was mooi weer, en dan is een rondje rondkijken een prima start. De bomen lagen verspreid over de percelen ‘Bie Toos’ en ‘Bie René’. Ze leken ons een goede klus.
Even daarna kwamen Suzanne, Teun en Remi. Die luisterden eerst belangstellend naar ons Tungelerwallen-verhaal. En vervolgens gingen we aan de slag. De eerste boom was goed om ‘erin te komen’. Daarna was er toch wel even pauze nodig. Maar vervolgens werden er nog probleemloos vier bomen gestript. Gemiddeld is dat dus één boom per persoon, en dat is best goed.
Toen het werk gedaan was, had niemand haast om naar huis te gaan. Het bankje op de hoek bleek een goede plek om de meegebrachte lunch en de koeken op eten. En dat, terwijl er ondertussen over familie, stikstofproblematiek en duurzame landbouw werd gepraat en gedacht. Da’s toch weer eens iets anders!
Frans Smit, 11 maart 2020. 

Tungelerwallen, verslag 22 febr. 2020 'Bie Toos'

Een oude 'vliegden'. Links staat er nog een. foto Frans.
Het was alweer een werkdag waarop erg veel werk is verzet. De scouts hadden vorige keer zes dikke bomen gestript. Die lagen klaar voor de grote zaag. Toen Paul kwam, was het werk dan ook snel gebeurd. Maar hij had meer te doen. De storm van vorige week had een paar toppen uit dennen gewaaid, en ook een paar oude vliegdennen omgewaaid. Vliegdennen zijn geen soort. Het zijn Grove dennen die vanuit zaad ontkiemd zijn nadat dat met de wind ergens in het toenmalige stuifheideterrein terecht was gekomen. Je herkent ze aan hun ouderdom en aan hun grillige vorm. Doordat ze solitair hebben gestaan, zijn ze breed uitgegroeid. Ze zijn echt mooi! Jammer dat ze hun tijd gehad hebben. Paul heeft er een klein gemaakt. En ook nog een paar uitgewaaide toppen die Jane en Ruud al snel gestript hadden. Ondertussen had Tjeu onder de oude den waaraan hij al vaker had gewerkt het laatste strooisel weggekruid.
Daarna was het pauze, en die was gezellig rommelig. Jane deelde koeken uit, Rob kwam langs om naar wat eikenhout te kijken, en Pierre was aan het wandelen en kwam een praatje maken. Hond Flo was blij dat hij plots niet meer de enige hond was.
Na de pauze stonden we ineens te kijken wat we zouden gaan doen, want al het geplande werk was al gebeurd. Een goede gelegenheid om met zijn allen een stel Amerikaanse vogelkersen uit te gaan steken. Die waren al aardig groot gegroeid, en hebben dan ook dikke wortels en grote wortelkluiten. Er staan er nu veel minder!
Frans Smit, 26 febr. 2020.

15 febr. 2020, werkochtend met scouting st Job.

We hadden alvast dennen omgezaagd. foto Frans.
We moesten plotseling extra voorwerk doen voor de werkdag met de scouts van st Job uit Leuken. We hadden 15 febr. met ze afgesproken, maar we hadden niet gerekend op windkracht 5. Althans, dat werd voorspeld. Bij windkracht 5 en hoger is het niet verantwoord om bomen om te zagen. Als de wind er vat op krijgt, kunnen ze alle kanten op vallen. Daar moet je echt niet onder terecht komen. Maar, we hadden een goede oplossing bedacht. De dag ervoor zou het goed weer zijn met weinig wind. Dan konden we alvast wat bomen omzagen. De scouts zouden ons dan kunnen helpen met het meeste werk: het strippen van de takken en het opruimen.
En dus waren we vrijdagmiddag met zijn drieën aanwezig met de grote zaag. Een tegenvaller was, dat de storm van de zondag ervoor (Kiara) een dikke dode den om had gewaaid. Die lag op het pad, zodat we daaraan moesten beginnen. We laten dood hout graag zolang mogelijk overeind staan voor de (bos)insecten. Maar ook nu werd weer duidelijk dat die alleen in het onderste gedeelte zitten. Toen deze klus geklaard was, hebben we zelf zes grote Grove dennen om laten vallen. We hebben dikke uitgezocht, nu we toch met de grote zaag bezig waren.
Dus toen de volgende dag de scouts kwamen, lag het werk voor ze klaar. 
Het strippen van de dennen, best veel werk. foto Frans.
Ze waren met een grote groep, en dat was fijn. Welpen, leiding en ouders. Eerst voor iedereen ons verhaal verteld over het doel van bomen omzagen en over de veiligheid. Daarna de groepen ingedeeld. Wij hadden vier groepen in gedachte, en dat kwam helemaal goed uit met de ‘nesten’ waarin de welpen bij st. Job georganiseerd zijn. Toen aan de slag. Er werd goed gewerkt! En dat is fijn voor de Tungelerwallen, en leuk en gezellig voor iedereen die bezig was: dus voor allemaal.
welverdiende pauze. foto Frans

