IJzeren Man, Inventarisatieverslagen 2019

Verslag 1e flora inventarisatie IJzeren Man 10-06-'19

Kaart van het IJzeren Man gebied (uit Waarneming.nl.) Klikken voor vergroting.
We hadden afgesproken bij het kanaal op de hoek Herenvennenweg en Lozerweg. Omdat de datum op het laatste moment verschoven was i.v.m. de triatlon, hadden er een paar mensen afgezegd. Maar we waren toch nog met 6 mensen, een prima groepje. Omdat niet iedereen bij de excursies was geweest, hebben we eerst gekeken naar de inlaat van kanaalwater voor de Weteringbeek die door het IJzeren Man gebied stroomt. Met het feit dat het gaat om voedselrijk kanaalwater dat uiteindelijk uit de Maas komt, moeten we rekening houden in relatie tot de flora van het gebied.
 
 
We zijn op de hoek van de Lozerweg begonnen met een stukje berm langs de Herenvennenweg. Het is een schrale zandige berm, die daardoor veel soorten opleverde. De andere kant van voedselarm is, dat er slechts enkele planten mooi ontwikkeld waren ( bv. Gekroesde melkdistel). Voor ons was het echter wel een goede oefening in plantenherkenning.
het inventarisatiegroepje op het heischrale weitje tussen het Gewoon biggenkruid (geel) en het Vingerhoedskruid. foto Frans.
Omdat het op de weg nogal druk was met groepen race-fietsers en motoren, zijn we bij de eerste ingang het gebied ingegaan. We kwamen uit aan de achterkant van het Eendenven. Door de werkzaamheden van afgelopen winter in verband met het kappen van bomen groeien daar veel natte pionierssoorten van voedselrijk. Het duurde erg lang voordat we de Hennepnetel herkenden :-) Voorbij het ven kwamen we aan een heischraal graslandje dat geel zag van het (Gewoon) Biggenkruid. Maar er stond ook iets dat veel zeldzamer is: Eekhoorngras. Echt een soort van voedselarm, horend bij stuifheide. En dat is het hier vroeger dus geweest. Nadat we nog even in het riet gekeken hadden (Penningkruid), waren er alweer genoeg plantennamen aan ons voorbij gegaan. Tijd om naar huis te gaan.
Bij elkaar hadden we 104 plantensoorten en 20 insectensoorten.
Frans Smit, 12 juni 2019.

Verslag 2e flora inventarisatie IJzeren Man 16-06-'19

Geurtsven op 3 mei. foto Frans
Inventarisatie rond het Geurtsven.
 
We verzamelden aan de Lozerweg tegenover Lempens bouwmaterialen, daar waar de eerste inlaat van de Weteringbeek het huidige IJzeren Man gebied binnenkomt, of liever binnenkwam. De diepe geul ligt er nog onaangetast, maar lijkt alleen gevoed te worden door water dat hijzelf aantrekt.
We waren met acht mensen. Ook deze keer zijn we begonnen met een stukje berm te inventariseren, nu langs de Lozerweg. Dat leverde nog verrassend veel nieuwe soorten op. Het plan is om één grote lijst te maken voor het hele gebied tussen Herenvenneweg, Lozerweg, Kazernelaan en Voorhoeveweg. De nieuwe soorten bestonden hier uit kruiden, maar ook uit struiken. De opbouw van de bosrand is hier dus al redelijk goed. Ze loopt van laag naar hoog. Echt hoge bomen zouden pas 20 meter van de wegrand moeten beginnen.
Na ongeveer 150 meter berm geïnventariseerd te hebben, zijn we teruggelopen en het pad opgegaan. Daar zagen we op een rijk bloeiende braamstruik in een zonnig hoekje de Kleine ijsvogelvlinder. Vervolgens hebben we langs de oever van het Geurtsven gelopen. Fijn om te constateren dat het Nagelkruid zich goed had hersteld, en ook alweer in bloei stond. Jammer dat de horsten van de Stijve zegge zo totaal waren afgemaaid. Leuk was dan wel weer het bloeiende Penningkruid.
Roomse kervel. foto Frans
Op de zuidelijke oever verbaasden we ons over een grote schermbloemige die naar anijs rook. Waarschijnlijk Roomse kervel. De westelijke oever was gemaaid, maar verraste ons toch met een mooie Valse voszegge, en soort die in deze streken niet zoveel voorkomt. Misschien zit er iets van leem in de venbodem, maar het kalkrijke maaswater zal zeker van invloed zijn.
Daarna liepen we het stukje heischraal grasland op waarvan we tijdens onze vorige inventarisatie al een gedeelte hadden bekeken. Nu leverde de bosrand leuke soorten op als Blaassilene, Brede lathyrus en mooi bloeiend Boshavikskruid, maar ook bijna bloeiende Wespenorchissen. Hier onze eerste gebiedseigen Rode Lijst soort, Stekelbrem. In feite is het de tweede Rode Lijstsoort, we zagen al een paar keer Hangende zegge. Dit is eigenlijk een soort van de kalk van Zuid Limburg, die het door het maaswater in het IJzeren man gebied goed naar zijn zin heeft.
Frans Smit, 18 juni 2019.

