De verhoudingen op de Tungeler Wallen:

"Wie doet "wat" "waar", "waarom" en "wanneer" en hoe er (niet) wordt samengewerkt voor de natuur.

Inmiddels is het redelijk bekend dat wij als Ecologische Werkgroep Weert Zuid regelmatig werken in en voor de natuur op de Tungeler Wallen, zowel op inventariseer als op beheer gebied.

Eigenaren kunnen ons vragen hun perceel kosteloos op te knappen. Indien wij daartoe in de gelegenheid zijn en als de hoeveelheid werk in verhouding staat tot de daaruit voortvloeiende meerwaarde voor de natuur, gaan wij aan de slag. Wij doen dat op een kleinschalige manier met veel handwerk. Wij zijn onafhankelijke vrijwilligers die tot nu toe eenmalig een beetje subsidie hebben ontvangen van Groen en Doen. Iedereen die met ons mee wil werken is welkom.

"Wie" doen er beheerwerk op de Tungeler Wallen ?

vrijwilligers van de Ecologische Werkgrop Weert Zuid. hier eens niet aan het zagen. foto Ruud Hulsebos (op alle foto's kan geklikt worden voor vergroting)

- Zoals gezegd: de Ecologische Werkgroep Weert Zuid (met hun Werk~Groep Tungeler wallen). Wij zijn er in het winter-halfjaar bijna wekelijks aan het werk.

- Vereniging Natuurmonumenten (V.NM). Zij is eigenaar van ongeveer 25% van de Tungeler wallen, inclusief de percelen die ze in erfpacht heeft van de gemeente Weert. Soms wordt er machinaal gewerkt of zijn er vrijwilligers op hun percelen bezig.

- 75% van de Tungeler Wallen is dus in eigendom bij particulieren. Veelal is het eigendom dat geërfd is en al generaties lang in (gedeeld of ongedeeld) familiebezit. Deze mensen werken zelden of nooit meer zelf in hun percelen. We signaleren wel een tendens richting de wens naar meer openheid in het gebied.

- De grootschalige houtkap die in de zomer van 2014 heeft plaatsgevonden, is in opdracht van enkele particuliere boseigenaren (machinaal) uitgevoerd door een rondhout handel (uit Boxmeer).

- Ook het IKL is actief op de Tungeler Wallen. IKL staat voor stichting Instandhouding Kleine landschapselementen. Deze professionele organisatie wordt door provincie Limburg gesubsidieerd. Doel is vrijwilligers te begeleiden bij natuurwerk. Hun uitvoerende tak is recent afgestoten. Voor de Tungeler Wallen verandert er door dat laatste  echter weinig, IKL is daar zelf niet uitvoerend bezig geweest. Het IKL heeft contractuele verplichtingen gehad met V.NM en met particuliere eigenaren. Een PSW groep heeft op particuliere percelen veel werk verzet, evenals de Ecologische Werkgroep Weert Zuid.

--- In tegenstelling tot hetgeen in het onlangs verschenen boek “Het Kempen~Broek” staat, is het IVN (Instituut voor Natuureducatie) níet werkzaam op de Tungeler Wallen.

--- Stichting Ark is volgens afspraak ook niet bezig op de Tungeler wallen (behalve toen er stieren waren losgebroken :-) 

Op de achtergrond spelen enkele andere organisaties een rol:

Begaanbaarheid van de gemeentelijke wegen zou prettig zijn voor mens en natuur. foto Frans.

- Eigenaren van een perceel op de Tungeler wallen zijn vaak lid van de Unie van Bosgroepen Zuid Nederland (afd. Limburg). Deze club behartigt de belangen van bos- en natuureigenaren en adviseert ze.  Over hun activiteiten komt weinig naar buiten. In het veld is niet zichtbaar welke kant hun adviezen opgaan.

- Grotere eigenaren zijn vaak lid van de VBNE, de Vereniging van Bos en Natuureigenaren. Deze vereniging vertegenwoordigt de eigenaren (bv.bij het Waterschap Peel en Maas) en doet veel op vlak van deskundigheidsbevordering en efficiëntie van het werk in het veld. Hun rol op de Tungeler Wallen is zo mogelijk nog onduidelijker dan die van de Bosgroep.

- Gemeente Weert kleurt in haar bestemmingsplan en structuurnota en in de op stapel staande Natuur en Landschapsvisie in wat beeldbepalende moet zijn op de Tungeler wallen. Aan de hand daarvan verstrekt zij bv. vergunningen voor activiteiten. In meer praktische zin kunnen ze stimuleringsmaatregelen nemen bv. t.a.v. (subsidies voor) verwerken van kap afval tot biomassa. Verder draagt zij verantwoordelijkheid voor en aantal gemeentelijke wegen door het gebied. Daarbij is het belangrijk dat wegen in het gebied zandig en breed blijven. Zij vormen ook de wegen waarlangs dieren en insecten zich verplaatsen. Ook voor de bereikbaarheid van de percelen waar wij werken is het berijdbaar houden van de wegen belangrijk, zeker in geval van calamiteiten.

- Provincie Limburg heeft de Tungeler Wallen ingekleurd als goudgroene natuurzone.

- De landelijke overheid reglementeert met de Boswet

- Kempenbroek (als bureau van een grensoverschrijdend samenwerkingsverband) vult grensoverschrijdend de plaats in van de Tungeler Wallen. Haar zeggingskracht is echter niet formeel.

- Het NMC (Stichting Natuur en Milieucentrum) zou een centrale rol kunnen spelen, maar houdt zich meer met onderwijs bezig. 

Gebruikers zijn soms georganiseerd

Scouting Tungelroy gebruikt en zorgt samen met de Ecologische Werkgroep Weert Zuid voor twee percelen. foto Hilde van Dael.

- dat geldt zeker voor de scouts van Tungelroy. Zij gebruiken officieel het terrein van het voormalige Ambonezenkamp en “Bie René voor hun activiteiten. Zij verhuren hun terreinen ook aan andere scoutsgroepen.

- de huidige situatie met de jacht is onduidelijk. Het jachtterrein lijkt afgestoten. Aan de randen werd wel nog op fazanten gejaagd.

- de vele mountainbikers zijn vaak lid van een club, maar fietsen er meestal individueel.

- motor crossers komen er soms ook wel. Ze zorgen er wel voor lawaai, maar niet echt voor overlast. Ze blijven op de paden, en doen daar zelfs goed werk: ze houden het zand open.

- bereden paarden zijn ook erg geschikt om het zand open te houden. We zouden rekening met ze kunnen houden door laag hangende takken op te snoeien.

