Verslagen Centrale Zandwinning 2015

Verslag inventarisatie Oevers CZW, 11 juli 2015.

Bloemrijke oever aan de CZW plas. foto Marjon Hoogendam.
Het was een prachtige zonovergoten ochtend. Ad zat al ruim voor 9.30 uur op het bankje bij de Biodiversiteitsmeter, dus Frans kon direct bijschuiven. Marjon had Els opgehaald. Het was kennelijk ook op veel andere manieren een vakantiedag, want we bleven met zijn vieren.
We wilden de “overige oevers” gaan inventariseren. De kweloever tussen plas en kanaal hadden we vorige keer gedaan, nu dus de rest van de oevers van de grote plas.
Vanaf het biodiversiteitsbord recht naar beneden kwamen we bij een stukje bloemrijke oever waar de kleuren vanaf spatten: paarse Kattenstaart, gele Moerasrolklaver en Kluwenzuring. Dichter bij de grond het Rood Guichelheil en de diep paarse Brunel. En daartussen een verscheidenheid aan soorten die de teller van onze inventarisatie snel deed oplopen.
Water groenig, mogelijk van de algen. Dan zou het schuim algenschuim kunnen zijn. foto Marjon Hoogendam (klikken voor vergroting)
In het water Naaldwaterbies, maar dat was hard achteruit aan het gaan. Mogelijk is de oorzaak hiervan dezelfde als waaraan we dachten bij de kweloever: sterk toenemende voedselrijkdom. Het water zag er ook minder helder uit dan vorig jaar. Het was troebeler en groener. Ons leek het groen in het water het meeste op (micro)algengroei. Het lijkt raadzaam om te blijven volgen wat hier precies gebeurt. Blauwalgen (cyanobacteriën) zou geen leuke ontwikkeling zijn.
 
Schuin aflopende oevers zou ook als tijdelijke maatregel veel natuurwinst opleveren. De rode waterlely's zijn tuinplanten. foto Marjon.
Even verderop waren de oevers met de shovel aangeschoven, en was het zand nog kaal. Wie weet, staat hier volgend jaar net zo een bloemenpracht. Maar we vonden het toch jammer dat er niet even met ons was overlegd. Vorig jaar hadden we al geschreven dat er veel natuurwinst te behalen zou zijn als de oevers langzaam schuin aflopend gemaakt zouden worden. Dus zonder een plotseling steilrandje aan de waterkant. Nu zal de bloemenzee niet erg breed worden. Het kan veel breder en daardoor nog mooier.
 
Zonnedauw en Moeraswolfsklauw, nu bedolven onder het zand.
Om de bocht was het aanschuiven van het zand minder onschuldig gebleven. Er lagen vorig jaar twee plateautjes iets hoger dan het wateroppervlak. Hier groeide de zeldzame oerplant en Rode lijst soort Moeraswolfsklauw. We hadden hem elk jaar zien uitbreiden. Wat er echter ook groeide en bloeide was Kleine zonnedauw. En deze plant is beschermd. Helaas had men deze plateautjes ook maar gelijk “netjes” aangeschoven. We zagen nog enkele plantjes Moeraswolfsklauw. Maar de Kleine zonnedauw was verdwenen. Formeel betekent dit, dat men hier de Flora en Fauna wet heeft overtreden. Even met ons contact opnemen had dit kunnen voorkomen. Het is een volkomen onnodige overtreding. Maar we zijn ook teleurgesteld. Op deze manier zijn we een beetje voor Jan Joker aan het werk. We steken veel energie in de inventarisaties, in uitwerking ervan en in de adviezen. Als er dan vervolgens niets mee wordt gedaan is het echt jammer van die energie.
Ook even verderop, om de bocht parallel aan de Heihuisweg was er wat verkeerd gegaan. Het heet hier niet voor niets Heihuisweg: de weg naar het Heihuis (op de hoek van de Diesterbaan). En hier groeide ook hei. Na de shovels echter een heel stuk minder. We moeten echt zuinig zijn op de plekjes met hei.
Zoek de sprinkhaan ! pas als hij vliegt zie je het spectaculaire blauw van zijn vleugels. foto Marjon.