Verslag 3e flora inventarisatie IJzeren Man 23-06-'19

Aan het Geurtsven was al het Groot nagelkruid weer gemaaid. foto Frans.
Ook deze keer verzamelden we aan de Lozerweg tegenover Lempens bouwmaterialen. We wilden rondom het Zwanenven inventariseren. Maar eerst wilden we het nagelkruid aan de oever van het Geurtsven nog eens goed bekijken. Het verschil tussen Groot nagelkruid en Geel nagelkruid hadden we nog niet helder. We hadden wel het grote ronde blad gezien dat Groot nagelkruid heeft, maar we twijfelden nog. De teruggeslagen kelkbladen van de bloem overtuigde ons echter. Dus zeker Groot nagelkruid, een van oorsprong Noord Amerikaanse soort die het hier dus goed doet. Overigens konden we nog net één bloempje vinden: de oever was alweer gemaaid. Zelfs voor vissers is dat toch minimaal zwaar overdreven. En voor liefhebbers van bloemen, zoals wij en de vlinders, echt jammer.
Langs de Weteringbeek zijn we richting Zwanenven gelopen. In en aan de beek staan er weinig (soorten) water- en oeverplanten, ze worden overwoekerd door planten die van heel erg voedselrijk houden: Grote brandnetels, bramen en Kleefkruid. Soms een Waterzuring en wat Koninginnekruid. Iets verder van de oever toch een Welriekende agrimonie (Rode lijst (RL) en een Zwarte toorts, maar die zijn meer gerelateerd aan de berm. Langs het Zwanenven zelf ligt een strook Struikheide. Hierin wat plantjes van heischraal grasland als bv. Muizenoortje. Dichterbij de ven-oever zagen we zelfs Dubbelloof, een varen, ook RL.
achterkant Zwanenven met Gele plomp en Witte waterlelie. foto Frans (klikken voor vergroting)
We zijn daarna achter het Zwanenven om gelopen. Het ven blijkt vol te staan met Gele plomp, wat je aan de voorkant door het Riet niet ziet. Wel een leuk gezicht, al die gele bloemen boven het water samen met de Witte waterlelies, maar Gele plomp hoort niet thuis in een ven. Hij houdt van erg voedselrijk, meer een soort van vrij diepe Hollandse wateren. Dat hij van diep houdt moeten we in gedachte houden. Misschien is het ven te diep uitgegraven, waarmee dan ook de stagnerende laag onder het ven doorbroken zou kunnen zijn.
Verder doorlopend was goed te zien waarom de Voorhoeveweg vroeger de Boshoverpeelweg heette. De brede greppels stonden na de paar regenbuien van afgelopen periode totaan de rand vol water. Ze hebben een overloop naar het ven.
In het bos hebben we echt gezocht naar Sporkehout (Vuilboom), eigenlijk een onmisbare soort voor een gebied als dit. We waren hem nog niet tegengekomen. Hier troffen we enkele exemplaren. Overigens samen met een paar Hazelaarstruiken, die door hun gedraaide stammen aangaven tot hetzelfde geslacht te behoren als Haagbeuk.
Als toetje hebben we in de berm van de Lozerweg nog even het verschil bekeken tussen Akkerkool en Muursla. Het was Akkerkool.
Frans Smit, 26-06-2019.