- soms trekt en een span paarden met koets door het gebied. Altijd een leuk gezicht.

- wandelaars treft men er regelmatig, al dan niet vergezeld van een hond. Ze zijn niet georganiseerd.

- in zekere zin zijn de natuurliefhebbers die er komen inventariseren ook gebruikers van het gebied. De meesten van hen zijn op de een of andere manier georganiseerd.  

"Wie en Waar": globale herkenbaarheid van ieders beheerwerk

Aan de eene kant van de Telheidebaan. foto Frans.

Wie er waar op de Tungeler Wallen aan het werk is, is meestal goed herkenbaar aan de manier waarop er gewerkt wordt:

- De percelen waar wij werken zien er erg opgeruimd uit. Als het takkenhout wordt op grote hopen gegooid. De achterliggende reden is, dat wij de bodem willen verschralen. Een laag takkenhout en humus belemmert de schrale natuur met hei die wij voorstaan.

De term humus is eigenlijk fout. Humus is verteerd strooisel. Op de Tungeler Wallen is het strooisel door de hoge zuurtegraad niet echt verteerd. De Duitsers hebben er een beter woord voor. Vertaald: droge turf. We zouden het nederlandse woord turfstrooisel kunnen gebruiken.

 

Op dezelfde plek aan de andere kant van de Telheidebaan heeft de houthandelaar veel biomassa voor de versnipperaar laten liggen.

- De houthandel heeft machinaal en erg grof gewerkt. Men heeft alleen de stammen geoogst. Het takkenhout en de boomtoppen zijn ter plekke blijven liggen. De algemeen gangbare redenatie is dan, dat dood hout in het bos goed is. Deze opvatting is echter niet van toepassing voor de Tungeler Wallen. De bodem is er – van nature - te zuur voor. Het achtergebleven hout conserveert daardoor en dat werkt negatief op de vegetatie van de Tungeler Wallen. Deze krijgt geen kans. Versnipperen van het resthout en als biomassa afvoeren zou een goede oplossing zijn.

- Ook bij Vereniging Natuurmonumenten is machinaal gewerkt. Na de houtkap is met de shovel het takkenhout en de humus weggehaald. Soms is er later machinaal  een teveel aan opslag van Sporkehout uit de grond getrokken. De percelen zien er min of meer rommelig uit, afhankelijk van hoeveel vrijwilligerswerk er heeft plaatsgevonden.

- Het perceel van het IKL (Kleine Wel) ziet er erg rommelig uit. Hier is handwerk gedaan én er is rondhout geoogst. Het takkenafval ligt er als  een dikke laag of op (veel) kleine hopen.

--- Het rommelig achterlaten van percelen na het werk (vaak dus ook disfunctioneel voor de natuur), heeft geen positieve uitstraling naar de anderen die werkzaam zijn in het gebied. Soms lopen wij er rond met plaatsvervangende schaamte. Gemeente Weert zou zich dat als groenste regio van de wereld ook aan mogen trekken.

 

Aanleiding voor deze poging tot overzicht en inzicht: het IKL.

De aanleiding om ieders activiteiten op de Tungeler Wallen eens bij elkaar en naast elkaar te zetten is, dat de samenwerking tussen ons en het IKL op de Tungeler Wallen opnieuw niet is gelukt. Dergelijke voor alle partijen vervelende situaties zijn gebaat met een zo groot mogelijke duidelijkheid en openheid.

 

De samenwerking tussen de Ecologische Werkgroep Weert Zuid (vrijwilligersorganisatie) en het IKL is op de Tungeler Wallen altijd stroef verlopen. Bijna drie jaar geleden (7 mrt 2012) hadden we mede daarom met elkaar afgesproken dat de Ecologische Werkgroep Weert Zuid het voortouw op de Tungeler Wallen zou nemen, en dat het IKL zich na het beëindigen van de lopende overeenkomsten met enkele eigenaren zou terugtrekken. De Ecologische Werkgroep zou daarbij door het IKL aan de eigenaren voorgedragen worden voor de follow up. Het IKL heeft zich tot sinds kort aan haar woord gehouden. Ook heeft ze de aanwezige kadastrale informatie overgedragen aan de Ecologische Werkgroep Weert Zuid. Alleen van de eigenaar van de Kleine Wel zouden we graag de gegevens nog willen krijgen. 

Het samenwerkingsprobleem vraagt nu opnieuw om een oplossing.

Kapplannen van het IKL. foto Frans.

Op 27 jan. 2015 kreeg ondergetekende een telefoontje van Wouter Janssen van het IKL dat het IKL weer in de Tungeler Wallen wilde gaan werken. De eigenaar van het “Vergraste heitje” aan de Dijkerpeelweg (naast het witte huis) was door hen benaderd en alles was in kannen en kruiken. Inclusief een subsidie van gemeente Weert (!) voor een bijzondere soort: de Veldkrekel.

Deze mededeling ging vergezeld van een verzoek aan ons als vrijwilligers: ze hadden aan ons gedacht. Om het werk te verzetten, dus....

Deze mededeling en het verzoek waren voor ons geen onverdeeld genoegen.

Dat werd er niet beter op nadat Wouter Janssen mij de dag erna opbelde en vertelde dat hij voor deze klus ook contact had opgenomen met de scouts van St. Maarten. Hij wilde met hen daar gaan werken. Met deze scoutsgroep hebben wij op de CZW al meerdere malen samengewerkt, (zie site http://www.ecologischewerkgroepweertzuid.nl/236266851 ) en een activiteit met hen op de Tungeler Wallen had ons een uitstekend vervolg daarop geleken.

Vervolgens is het minimaal verwonderlijk dat op een afgesproken overleg met Wouter Janssen en een “uitvoerder” (Leon ?) over het uitzetten van het werk, een en ander al gebeurd bleek te zijn bij mijn aankomst. Mijn inbreng beperkte zich tot het redden van de plekken met het IJslands mos, en tot het redden van de laatste Grove den. Dus maar goed dat ik er was.

 

Als je echt met elkaar wilt samenwerken, ga je anders met elkaar om dan zoals geschetst in bovenstaande. Dan begin je met vooraf met elkaar te overleggen. Dat doe je dan heel zeker als er een afspraak ligt die je wilt veranderen. Vervolgens blijf je ook over eventuele volgende stappen vooraf overleggen.

In bovenstaande is ook goed te zien, dat er nog meer redenen waren om met onze groep vooraf te overleggen. Op de Tungeler wallen kan je niet voor één soort (in dit geval de Veldkrekel) gaan beheren zonder te weten waar al de andere zeldzame en vaak nog zeldzamere soorten te vinden zijn, en hoe je daar rekening mee moet houden.