De pauze halverwege was er niet voor niets. De leiding had voor drinken gezorgd, en er werden behoorlijk wat meegebrachte boterhammen verorbert. Dus na de pauze kon iedereen er weer stevig tegenaan. Op het eind van de dag waren de zes grote bomen gestript, waren de takken opgeruimd, en waren er zelfs al hele stukken stam klein gemaakt. En dat was nog niet het enige werk dat verzet was. In de bosrand was de oprukkende verbossing met jonge boompjes ook weer verder teruggedrongen.

Alles bij elkaar een leuke werkochtend waarop veel nuttig werk is gedaan. En ze hebben beloofd weer terug te komen, die scouts van Leuken. Dat belooft.
Frans Smit, 16-02-2020.

Tungelerwallen, verslag 8 febr. 2020 'Bie Toos'.

Nadat we vorige week de scouts van st Maarten met ons mee hadden gewerkt, werd het deze zaterdag een heel ander soort ochtend. De meesten van ons team hielden even pauze, en van die gelegenheid wilde ik gebruik maken om een aantal ‘speciale’ klussen te regelen. Niet alles is gelukt, maar met het opruimen van eiken en eikenhout zijn we een eind gekomen. Toen Jane kwam (met hond :-) zijn we gelijk begonnen met het wegsjouwen van dikke stukken hout die Paul al 14 dagen eerder hanteerbaar had gemaakt. De kruiwagen bleek daarbij goed bruikbaar als hij door twee mensen werd gehanteerd, een ervoor (trekken) en een erachter, (duwen). Voor het goede begrip: we moesten hier wel bergopwaarts...
Toen Paul kwam, stond het hout van de dikke den al aan het pad. Op de stomp na dan. Die blijft staan voor de dood-hout-insecten. We zagen er zelfs een paar, en dat is zeldzaam, want op de Tungelerwallen zien we ze eigenlijk nooit. Gelijk met Paul kwamen Arno en Miranda. Die wilden een eikenstam van zo’n anderhalve meter hebben voor in de tuin.
Wild bijtje. Ze zijn kleiner dan Honingbijen. Deze verzamelt stuifmeel met de haren op zijn buik, goed te zien op de foto. Het is een Tronkenbij, een vrouwtje. (foto Marjon Hoogendam op de CZW) (op de foto klikken voor vergroting)
Arno is bijenkenner, en bestudeert (o.a.) de metselbijtjes in zijn tuin. Metselbijtjes zijn een groep wilde bijtjes, die hun eitjes leggen in een gang, bv. in hout. Ze doen er stuifmeel bij, leggen een eitje, en ‘metselen’ de gang dicht. Alle wilde bijtjes, ook de bijzondere zandbijtjes van de Tungelerwallen, verzamelen stuifmeel voor hun broed. Daardoor zijn ze als bestuivers veel nuttiger dan honingbijen, die, het woord zegt het al, gericht zijn op honing verzamelen. Honingbijen worden door mensen gehouden. Daardoor zijn ze concurrerend voor de wilde bijtjes. Zeker als er –zoals in Weert- bijenhouders zijn met een paar honderd korven. Dat zouden ze moeten verbieden....
Goed, Arno wilde dus een stuk eikenstam van anderhalve meter. Hij had het uitgemeten, hij paste precies in zijn auto. We hebben er toen ook nog een dennenstam bijgelegd.
Daarna hebben we nog meer eikenhout klein gemaakt en opgeruimd. Jane wilde ook wat voor in de kachel, en ging haar auto halen. Dat werd vervolgens nog een heel avontuur, want op de Telheidestraat bleef haar auto in de modder steken. Geen paniek, Paul en Frans hebben dat vaker meegemaakt. Gewoon even uit de blubber trekken. Jane weer blij. Maar voordat volgende week de scouts van st Job komen, moeten we daar wel wat maatregelen nemen.
Frans Smit, 12 febr. 2020.