Verslag 4e flora inventarisatie IJzeren Man 30-06-'19

verbraming van het bos, maar gelukkig kan de zon er wel bij. foto Frans.
Deze zondag kwamen we bij elkaar op het parkeerterrein voor het Natuur en Milieucentrum. We zijn daar begonnen met de berm langs de sloot te inventariseren. Naast een mooie plek Cichorei op de hoek, stonden de Ruige klokjes hier te pronken. Op het bospad dat achter het NMC loopt, troffen we nog meer soorten die kennelijk met succes ontsnapt waren uit de tuin van het NMC. Soorten als Hartgespan, Moederkruid, Kruisbladige wolfsmelk en nog een paar soorten die onze kennis (bijna) te boven gingen. De duidelijk aangeplante Sneeuwbes viel hierbij nogal uit de toon. Ondanks al deze soorten geeft de bosondergroei hier niet de indruk op weg te zijn naar een evenwicht. Misschien mogen we dat hier ook niet verwachten van bos op een voormalige zandverstuiving. De grond is van zichzelf te schraal. En met de nodige verstoring en stikstofdepositie groeit zo een bosje al snel dicht met bramen.
Gelukkig is het bos hier wel redelijk open, zodat de zon op de grond kan schijnen (wat eigenlijk altijd zou moeten). De bramen waren daardoor in bloei gekomen, en dat is goed voor vlinders en andere insecten. En straks als er vruchten aan zitten, is het weer feest voor ze.
Even verderop zijn we het knuppelpad opgelopen. Het Bitterzoet maakte met zijn ranken hier indruk. De Waterviolier in zijn landvorm niet, terwijl de soort dat als spectaculaire kwelplant meestal wel doet. De vraag is of dat door de grote droogte van het moment komt, of door de ‘nieuwe’ damwanden van het kanaal, waardoor er minder kwel wordt doorgelaten.
plek Moeraszegge, met wortelstokken kan het zich zo ontwikkelen. foto Frans.
Bij de kleine IJzeren Man zijn we het schiereilandje met de vogelkijkhut opgelopen. Zeker met het nest zwanen op de achtergrond waren de horsten Stijve zegge een mooi gezicht. Ze torenden fors boven de waterspiegel uit. Even verderop was het verschil met Moeraszegge goed zichtbaar. Moeraszegge heeft een wortelstok, en groeit op dezelfde manier als Riet of Galigaan. Onze weg vervolgend rond de Kleine IJzeren Man konden we redelijk snel doorlopen. We misten hier allerlei oeverplanten, hoewel we toch ineens wel verrast werden door een mooie plek Harig wilgenroosje. Ook het pad dat achter de speeltuin en het NMC loopt, is floristisch een lastige. Het water staat totaan het maaiveld, en je zou er meer soorten verwachten die bij een elzen broekbos horen. Zwarte elzen genoeg. En ook genoeg varens in de ondergroei. Wijfjesvarens en Mannetjesvarens. Maar de bijbehorende zegges ontbraken. Daarentegen wel een overvloed aan Hangende zegge. Best uniek dat deze soort van de Zuid Limburgse hellingbossen het hier zo goed doet. We zouden eens naar de Lozerheide in België moeten om het bos te vergelijken. Daar is het al wat ouder; aangeplant nadat de vloeiweides in onbruik waren geraakt.
leuke kleurtjes van het Oranje havikskruid foto Frans.

Leuk was, dat we langs het pad een Boswilg aantroffen. Dit opent perspectieven voor de Grote weerschijnvlinder, maar dan moet hij wel eerst een stuk groter groeien. We zagen ook Oranje havikskruid. Zulke kleurtjes fleuren een mens op.

Toen waren we weer terug bij het NMC. Helaas geen koffie, want het was nog niet open. Voor ons niet echt een probleem, sommigen van ons hadden een beetje haast :-)
Frans Smit, 4 juli 2017.