Bij ons is een enorme kennis van de Tungeler Wallen aanwezig, zowel theoretisch als praktisch en zowel van de aanwezige natuur met haar bijzondere soorten, als van de wijze waarop je hem kunt beheren. Er mag aangenomen worden, dat de aanwezige kennis over een gebied bij de deskundige bewoners uit de omgeving groot is,  zeker als zij er regelmatig werken en inventariseren. In ons geval is de kennis waarschijnlijk groter dan de kennis die aanwezig is bij professionele organisaties. Wij weten waar het IJslands mos staat, en hoeveel. Ook de andere korstmossen weten wij te vinden en te benoemen. Wij weten waar de laatste heidestruikjes verborgen zijn, en waar de plekken Borstelgras liggen. De eerste Blauwvleugelsprinkhaan werd door ons waargenomen. En ga zo maar verder voor paddenstoelen, Nachtzwaluw, zandbijtjes enz. 

Onze eerste Blauwvleugelsprinkhaan moest natuurlijk goed bekeken worden. Gelukt zonder beschadigingen! foto Marjon Hoogendam

Een andere reden voor ons om terughoudend te zijn is, dat wij als groep met elkaar gewoon goed en leuk bezig zijn op de Tungeler Wallen, en dat dat niet vanzelf zover is gekomen. We hebben daar hard aan gewerkt, soms zelfs tegen de verdrukking in. Mensen, ook jongeren, betrekken bij een project als de Tungeler Wallen moet opgebouwd worden.  Dat betreft onze contacten met natuurliefhebbers, scouts en buurtbewoners, maar net zo goed onze contacten op gemeentelijk en provinciaal bestuurlijk niveau. Die contacten kunnen makkelijk verstoord worden. De manier van handelen van het IKL maakt dat er allemaal niet makkelijker op.

En eigenlijk lijkt ons de opstelling van het IKL in deze kwestie niet te passen binnen hun eigen doelstelling. Hun doelstelling is het ondersteunen van vrijwilligerswerk. Wat hier in feite gebeurt is, dat het IKL naast en op basis van een bestaande en goed draaiende vrijwilligersgroep als een concurrerende organisatie zelf aan de slag gaat. Daarmee ondergraaft ze het bestaande vrijwilligerswerk. 

http://www.ikl-limburg.nl/images/stories/Visie_en_ambitie_stichting_IKL_2014-2025.pdf

Conclusie t.a.v. het IKL

Gezien bovenstaande is het niet verwonderlijk dat wij er geen behoefte aan hebben om op deze manier met het IKL op de Tungeler Wallen te gaan samenwerken.

We zijn goed bezig, en dat willen we graag zo houden. We hebben de kennis en de deskundigheid voor ons werk zelf in huis. Onze contacten met de eigenaren en de omgeving zijn goed. Ook geeft de opstelling van het IKL zowel richting onze groep als richting de natuur ons niet bepaald  het vertrouwen dat hun opnieuw verschijnen op de Tungeler Wallen een positieve ontwikkeling is.

Meer achtergrond informatie nodig

IJslands mos en Open rendiermos. foto Frans.

De uitleg van ons standpunt schreeuwt echter om meer informatie. Voorgaande komt nog onvoldoende los van het gemakkelijke etiketje van twee ruziënde natuurorganisaties. Samenwerking voor de natuur lijkt voor iedereen zo voor de hand liggend, en op de Tungeler Wallen is veel werk te doen. Het heitje dat de aanleiding is, is aan het verbossen en vergrassen. Er staat IJslands mos en andere korstmossen, en er zitten inderdaad veldkrekels. Dus er moet wel iets gebeuren. Het kan er slechts bij weinigen in dat een samenwerkingsprobleem niet op te lossen zou zijn.....

Tegelijkertijd moeten we niet blijven steken in een patstelling. Er moeten oplossingen komen. Daarvoor is een breder overzicht nodig.

Net als de Tungeler Wallen zelf, zijn de verhoudingen tussen de mensen die er bezig zijn onoverzichtelijk:  Wie doet wat waar en waarom, en wat heeft wie waar al gedaan? We willen proberen hier meer inzicht in te geven. 

Geschiedenis beheerwerk Tungeler Wallen

Mogelijk kan een overzicht van de geschiedenis van het natuurwerk, bijdragen aan een beter begrip van de opstelling van de Ecologische Werkgroep Weert Zuid.

De Tungeler Wallen waren al enkele decennia sterk aan het veranderen. De mensen waren aan de slag gegaan met het vastleggen van het stuifzand door grote stukken te bebossen. Nog vrij recent adviseerde de Bosgroep Limburg de vele eigenaren hun perceeltjes te bebossen en regelde ze voor hen de beplantingssubsidie. Nog geen 20 jaar geleden zijn de laatste open stukken op hun advies aangeplant met rijtjes dennen. Stakenbossen zeggen wij. Maar met het bebossen verminderde ook waarden waar veel mensen aan gehecht waren en nog zijn. Het open zand bood op zomerse dagen ideale ruimte voor gezinsvermaak. Vele kinderen leerden boompje klimmen in de oude dennen. Deze waren ooit vliegdennen op de hei en zijn vaak tot aan de kruin ondergestoven door het zand. Natuurliefhebbers hadden plezier in de soms extreem bijzondere soorten die op de zandige stukken aanwezig waren en mogelijk nog zijn. En soms is het verschil tussen natuurliefhebbers en kinderen niet zo groot: kijk maar eens hoe ze reageren op die snelle zandloopkevers.

Helaas, de bebossing had zijn doel voorbij gestreefd. Zand is er bijna niet meer. Op de gemeentelijke kaarten worden de Tungeler Wallen ingekleurd als bos, en bij Vereniging Natuurmonumenten had men het zelfs over omvorming van naaldbos naar gemengd loofbos. Maar terwijl iedereen zag dat het gebied achteruit aan het gaan was en men vond dat er iets moest gebeuren, gebeurde er niets. De verbossing ging verder.