1 febr. 2020, werkdag met scouting st. Maarten.

De vierde groep scoutjes :-) foto Frans.
Op deze jaarlijkse werkdag met scouting st Maarten uit Weert spelen weersomstandigheden vaak een rol. We hebben al vele jaren met elkaar gewerkt, en we kunnen verhalen vertellen over vorst, sneeuw en regen. Maar tegelijkertijd ook over het feit dat het altijd wel goed komt. Zo ook gisteren. We gingen van huis in de stromende regen. Die vervolgens ophield toen de scouts op de Tungelerwallen aankwamen. Daarna is het de hele dag prachtig werkweer geweest....  Vorig jaar begon de werkdag precies hetzelfde.
Iedereen wilde aan de slag, maar eerst was er het veiligheidspraatje. Daarin wees Frans nog eens extra op de (spek)gladheid van een aantal plekken, veroorzaakt door algen waaruit samen met schimmels (de ‘wortels’ van paddenstoelen) de mooie korstmossen van de Tungelerwallen ontstaan. De scouts splitsten zich daarna in drie groepjes. Eigenlijk vier, want een aantal mensen van de scoutsleiding maakten van de gelegenheid gebruik om samen een paar grote bomen om te zagen. Teambuilding van de leiding. Het moet van st Maarten gezegd worden: die leiding is een groep die zelf ook graag de handen uit de mouwen steekt.
Er passen veel scouts onder zo een tent. foto Frans.

Er werd geruimd, gesleept en er werd gezaagd, en niet alleen grote bomen. Leuk is dan, als de resultaten zichtbaar zijn. Voor een aantal scouts die al eens eerder hadden geholpen was dat wel duidelijk: overal komt de heide op door de moslaag. Hoe meer licht er op de grond valt, hoe beter de bodemvegetatie het naar de zin krijgt. En dan komt er het moment dat de inwendige mens ook verzorgd moet worden. De leiding had een forse tent gespannen, waar ieder onder paste. Niet echt nodig, want het regende niet meer, maar wel gezellig.

Zodat er daarna opnieuw veel werk is verzet. Ze hadden tot drie uur gepland, en dat werd het ook. Zelfs nog wat later, want de scouts moesten toch even met zijn allen op de grote takkenstapel klauteren. Die daardoor gelijk goed werd aangedrukt. Daarna was het echt opruimen en ging iedereen moe en vrolijk naar huis.

Frans Smit, 3 febr. 2020

Tungelerwallen, verslag 25 jan. 2020 'Bie Toos'.

En zo is er toch weer wat op te ruimen, volgende week. foto Frans.
Soms denkt een mens dat hij alleen verkouden is. Mooi niet. De werkers van deze zaterdagochtend (Henk, Tjeu, Frans) verschenen allemaal met dassen en jassen. Om vervolgens stevig aan het werk te gaan, want dan zweet je je bloed weer schoon. Deze keer concentreerden we ons op het gedeelte waar we volgende week met de scouts van st. Maarten aan de slag gaan. Opruimen van wat er al aan omgevallen bomen en takken ligt is voor hen niet zo interessant. Ze willen liever eerst zelf de boom om laten vallen. En dus hebben wij het opruimwerk maar op ons genomen. Alleen.... toen Paul later kwam met de grote zaag, hebben we die wel even benut voor wat in de weg staande eiken. Het takkenwerk daarvan hebben wij dan weer niet opgeruimd. Zodat de scouts volgende week toch moeten beginnen met wat opruimwerk. Maar, dat is wel veel minder als toen wij die ochtend begonnen. Hopelijk hebben ze die dag net zo mooi weer als wij deze dag hadden.
Frans Smit, 28 jan 2020.