Verslag 5e flora inventarisatie IJzeren man 7-07-'19

Het stukje hei vooraan. Nog weinig soortenrijk, en met dank aan de stikstofdepositie, veel dennenopslag. Vrijwilligers gevraagd! foto Frans.
Ook deze zondag kwamen we bij elkaar op het parkeerterrein voor het Natuur en Milieucentrum. We wilden het stukje heide en stuifzand inventariseren dat aan de oostkant achter de Kleine IJzeren man ligt. En dus liepen we redelijk doelgericht daar naartoe.
Het informatiebord dat aan het begin van de heide staat, lokte bij ons een discussie uit over het ontstaan van heide en stuifzanden. Op het bord staat, dat dergelijke gebieden ontstaan zijn nadat de oorspronkelijke bossen zijn gekapt. De vervolgens ontstane heide is (teveel) geplagd. Dat laatste is in bepaalde periodes zeker juist. Ik denk echter, dat zo’n 12.000 jaar geleden na de ijstijden de pleistocene zandvlaktes met hun heide- en grasvelden niet overal zo snel bebost zijn geraakt als meestal wordt verondersteld. Bedenk maar eens hoeveel moeite onze ‘Heidemij’ nog niet zolang geleden heeft moeten doen om heide en stuifzanden bebost te krijgen. Ik denk dat er altijd ‘rest’-stukken heide uit de ijstijd zijn blijven bestaan. Op de Boshoverheide waren er in ieder geval zo’n 4000 jaar geleden al heides toen de mensen daar hun grafheuvels maakten. Die blijken namelijk aangelegd te zijn bovenop heide. Het lijkt dan geen verkeerde redenatie om te stellen dat de heide er dus vóór de mensen was. En, zoals nu al een paar keer gezegd, het IJzeren Man gebied is eigenlijk een stuk van de Boshoverheide.
Na de discussie de praktijk: inventariseren. Veel nieuwe soorten kwamen we vooraan op de hei nog niet tegen. We hebben de vorige inventarisaties al veel soorten geteld, al meer dan 200. En het aantal soorten op schrale stukken is ook nooit hoog. Wel zijn ze vaak bijzonder. Het stuk hei lijkt op het eerste gezicht alleen daar Struikhei met opschot van dennetjes (met dank aan de stikstofdepositie).
Moeraswolfsklauw enz. foto Frans.

Maar in een greppel kwamen we wel mooi bloeiende Dopheide tegen. De greppel geeft aan dat het hier vroeger veel natter is geweest. De Dopheide geeft aan dat het nog steeds redelijk nat is. Daarvan kregen we verderop meer bewijs toen we het spoor van de dopheide volgden. Onder invloed van de Weteringbeek werd het steeds natter. Met spectaculaire gevolgen. Ineens zaten we in een stuk met Moeraswolfsklauw, veenmossen, Knolrus, Zonnedauw en Geelgroene zegge. De plek ligt dicht bij het Zwanenven, en daarachter ligt het lage gedeelte van de vroegere Boshoverpeel. Het gebied is ontwaterd door de Meilossing. Maar nu maakt de aangelegde Weteringbeek het toch weer nat. En wel op een manier waaruit we lering kunnen trekken. Het water infiltreert (kwelt) hier door de ‘dijk’ van de Weteringbeek. Infiltreren is een veel betere methode dan direct inlaten. Doordat het water door het zand moet, worden de slechte stoffen namelijk uitgefilterd. In plaats van voedselrijke soorten en algentroep, krijg je dan de prachtigste vegetaties van vroeger terug. En dat is precies wat hier gebeurt.

Kruipbrem,Heidespurrie enz. foto Frans.
De natte plek bleek dus bijzonder, maar ook niet zo groot. Al snel liepen we weer hoger, in een droger gedeelte. Maar ook hier troffen we bijzondere soorten. Van Kruipbrem vinden we meestal slechts een enkel struikje. Maar zoveel als er hier bij elkaar staan is echt zeldzaam. En we bleven het tegen komen, ook langs het paadje achter de Weteringbeek. Jammer dat hier na de aanleg van de beek een soort bos is aangeplant. Als floristen kunnen we dan snel doorlopen, want verder groeit er niets. Ook jammer dat de open plekken aan de andere kant van het paadje dicht aan het groeien zijn met Grove den. Werk aan de winkel dus voor wie de IJzeren Man echt bijzonder wil houden.
Het paadje komt uit bij de inktvisbrug over de splitsing van de Weteringbeek. Wij zijn langs de andere arm van de beek terug gelopen. Goed om te zien dat ook hier het water in de greppels hoog staat. Zo hoort dat in de Boshoverpeel.  Hopelijk is het ook hier kwelwater uit de beek, en geen water dat wordt ingelaten.
Frans Smit, 11 juli 2019.