De grootste eigenaar, Vereniging Natuurmonumenten had  op gebied van beheer toonaangevend kunnen zijn. Ze bezit 20 à 25 % van de Tungeler Wallen, maar nam niet de voortrekkersrol die natuurliefhebbers van haar verwachtten. Er werd bij V.NM. op twee visies gehinkt: behoud van de natuurwaarden van het oude stuifzand en omvorming naar gemengd loofbos. Aangezien veel boswachters een houtvestersopleiding hebben, bleef men twijfelen tussen behoud van zandige hei en bosomvorming, en gebeurde er niets. Door de productiebossen met (Grove) den te dunnen, werden echter wel de omstandigheden geschapen voor de omvorming naar gemengd loofbos. Op de Tungeler Wallen wil dat laatste vooral zeggen: opslag van kreupelige eiken en ondergroei van Amerikaanse vogelkers. Om het stuivende zand te stoppen had de mens eiken wallen geplant, en de eikels slingerden door de hele Wel. Amerikaanse vogelkers heet niet voor niets Bospest. Tegelijkertijd liepen de randen van de zanden dicht met eiken en dennen. Juist op deze randen met hun overgangsvegetatie met het (blauwe) Buntgras en korstmossen zijn de meeste bijzonderheden te vinden. Dit zowel op gebied van flora, als op gebied van fauna: insecten.

 

Maar de natuurliefhebbers gingen ook niet zelf aan de slag.

In plaats daarvan keek men naar het IKL. Er gingen geruchten dat die met de vele perceeleigenaren wilde gaan praten. En de natuurliefhebbers bleven wachten.  

 

Totdat begin 2009 een aantal vrijwilligers op initiatief van Frans Smit de koppen bij elkaar staken. Hieruit heeft zich later de Ecologische Werkgroep Weert Zuid ontwikkeld. Er was een algemene onvrede met het beheer zoals Vereniging Natuurmonumenten dat uitoefende in haar gebieden, en met het feit dat men als vrijwilliger onvoldoende serieus werd genomen. Maar vooral vond men, dat er snel iets gedaan moest worden aan de achteruitgang op de Tungeler Wallen. De kennis binnen deze groep was divers: Els Baetsen wees iedereen altijd op het voorkomende IJslands mos en Open rendiermos. De paddenstoelenwerkgoep onder haar aanvoering attendeerde op soorten als Tolzwam en Gele ridderzwam. Ivo Raemakers e.a. hadden  een stuk in het NHGL blad gepubliceerd over de zeldzame insecten (2004) en Frank Raemakers en Arno van Stipdonk ging hiermee aan de slag. Johan Leurs wees op de achteruitgang van vogels als de Boomleeuwerik en Nachtzwaluw. Hans Choinowsky en Frans Smit richtten zich op de mossen en de korstmossen. In dat jaar is er door de flora groep van de Ecologische Werkgroep, de Inventarisatiegroep Tungelroyse Beek o.l.v. Frans Smit, een totaal inventarisatie (gebiedsdekkend) gemaakt van de Tungeler Wallen en heeft men de situatie in kaart gebracht. Alle bijzondere soorten uit de verschillende soortgroepen – voor zover wij ze kenden - zijn door Frans Smit bij elkaar gezet in een Excel schema en verspreid. Met deze kennis in de hand maakte men duidelijk dat er hoognodig iets aan de Tungeler Wallen moest gebeuren.

Het gevolg was, dat men bij Vereniging Natuurmonumenten onrustig begon te worden. In het Limburgse met nog feodale restanten in de manier van met elkaar omgaan, wist men nog niet hoe men moest reageren op mondige vrijwilligers die voor hun standpunten opkwamen. Veel vrijwilligers hadden hier ook last van, maar dan andersom. Men vond het maar eng om het niet eens te zijn met een organisatie als Vereniging Natuurmonumenten. Sommigen wisten niet hoe snel ze moesten terugkeren in het nest van moeder Natuurmonumenten. Anderen kozen uiteindelijk toch voor de weinig succesvolle weg van (letterlijk) de minste weerstand en bleven aan V.NM bungelen als vrijwilliger.

 

 

Veldkrekel voor zijn hol. foto waarneming.nl

Ongeveer tegelijkertijd met het vrijwilligersinitiatief van Frans Smit pakte Wouter Janssen bij het IKL de draad van de Tungeler Wallen op. Wouter Janssen is in zijn vrije tijd bij het NHGL (Natuur Historisch Genootschap Limburg) coördinator van de sprinkhanen werkgroep. Via de Veldkrekel kwam hij uit bij de Tungeler Wallen. In Limburg is de Veldkrekel aan het verdwijnen. Men dacht dat hij alleen nog op de Tungeler Wallen voorkwam. Rond Weert komt hij echter nog betrekkelijk veel voor, evenals in de Maasduinen. Op de Tungeler Wallen is de soort een van de vele soorten van de lange lijst zeldzame soorten, waarvan velen nog zeldzamer en spectaculairder zijn.

Wouter Janssen is door de vrijwilligersgroep bij een bijeenkomst uitgenodigd, en men sprak af om samen de schouders eronder te zetten.

Tot een echte samenwerking tussen IKL en Ecologische Werkgroep Weert Zuid is  het echter  nooit gekomen. Al direct vanaf het begin was er van een samenwerking in de echte betekenis van het woord – horizontaal en met de groep als geheel - helaas geen sprake.  

 

Dit soort processen waren voor de Ecologische Werkgroep niet gemakkelijk, de eenheid in de kerngroep bleef niet bewaard. Niet iedereen heeft tijd en zin om te investeren in dergelijke stroeve verhoudingen, zeker niet als mensen ook nog een gezin en een baan hebben. Het verdwijnen van enkele gewaardeerde en deskundige natuurkenners was en blijft een gemis. We hebben dit gedeeltelijk weer met nieuwe mensen en nieuwe kennis aangevuld. Onze sterke punten flora en beheer bleven onveranderd. De mossen en paddenstoelen kennis bleef hoog. Onze korstmossenkennis ten aanzien van de cladonia’s hebben we redelijk ontwikkeld. Op gebied van insecten komen we uit de voeten met vlinders, sprinkhanen en libellen. Voor wilde bijtjes en aanverwanten hebben we in België een leerzame cursus gevolgd, en weten we inmiddels hoe we ermee om moeten gaan. We kennen zelfs enkele soorten mieren. Echter met deze kennis is het nog niet mogelijk ontwikkelingen op te kunnen volgen ten aanzien van de door Ivo Raemakers in 2004 samengestelde lijst extreem zeldzame soorten( I. Raemakers, T. van den Eijnde & R. Kleukers, Laatste kans voor de bijzondere stuifzandsoorten van de Tungelerwallen, NHGL blad 93-10).  http://www.nhgl.nl/documenten/openbaar/redactie/natuurhistorisch-maandblad/Maandbladen/Maandblad%202004/nhm%202004-10.pdf (doorscrollen: 4e artikel)

We zouden eigenlijk een specifieke insectenwerkgroep moeten hebben. De vogels herkennen we wel als we ze zien, maar een gebiedsdekkende broedvogelinventarisatie maken is andere koek ( 2014: Johan Leurs in: De Wel is op wèg, Herstel van stuifduinen op de Tungelerwallen, Wouter Jansen, Johan Leurs, Arno van Stipdonk en Gaby Bollen, NHGL blad 103-4). Ook blijft het bij ons (nog steeds) een zwak punt om de waarnemingen te systematiseren (uitgezonderd flora) en in te voeren in bv. waarneming.nl.