Tungelerwallen, verslag 11 jan. 2020 'Bie Toos'.

Een goed beeld van ons werk. foto Frans.(klikken)
Omdat we vorige week met het beheerwerk – onverwacht - richting de open zandverstuiving (het gele zand) hadden gewerkt, zijn we daarmee verder gegaan. We waren met zijn zessen (de hond niet meegeteld :- ) , en dus konden we (ook) deze keer wat aan plagwerk doen. Zo hier en daar zijn er plekken waar Grijs kronkelsteeltje (Tankmos) de overhand neemt, en het lijkt goed om dergelijke plekken weg te halen. Het mos bij elkaar harken bleek soms al voldoende, en dan schiet het best goed op. Opvallend is, dat dat toch plekken zijn, waar óf een den veel naalden heeft laten vallen, óf een eik voor veel blad heeft gezorgd. Voedselrijkdom dus. Preventief hebben we daarom gelijk maar het strooisel onder dode dennen die we net opgeruimd hadden weggehaald. Voeg daar bij, dat we ook nog de nodige eikjes en Am. vogelkers hebben uitgestoken, en dan is het beeld over het werk van deze dag aardig compleet. Misschien nog even noemen: we hebben niet al de dennetjes die we uitgedund hebben weggebracht. Een aantal hebben we neergelegd onder een grote den. De Nachtzwaluw moet ook plekjes kunnen vinden om er zijn nest te maken.
Frans Smit, 15 jan. 2020

Tungelerwallen, verslag 4 jan. 2020 'Bie Toos'.

De met zand ondergestoven kruin van de Grove den, hier nog met de takken over het zand. foto Frans.
Vorige week had Tjeu in zijn eentje verder gewerkt aan de plek waar we de week ervoor de omgevallen oude den hadden gestript. Vandaag  was hij daar alvast begonnen, niet wetende dat hij die klus alleen zou moeten klaren.... Het liep gewoon heel anders als gepland. De (vier!) andere werkers kwamen wat later dan hij, en toen moest ook het gereedschap nog uit de auto worden gehaald. Het was voor hen een goede start om eerst ‘even’ de ver over het zandpad groeiende takken van de Grove den op de hoek wat terug te snoeien. Maar omdat van het een het ander komt, kwamen ze uiteindelijk niet verder dan deze plek.
Deze Grove den is overigens best wel spectaculair. Het lijken de onderste takken van een den die over het zandpad groeit, maar het is eigenlijk de kruin. De rest is ondergestoven door het zand. De boom groeit daarbij gewoon door. 
Omdat het erg noodzakelijk is om zand in de Wel te houden bv. vanwege de bijbehorende overgangshabitats en als opwarmplek voor insecten, leek het goed om de takken terug te snoeien. Ook weer niet teveel, vanwege het spectaculaire fenomeen van ondergestoven boom, maar ook vanwege de Nachtzwaluw die graag in lage vegetaties broedt.
Na het werk. Foto Frans.
Toen in de koffiepauze dat werk was gevorderd, zagen we hoe verschillend de invloed van de verschillende soorten bomen kan zijn. Van onder de takken van de den kwam de goede overgangsvegetatie voor stuifzandranden tevoorschijn: Ruig haarmos, Buntgras en zelfs wat Open rendiermos. Echter onder de eik die ernaast staat bleek het zand bedekt met helgroen ‘Tankmos’, oftewel Grijs kronkelsteeltje, een invasieve exoot (bladmos) die het goed doet in meer voedselrijke omstandigheden, vaak stikstofdepositie. En dus werd na de pauze de eik opgesnoeid, dan kan de wind straks het eikenbladstrooisel eronder wegblazen. Vervolgens werden er wat jonge eikjes uitgestoken, en nog wat omgevallen dennen opgeruimd. Zo gaat dat dan....
Frans Smit, 8 januari 2020.