Verslag 6e flora inventarisatie IJzeren Man 21-07-'19

Mooi plekje met Kleine lisdoode, Kattenstaart, bloeiende Heen, Zwart tandzaad n pluimen van gestreepte witbol. foto Frans (op de foto's klikken voor vergroting)
We wilden die zondagochtend helemaal rond de Grote IJzeren Man plas inventariseren. Daarom kwamen we bij elkaar bij café ‘Dennenoord’ aan de oostkant van de plas. We waren met zijn zessen. Deze keer was Willemiek er ook bij. We kennen haar van IVN Roermond /Leudal. Tot voor een paar jaar hebben we regelmatig met hun groep samen geïnventariseerd, en dat was altijd erg geslaagd. Het zou leuk zijn als we deze draad weer op zouden kunnen pakken. Het contact is om allerlei redenen wat verwaterd. Aan onze kant heeft zeker meegespeeld dat onze organisatie het erg druk kreeg met het beschermen van de mooie Weerter natuur tegen allerlei projecten waarbij natuur vooral werd en wordt gebruikt als verdienmogelijkheid.
Dat de IJzeren Man Plas als recreatieplas wordt beschouwd, waarbij natuur nauwelijks meer van belang lijkt, werd al direct aan het begin van de inventarisatie duidelijk. Ten behoeve van hengelaars zijn de plasoevers keurig gemaaide grasperkjes geworden en de brede rietkragen zijn teruggedrongen tot ongeveer een meter. De vegetatie wordt regelmatig onderbroken door een dammetje voor hengelaars. Het rietgordeltje heeft te weinig variatie aan soorten, maar gelukkig zijn er soms wel mooie plekjes. B.v. eentje met zowel Kattenstaart als Heen in bloei.
een Karper wordt binnegehaald. foto Frans
Daarentegen zagen we helemaal geen onderwaterplanten. Even verderop zagen we met eigen ogen het bewijs voor een van de redenen daarvoor. Vissers haalden twee echt grote karpers boven. Karpers zijn bodemwoelers. Op zoek naar voedsel, zowel plantaardig als dierlijk, woelen ze de bodem om. Door dat gewoel gaan plantenresten die op de bodem liggen in het water zweven. Daardoor komt het fosfaat in de waterkolom
en verschaft het voedsel voor algen. Het water wordt door beide oorzaken troebel en laat weinig licht meer door. Daardoor krijgen onderwaterplanten te weinig licht om er te kunnen groeien. We mogen dus concluderen dat een van de oorzaken van het niet aantreffen van onderwaterplanten een teveel aan karpers is (en een te weinig aan snoek :-)
Wij zijn niet tegen recreatie, maar wij staan een win-win situatie voor.  De plek waar we het schouwspel aanschouwden was een voorbeeld voor een mogelijkheid daarvoor. De plek was aangelegd voor de hengelaars. Hier geen steile oever, maar een platformpje. Daarop troffen we Veelstengelige waterbies aan, een soort die gedijt bij een evenwicht tussen gebiedseigen water en kanaalwater. Een bij het gebied passende biotoop kan dus wel, lijkt. Helaas telden we slechts één pol.
We vervolgden onze tocht langs de westzijde van de plas, langs het voormalige zandstrandje. Hier rijzen de stuifduinen uit het verleden omhoog uit de (gegraven) plas. Op die stuifduinen troffen we een groot stuk aan met Zandzegge, een plant die stuifzand vastlegt. We komen deze plant slechts zelden tegen. De enige plek waar we tot nu toe gezien hebben is.... de Boshoverheide (Defensiedijk). Dus eigenlijk hetzelfde gebied, maar nu gescheiden door het kanaal.
Gladde iep (oude naam: Veld iep), deze met mooie kurklijsten. foto Frans.
Daarna kwamen we aan het gedeelte van de plas waar het zwembad ligt. We zijn er omheen gelopen, en toen weer langs de oever verder. Daar ontdekten de bomenkenners onder ons opslag van de Gladde iep, zelfs ook met mooie kurklijsten. We hadden de soort ooit al eens eerder in het Leudal gezien. Dus een leuke afronding van onze (gemeenschappelijke) inventarisatie.
Frans Smit, 24 juli 2019

Verslag 7e flora inventarisatie IJzeren Man 28-07-'19

Op deze inventarisatie verwachtten we niet zoveel nieuwe soorten. We hebben het grootste gedeelte van ‘De IJzeren Man’ al geïnventariseerd, en er staan al veel soorten op onze lijst. Maar we willen een volledig beeld van het gebied, en dan moeten we ook overal geweest zijn. Alleen de (mooie) tuin van het NMC hebben we dan niet geïnventariseerd. Dat is een beetje een dilemma. Er staan veel planten in die een wilde oorsprong hebben, maar ook planten die uitgeselecteerd zijn, of die uit een andere regio komen. Voor deze zaterdag stond de tuin sowieso niet op het programma. Misschien moeten we een keer gaan kijken als het NMC open is. We moeten het er maar eens over hebben.