 

Natuurbeheer perceelsgewijs.

De percelen van Vereniging Natuurmonumenten

Gerooid perceel van V.NM. foto Bettina

De twee beroepsorganisaties Vereniging Natuurmonumenten en IKL trokken naar elkaar toe. Ze maakten samen een aantal inrichtingsplannen die vervolgens aan ons werden medegedeeld. Daarna werden ze uitgevoerd. Hoe dan ook, het was een vooruitgang voor de Tungeler Wallen, en deze lof komt hen toe. Door V.NM werd enkele hectares productiedennen gerooid, zowel langs de Telheidestraat als langs de Telheidebaan. Langs paden nabij de Heltenboschdijk werd op grond die de vereniging in erfpacht heeft van gemeente Weert, brede stroken langs het pad boomvrij gemaakt in het kader van bosrandbeheer.

Ook de eerste Landelijke Natuurwerkdag in nov. 2009 op het voormalige Ambonezenkamp werd georganiseerd door beide beroepsorganisaties. Pas nadat wij hen erg duidelijk hadden gemaakt dat je jonge scouts niet zomaar het bos in kunt sturen om bomen om te zagen, werd ons de rol van werkbegeleiders toebedeeld. Er is gewerkt aan de andere kant van de wal achter het Ambonezenkamp. In de bosrand langs het zand is gedund.

Rond deze natuurwerkdag werd een wezenlijke verschil in visie ten aanzien van het beheer zichtbaar: V.NM en IKL wilden eigenlijk geen eikenbomen omzagen. Hier werd de eerder genoemde beheervisie van omvorming naar gemengd loofbos zichtbaar. Wat ons betreft zijn juist Grove dennen wezenlijk onderdeel van de pioniersbiotoop van het voormalige stuifzand. Vele bijzondere soorten zijn gebonden aan deze biotoop. Sommige paddenstoelensoorten als bv. de Tolzwam zelfs onlosmakelijk. Het korstmossendennenbos is uit Nederland verdwenen, maar zou een dennenbos met Open rendiermos in de ondergroei op de Tungeler Wallen geen streven kunnen zijn?!

Mogelijk als gevolg van dat meningsverschil is het bij één natuurwerkdag op de percelen van V.NM gebleven. Wel hebben vrijwilligers en een MaS groep als een soort bezigheidstherapie voor de voet weg jong dennenbos (stakenbos) om “mogen” zagen. Een gemiste kans voor precisiebeheer door middel van handwerk. Daarna was het vrijwilligerswerk in het gebied van V.NM afgelopen, hoewel er nog steeds veel te doen viel en valt.

Ongeveer rond die tijd liep ook de overeengekomen samenwerkingsperiode van één jaar tussen IKL en V.NM af.

Enkele jaren later heeft de Zuid-Limburgse vrijwilligersgroep van V.NM. op dit perceel een mooi stukje hei aan de Telheidebaan vrijgemaakt van dennenopslag. Deze groep onderhoudt ook het gekapte dennenbos aan de Telheidestraat.

"Bie René"

Landelijke Natuurwerkdag 2014 met de scouts van Tungelroy. foto Gerard Stals.

Een jaar later, in 2010, hebben we bij het IKL opnieuw druk moeten uitoefenen om betrokken te worden bij de organisatie van de Landelijke Natuurwerkdag. Deze tweede Landelijke Natuurwerkdag op de Tungeler wallen zou gehouden worden “Bie René”, een terrein aan de Telheidestraat dat de scouts van Tungelroy van de particuliere eigenaar mogen gebruiken. Bij de gemeente hebben wij erg gepleit voor een vergunning voor de scouts om dit terrein te mogen gebruiken, ondanks de hoge natuurwaarden ter plekke. Wij hebben daarbij toegezegd om de scouts wegwijs te maken in de natuurwaarden en de omgang daarmee.

Het ging allemaal niet vanzelf, maar uiteindelijk hebben we ook dat jaar de scoutsgroepen op de Landelijke Natuurwerkdag begeleid. Op deze en de volgende natuur werkdag was er nog wel een medewerker van het IKL aanwezig. Hun aanwezigheid was echter vooral een welkome aanvulling, want de scoutjes waren met velen.

Door deze natuurwerkdagen ontstond er tussen de scouts van Tungelroy en onze groep een prima taakverdeling en samenwerking.

Die winter (2010-2011) en de volgende winter (2011-2012) zijn we in aansluiting op de natuurwerkdagen in overleg met de scouts en IKL regelmatig op dit terrein gaan werken.

Sinds het aflopen van het contract tussen de eigenaar van “Bie René” en het IKL in 2012, organiseren de scouts van Tungelroy en de Ecologische Werkgroep Weert Zuid samen de Landelijke Natuurwerkdagen. De Ecologische Werkgroep voert voor en na de Natuurwerkdag veel voorbereidend en aanvullend beheerwerk uit. 

Het resultaat van al dat werk is erg mooi. Het bos is opener geworden. De paden zijn breder geworden. Aan de overgang van het bos naar het zand groeit steeds meer hei en Borstelgras. Al in de zomer van 2011 zagen we er de erg zeldzame Blauwvleugelsprinkhaan; terug van weggeweest. Sinds 2013 broedt de Nachtzwaluw er. Het IJslands mos blijft constant, andere korstmossen, vooral Zomersneeuw, breiden uit. Aan de rand van het zand zagen we dit jaar de Gele ridderzwam.

Het "Armenbos"

takkenhout sjouwen om te verschralen. foto Famke.

Mensen uit onze groep wisten dat de kerk van Tungelroy enkele percelen op de Tungeler Wallen in bezit heeft, en bemiddelden tussen IKL en kerkbestuur voor het uitvoeren van beheerwerk in het Armenbos. Dit perceel ligt op de hoek van de Telheidestraat en de Telheidebaan aan de voet van de hoge wal. Het bestaat twee derde uit eikenbos op voormalige landbouwgrond, en voor een derde uit (toen dichtgegroeide) stuifzandheide. Hier zette het IKL een PSW groep aan het werk, mensen met een psychisch sociale beperking. Die mensen hebben hier hard gewerkt. (2010-2011)

Toen de contractperiode tussen IKL en de kerk van Tungelroy af liep, werd, zoals afgesproken op 7 mrt 2012, de Ecologische Werkgroep voorgedragen om het volgwerk te gaan doen. Na een goed gesprek met mensen van het kerkbestuur – ons kent ons – konden we aan de slag (winter 2012-2013).

Inmiddels was steeds meer gebleken dat wij ook met het IKL van mening verschillen over de visie op het beheer van de Tungeler Wallen.

Wij willen richting  stuifzandheide. Dan moet er verschraald worden om de zandige plaatsen terug te krijgen. Wij trekken uit onze doelstelling de consequentie dat de plaatsen die verrijkt worden met materiaal dat afkomstig is van het kappen, zo ver mogelijk weg komen te liggen en zo klein mogelijk zijn. Door al het takkenhout op een grote hoop te gooien, verwachten we bovendien dat het op die manier wel verteert. Dood hout gewoon laten liggen verteert niet op de zure grond van de Tungeler Wallen. Zeker ontstaat er geen biotoop voor hei, korstmossen en IJslands mos.

Voor het Armenbos zou dat een groot verlies betekenen. De Zuid-West hoek staat op iets oudere kaarten aangegeven als biotoop voor korstmossen en IJslands mos.

Door deze scherpere visie op het beheer hadden we een enorme hoop werk te doen. In het Armenbos had de PSW groep veel takkenhopen gemaakt, ook op plaatsen waar wij graag de hei terug wilden zien. Dus moesten we de boel wegsjouwen naar de rand van het gebied. Prettige bijkomstigheid van het deponeren van (veel!) plantaardig materiaal aan de de randen is, dat dan op den duur aan de rand van een schraal gebied een (bloem)rijkere bosrand mogelijk wordt gemaakt. Het was niet altijd even leuk werk, maar nu er inderdaad hei groeit op de plekken waar eerst takkenhopen lagen, heeft iedereen er plezier in. Behalve het sjouwwerk, hebben we ook veel gezaagd,  vooral dikke bomen. Als sluitstuk van het jaar (mrt 2013) hadden we er een knallende NL Doet dag met ruim veertig deelnemers. We hebben toen veel humus weggekruid naar de bosrand. Dat we dat toen hebben gedaan heeft ook veel bijgedragen aan de terugkomst van de hei.

Nu nog hebben we elk jaar veel werk in het Armenbos. Er staan nog steeds teveel dikke bomen. Ook lopen er nog veel indertijd afgezaagde jonge eiken en Amerikaanse vogelkersen uit. Die steken we uit. Maar juist doordat ze al een keer gesnoeid zijn, is dat nu voor ons veel extra werk. Er zit een wortelstelsel onder dat vele malen groter is dat wat er bovengronds groeit. In de gebieden waar we zelf als eerste aan de slag gaan, beginnen we met uitsteken. Dat is uiteindelijk minder werk.

Het "perceel met Oostenrijkse den"

Oostenrijkse den en Pijpenstrootje. foto Frans.

De PSW groep heeft tijdens en na het Armenbos nog op verschillende andere percelen gewerkt. Veel werk is besteed aan een relatief vochtig perceel met Pijpenstrootje en (“zwarte”) Oostenrijkse den. Dit perceel sluit aan op “Bie René”. Het perceel is geschikt voor de Levendbarende hagedis. Veel energie van de PSW groep is hier gaan zitten in het verwijderen van Amerikaanse vogelkers. Wij hebben hier (nog?) niet gewerkt.  

De "Kleine Wel"

Plaatsvervangende schaamte bij de mensen van de Ecologische Werkgroep Weert Zuid op de Kleine Wel, foto Gerard Stals

De Kleine Wel ligt aan de Stramproyse kant van de Wijffelterbroekdijk en is een groot particulier terrein dat bestaat uit zand, hei en korstmossen (Ezelspootje, Open rendiermos), maar ook uit dennenproductiebos en, iets lager gelegen richting Tungelroyse Beek, gemengd loofbos. Met de eigenaar wist Wouter Janssen een overeenkomst af te sluiten. Voorjaar 2011 organiseerde het IKL hier de NL-Doet dag. Deze werd in feite bemand door de mensen van de Ecologische Werkgroep en hun natuur vrienden.

Hier laaide in het voorjaar van 2012 het verschil in visie over de manier van beheer tussen het IKL en de Ecologische Werkgroep weer op. Ook het weer niet betrokken worden bij het beheerplan speelde een grote rol.

En dus moest er het nodige uitgepraat worden. Het gesprek dat naar aanleiding daarvan plaatsvond, was het gesprek van 7 mrt 2012. Daarbij werd afgesproken dat de Ecologische Werkgroep Weert Zuid het voortouw zou overnemen op de Tungeler Wallen. 

De Kleine Wel zou als enig perceel nog niet overgedragen worden aan de Ecologische Werkgroep. Het contract tussen IKL en de eigenaar was nog niet afgelopen. Bovendien vond het IKL het prettig om een perceel achter de hand te hebben waar groepen die zich eventueel zouden aanmelden voor een natuurklus, aan het werk gezet zouden kunnen worden.

En het was weer de PSW groep die hier toen aan de slag is  gegaan. Een grote vooruitgang in hun werkmethode was, dat er meer gebruik werd gemaakt van de kettingzaag. Het IKL heeft er een kennismakingsdag voor PSW groepen georganiseerd.

Zomer 2014 heeft de eigenaar blijkbaar buiten medeweten van het IKL en ondanks de met hen afgesloten overeenkomst, een bosbouwbedrijf ingeschakeld voor het uitdunnen van de Grove dennen. Op zich een goede actie, maar het takkenmateriaal is niet opgeruimd en vormt een dikke ondoordringbare laag. Hier zal zeker geen omvorming plaatsvinden naar de gewenste soorten van de Tungeler wallen.

Het IKL heeft zich nu echter van dit perceel teruggetrokken. Als Ecologische werkgroep willen wij graag de mogelijkheden onderzoeken of wij ook hier het noodzakelijk volgwerk uit kunnen voeren.

Het "Böske van de kerk" aan de Wijffelterbroekdijk

Insectendoorgang naar de Kleine Wel. foto Frans.