Als start van onze inventarisatie hebben we de stuifzandheuvel bij kinderpretland 'beklommen’.

Schapenbegrazing. foto Frans (klikken voor vergroting)
Het pad bovenop loopt naar de waterval tussen Kleine en Grote IJzeren man. Een aantal jaren geleden hebben we daar het aantal planten op één vierkante meter geteld. We verbaasden ons toen erover hoeveel dat waren. Nu verbaasden we ons erover hoe weinig dat waren. Het stukje is verruigd. Ook landschappelijk is dat jammer omdat de waterpartij bijna onzichtbaar is geworden. Misschien kunnen de schapen die we even verderop aantroffen hier komen grazen.
Vochtig bos met Douglassparren. foto Frans.
Nadat we de kinderboerderij en de schapen voorbij waren, zijn we een pad naar de Voorhoeveweg opgegaan. Het bos is hier direct anders. Het gebied is hier veel natter, en daardoor zijn ook de aangeplante bomen van een ander soort.
Op de Voorhoeveweg (voorheen Boshoverpeelweg) werden we er met onze neus op gedrukt, dat we te weinig van de verschillende sparrensoorten kennen. Dat is wel een beetje begrijpelijk omdat de verschillende soorten vanwege de houtproductie van over de hele wereld zijn geïmporteerd. Ze behoren niet echt tot onze flora. Verschillende soortnamen passeerden de revue. Uiteindelijk gaf de vorm van de kegel uitsluitsel. De lange met drie tanden uit de kegel stekende schubben, blijken doorslaggevend voor de Douglasspar. Die naam was als eerste ook gevallen, maar, hoewel juist, bleek dat toch iets teveel uit de losse pols.
Verder langs de Voorhoeveweg troffen we een duizendknoop aan die veel op Waterpeper leek, maar die ondanks het nodige geproef niet naar peper wilde smaken. Thuis gedetermineerd bleek het zeer toepasselijk Zachte duizendknoop te heten.
Bij de Geurtsvenweg (tegenover het gerenoveerde boerderijtje) zijn we weer het bos ingegaan. We gingen nog even naar links om de ontwikkelingen in een stukje al langer geleden opengekapt grove-dennenbos te bekijken. Hier is na de dunningskap de ondergroei elkaar zo erg aan het beconcurreren dat het wel een stakenbos lijkt. Gevoelsmatig leek het ons geen vooruitgang voor de biodiversiteit.
Zijtak van de Weteringbeek naar de Meilossing uitgebaggerd. foto Frans.
Even verder bij het oversteken van de Weteringbeek bij de Wildweg viel het op dat de beek uitgebaggerd was. Dat leek ons eigenlijk weinig nut te hebben, althans niet voor het IJzeren Man gebied. Zowel water aanvoeren is hier niet nodig, evenmin als water afvoeren. Door de voedselrijke bagger op de kant te gooien krijg je daarentegen wel beekoevers met overheersend brandnetel in plaats van oevers mooie bloeiende waterplanten met veel biodiversiteit. Ook komen de oevers steeds hoger te liggen, terwijl het voor soortenrijke oevers juist langzaam aflopende oevers zouden moeten zijn. Daar zijn zelfs speciale brede V vormige werktuigen voor. Waarom dat dan niet toegepast voor de IJzeren man?
Op zoek naar Salie (29-7 Frans: Valse salie) hebben we nog een omweg gemaakt langs het Eendenven en langs het Zwanenven. Dat laatste ven was overigens onverwachts helemaal vrij van de dikke groene Flap die er vorige keren op lag. Oorzaak onbekend bij ons. We zagen wel onderwaterplanten. (29-07 Frans: een kranswier: mogelijk Gewoon kransblad)
Op de verdere terugweg zijn we langs de Weteringbeek gelopen, waarbij we ons bleven verbazen over de uitgebaggerde blubber op de oevers.
Weer terug op de parkeerplaats bij het NMC hadden we het goede gevoel dat we het gebied na eerst de waterhuishouding te hebben bekeken, nu ook uitputtend op flora geïnventariseerd hebben. We vonden meer dan 250 soorten. Daar moeten we nog wat mee op gebied van invoeren in de landelijke databank, het trekken van conclusies en het doen van aanbevelingen. Maar voor nu denken we eerst na over onze volgende inventariseeracties. Genoeg mogelijkheden bleek al direct. En de zomer duurt niet echt lang meer. Daarna roepen de Tungelerwallen voor het winterwerk.
Frans Smit, 29-07-2019.