Naast het pad dat van de Wijffelterbroekdijk naar de Kleine Wel loopt, ligt een stukje bos waarvan de kerk van Tungelroy ook de eigenaar is. Voorjaar 2014 zijn wij er mee aan de slag gegaan. Het bosje lijkt onbetekenend, maar is het niet. Het kan een belangrijke verbindingsfunctie vervullen tussen de Kleine Wel en de Wijffelterbroekdijk. Door het bosje opener te maken en het pad te verbreden wordt aan insecten de mogelijkheid geboden om aan de Wijffelterbroekdijk te komen. De zeldzame insecten van de Tungeler Wallen, vaak wilde bijtjes, vinden in het gebied zelf weinig bloemplanten meer. Bij onze flora inventarisatie hadden we geconstateerd dat in de meer voedselrijke berm van de Wijffelterbroekdijk nog veel soorten groeien. Tegelijkertijd met het verbreden van het pad, hebben we de berm van de Wijffelterbroekdijk verbreed (bosrandbeheer). Dit moet ruimte scheppen voor meer bloemplanten. We zouden graag langs Wijffelterbroekdijk meer bloemrijke berm willen zien ontstaan.

Het "Böske van John van Meije"

In plaats van een bloemenrand.... foto Susan

Toen we bezig waren met het Böske van de kerk, kwam de eigenaar van het aanliggende bosperceeltje langs. Hij vond dat we erg goed bezig waren, en vroeg of wij ook zijn perceeltje onder handen wilden nemen. En dat wilden wij dus wel, eigenlijk met dezelfde doelstelling als genoemd bij het Böske van de kerk. Zodat we ook hier werk hebben verzet, vooral aan de bosrand langs de Wijffelterbroekdijk.

En natuurlijk was het goed balen toen nauwelijks twee maanden later de ruimte die we aan de Böskes gemaakt hadden voor insecten en bloemen, door een bosbouwbedrijf in beslag was genomen om er hout op te stapelen. Op het pad was metershoog hout uit de Kleine Wel gestapeld. Langs de Wijffelterbroekdijk was het hout opgestapeld uit het tegenoverliggende stakenbos. Het is allemaal natuurlijk wel weggehaald, maar ons zorgvuldige kleinschalige maatwerk had er wel een klap van gekregen.

"Bie Koppen"

Het begin van een weg naar de Wijffelterbroekdijk, vol biomassa voor de versnipperaar. foto Gerard Stals

Tegenover de Böskes ligt een stakenbos. Allemaal van Koppen, maar wel van meerdere. We hadden en hebben het plan om hier een doorsteek te maken tussen de Kleine Wel en het zand achter het Ambonezenkamp. Van een van de eigenaren hadden we al toestemming. Om een aantal redenen zijn we hier nog niet aan begonnen. We hadden al genoeg klussen, het zou een moeilijke klus worden én we hadden en hebben eigenlijk een beter plan. Jan Geelen en Jo Koppen wisten nog dat hier enkele zandpaden liepen. Het zou goed zijn deze te herstellen. Ze staan op wat oudere kaarten. We gaan zeker nog eens proberen dit plan uit te voeren. Het maken van een doorsteek nu makkelijker zijn, omdat de houthandelaar hier al aardig te keer is gegaan. Er ligt echter ook hier een dikke laag takkenmateriaal. Veel werk voor de versnipperaar dus.

"Bie Toos"

Veel gekapt, maar het mag nog meer open worden. foto Frans.

Er zijn meer mensen die vinden dat we goed bezig waren. Naast het perceel “Bie René” ligt een perceel dat even groot is (2.7 ha) en waar zo mogelijk nog meer restanten stuifzand overgebleven zijn. Net zoals indertijd Bie René, is ook dit perceel heel hard aan een opknapbeurt toe is. De eigenaresse en haar kinderen hadden gezien hoe netjes we bij René aan het werk waren, en hoe goed het resultaat was. De Tungelroyers onder elkaar hebben een en ander aangekaart, en toen we serieus met elkaar in gesprek raakten, was het snel beklonken. We mochten “Bie Toos” aan de slag en nog begin 2014 zijn we er begonnen met een werkdag met de scouts van Keent /Moesel. Na wat voorbereidend werk hebben we er een geslaagde NL-Doet dag gehouden. Eind 2014 hebben we vooraan, aan de kant van de Telheidestraat gewerkt. Hier staat veel Amerikaanse vogelkers. Logistiek was het het beste aan de zijkant te beginnen en dan naar het midden toe te gaan werken. Dat is erg goed gelukt. Wel heeft het uitsteken van de de Amerikaanse vogelkers het werk erg opgehouden. Toch is goed te zien dat er al veel werk verzet is. Zelf zijn we er tevreden over. Het seizoen is nog niet om en volgend jaar gaan we weer verder.

 

“Bie Toos achter”

Leuk om het even te noemen: we bedoelen hiermee een leuk perceeltje waar we ook wat mee willen. Eerst maar eens even afwachten hoe tevreden Toos en haar dochters zijn over ons werk. 

Het "Vergraste heitje"

Het “vergraste heitje” ligt aan de Dijkerpeelweg. De Dijkerpeelweg is hier de scheiding tussen de hogere gronden van de Tungeler Wallen en het beekdal c.q. voormalig doorstroommoeras Dijkerpeel. In de berm aan die kant komen nog moerasrandplanten voor als Grote wederik en Wilde Bertram. Aan de kant van de Tungeler Wallen groeit Fijn schapengras en Kruipbrem (RL). Maar vooral, er staan opvallend grote “pollen” IJslands mos. Ook andere korstmossen zijn goed vertegenwoordigd: Open rendiermos en Girafje, maar ook de vormen van verruiging, zoals Gevorkt en Ruw heidestaartje. Het lijkt er op dat het heitje langer vocht vasthoudt. Dit zal zeker iets met de Dijkerpeel te maken hebben. We zouden eens moeten kijken of er hier sprake is van ondiep ondergestoven veen.

De Veldkrekel is hier aanwezig, maar kan ook dieper in de Dijkerpeel aan de akkerranden worden gehoord.

Op dit terreintje heeft het IKL zijn beheer oog laten vallen. De Veldkrekel en de subsidie daarvoor spelen daarbij zeker een grote rol. Dit jaar is er een keer gewerkt, met de scouts. De bedoeling lijkt om een verbinding door het bos te maken richting  het gekapte dennenbos van Vereniging Natuurmonumenten aan de Telheidestraat. Wij schatten dat in als een goed plan. Het verbindt de populatie veldkrekels van de Dijkerpeelweg met die van de Tungeler Wallen. Andersom kunnen de insecten van de Tungeler wallen dan naar de redelijk bloemrijke bermen van de Dijkerpeel.

 

Conclusie t.a.v.  het IKL

Deze was al getrokken, maar zal na het lezen van bovenstaande waarschijnlijk duidelijker zijn: Hoewel het IKL op de Tungeler Wallen goede dingen in gang heeft helpen zetten, trekt ze een te grote broek aan. Als Ecologische Werkgroep Weert Zuid zijn we goed en deskundig bezig, en op die manier willen we graag verder gaan. Een concurrerende groep in het gebied, met net wat minder uitgewerkte ideeën en met een andere werkinstelling, maar die tegelijkertijd vist in dezelfde vrijwilligers vijver en subsidie los krijgt voor (hetzelfde) werk dat wij doen, komt de sfeer en het werk op de Tungeler Wallen niet ten goede.

Aanvulling en ondersteuning van onze groep (bv. t.a.v. een versnipperaar van los hout voor biomassa) kunnen we altijd gebruiken. We zijn een open groep en iedereen die met ons mee wil doen is erg welkom. 

Hoe verder op de Tungeler Wallen

Nu we de situatie op de Tungeler wallen op een rijtje hebben gezet, is het de moeite van het proberen waard om te onderzoeken welke verbeterpunten er voor de Tungeler Wallen gerealiseerd kunnen worden.

Opvallend is, dat er erg veel organisaties zijn die op de een of andere manier met de Tungeler wallen te maken hebben (zie begin).

Gelukkig lijkt iedereen het redelijk met elkaar eens over de globale richting waarin het zou moeten gaan met de Tungeler Wallen: meer openheid brengen in het gebied, de restanten van de stuifheide koesteren en de bijzondere soorten veilig stellen.

Tegelijkertijd signaleren we dat al die organisaties op geen enkele manier met elkaar overleggen, laat staan samenwerken.

Het zou al een hele stap vooruit zijn, indien we het voor elkaar zouden kunnen krijgen dat de belangrijkste organisaties jaarlijks met elkaar rond de tafel zouden gaan zitten,  waarbij dan ook de relaties met de andere organisaties een punt van onderwerp zou moeten zijn.

Om te kijken hoe we dat het beste van de grond zouden kunnen tillen, moeten we nog verder analyseren. We moeten weten wie er rond de tafel zouden moeten zitten, en vooral: wie dat het beste kan initiëren, coördineren en organiseren. In verdergaande gaan we ervan uit dat coördineren ook inhoudt initiëren en organiseren.

De soort organisatie die het meest hiervoor in aanmerking komt is de organisatie die vanuit haar positie het meest objectief kan staan ten aanzien van de belangen van al de genoemde organisaties die iets met de Tungeler Wallen te maken hebben. Een organisatie dus, die met zo min mogelijk eigenbelang te werk kan gaan.

Daarmee vallen de professionele organisatie eigenlijk al af. Professionele organisaties hebben naast hun statutaire doel, ook als doel zichzelf in stand te houden. Daarvoor willen ze zichzelf profileren, zich laten zien. Ze willen zich onderscheiden ten opzichte van andere organisaties. Ditzelfde verhaal geldt voor veel beroepskrachten van deze organisaties. Zij willen zichzelf graag profileren. Hun carrière lijkt daarvan afhankelijk.

Deze houding zowel naar binnen toe als naar buiten toe, is een wezenlijk andere basishouding dan een houding die gericht is op samenwerking.

Er zijn weinig organisaties of personen die doorzien dat een echte samenwerking op basis van gelijkwaardigheid voor alle betrokkenen een beter resultaat oplevert dan zichzelf profileren ten koste van anderen.

Al het voorgaande gelezen hebbende, kunnen we voor de Tungeler Wallen het beste zoeken naar een organisatie die vanuit haar structuur weinig op zichzelf gerichte belangen heeft.

 

Een vrijwilligersorganisatie mist in ieder geval de belangen die gepaard gaan met het veilig stellen van betaalde arbeid. Kleine vrijwilligersorganisaties zullen primair gericht zijn op hun doel. Hoe groter en gestructureerder een vrijwilligersorganisatie is geworden, hoe meer ze gericht zal zijn op instandhouding van de eigen organisatie.

Er zijn nog andere organisaties: overheden worden geacht ieders belangen te behartigen.

Voor een gebied als de Tungeler Wallen waarbij zoveel organisaties betrokken zijn, lijkt daarom de ter zake overheid, de gemeente, de meest voor de hand liggende organisatie om een coördinerende rol te spelen.

Dat gemeente Weert ook nog een eigen belang heeft, schept betrokkenheid. Weert mag zich groenste regio van de wereld noemen, en dan draag je verantwoordelijkheid voor die titel. Je wilt niet de meest verwaarloosde groene regio van de wereld worden. Een punt is in deze al genoemd: het overal slingerende takkenhout dat in een zuur gebied de biodiversiteit verarmt.

Verder is de gemeente uitvoerend betrokken bij het gebied, waardoor zij bij de andere organisaties een graag geziene gesprekspartner is. Zij voert taken uit aan de wegen en aan de bermen, en heeft een verantwoordelijkheid op gebied van brandpreventie.

Een mogelijk minpunt van de gemeente in de coördinerende rol is, dat gemeente Weert geneigd is de grote natuur organisaties als haar natuurlijke gesprekspartner te zien, en in mindere mate haar burgers, de vrijwilligers.

Indien gemeente Weert al de betrokken organisaties een gelijkwaardige plaats weet te geven, zal zij veel positiefs kunnen bijdragen aan de samenwerking op de Tungeler Wallen.

Organisaties die wat betreft hun positie deze rol van de gemeente over zouden kunnen nemen, zijn het NMC en het bureau van het Kempenbroek. Bij hen is er echter (helaas) geen gerichtheid op dit soort taken.

Wij willen de gemeente daarom verzoeken de coördinerende rol voor een bijeenkomst met de organisaties die betrokken zijn bij de Tungeler Wallen op zich te nemen.

Als de gemeente deze rol niet op zich wil nemen, dan vinden wij onszelf als vrijwilligersorganisatie die bovendien beschikt over enkele mensen met voldoende individuele capaciteiten, een goede tweede om deze rol op zich te nemen.

Voor de duidelijkheid: vooralsnog denken wij slechts aan een jaarlijks overleg om de verschillende activiteiten op elkaar af te stemmen. Het gaat dan wel om een overleg dat vóór het komende beheerseizoen zou moeten plaatsvinden. Direct na de zomer van 2015, liefst ongeveer eind augustus, zou een goed tijdstip zijn.

Naast de gemeente Weert denken wij voor een eerste bijeenkomst vooralsnog aan volgende organisaties: Vereniging Natuurmonumenten, stichting IKL, de Unie van Bosgroepen, en Ecologische Werkgroep Weert Zuid.

Frans      Smit

10 maart 2015

Ecologische Werkgroep Weert Zuid.

Bie Toos en Bie René: Iets meer zand door de foto techniek. Maar wel een wensbeeld. foto Helma.