Maar, niet alle bijzonderheden zijn weg. We troffen hier een aantal zeldzame Blauwvleugelsprinkhanen. Dus, laten we vanaf nu maar wat zuiniger omspringen met dit droge stukje !!

Jammer trouwens dat het eikenbosje op de hoek weg was gehaald. Als men er met de oeverlijn omheen was gegaan, zou het vooruit gestoken hebben in de plas. Een vogelschermpje en een gevelde boom om op te zitten, en het zou een mooie hangplek voor vogelaars zijn geweest. Met de zon in de rug en mooi uitzicht over de plas. Over het kappen van het bosje was wel met ons overlegd. We hebben negatief geadviseerd. Maar het plan van het bestek gaat voor, de CZW moet daarnaar handelen. En een vooruitstekend bosje staat niet in het plan..... We moeten toch maar eens met bevoegde instanties praten of er iets minder rigide met de inrichting omgegaan kan worden. Kleine wijzigingen in plannen van tig jaar geleden die positief zijn voor de natuur zouden ons inziens tussentijds gerealiseerd moeten kunnen worden.
We zijn nog verder gelopen richting de witte boerderij. Niks zeggen, maar daar nestelen de Oeverzwaluwen in de steilrand.
Na dat schouwspel zijn we rustig teruggelopen. De Keizerskaars hebben we ook nog genoteerd. Daarmee kwamen we in totaal aan 92 soorten. We noteerden hem niet zozeer omdat hij echt op de oever stond, maar omdat hij zo mooi is, en omdat de bloemen miegelde van de insecten.
 
Frans Smit
18 juli 2015
Oever met mooie kleurtjes, dát wel. Het bruin is ijzer(oxyde), maar het groen moet in de gate gehouden worden. foto Marjon Hoogendam

Verslag inventarisatie Kweloever CZW, 27 juni 2015

De helft van de aanwezigen, bezig met het inventariseren van de kweloever tussen het zandige talud links en de slufter. foto Gerard Stals.
Nadat vorige keer de inventarisatie in het (regen)water was gevallen, hadden we deze keer prachtig inventarisatieweer. De opkomst was navenant: Els, Jac Janssen, Jack Hendriks, Ad, Piet, Geer, Ruud en Frans. We waren bij elkaar gekomen bij het Biodiversiteitsbord van de Centrale zandwinning aan de Heihuisweg. We wilden de kweloever tussen het het moerasbos (c.q. de poelenstrook) langs het kanaal en de plas inventariseren. Het kanaal “lekt” water door de dijk, en zorgt vervolgens voor zeer bijzondere vegetatie. Eerst stroomt het door het moerasbos met (nu droogstaande) poelen en loopt vervolgens onder het talud weg. Daarna stroomt het over de oever naar de plas en botst daar op het zure Kempenwater. Tenminste, zo was het de afgelopen jaren. Maar het is erg raadzaam de ontwikkelingen in dergelijke bijzondere situaties elk jaar goed te blijven volgen. Monitoren heet dat.
 
Kikkerpoel met (Poel-?)kikker op het afstervende Drijvend fonteinkruid. foto Ruud.
Vanaf het Biodiversiteitsbord passeerden we eerst een stukje droog zand voordat we bij de eerste natte situatie kwamen die we wilden inventariseren. Dat is een gegraven “kikkerpoel”. Kikkers waren er dan ook genoeg. In deze poel zijn met de shovel scheppen grond met Kleine zonnedauw en Veenmos van elders op het terrein in de poel gebracht. Als er ergens Zonnedauw staat en je wilt er bv. toch een zandhoop maken, moet je een “mitigerende” maatregel nemen, want zonnedauw is beschermd. En dan regel je dat in samenspraak met ingehuurde ecologen gemakkelijk zo. Maar het lijkt wel te lukken: de zonnedauw verspreid zich duidelijk op de natte zandige oevers van de poel. Ook de Moeraswolfsklauw breid zich daar uit. Dat was wel even spannend, omdat hier vorig jaar de Slootjesdag was gehouden. Hordes kinderen die met schepnetjes in het water op zoek waren naar waterbeestjes. De natuur blijkt dus wel tegen wat spelende kinderen te kunnen (de vele jonge (te) Kleine Watersalamanders die ze vingen echter niet...).
De poel zelf gaf wel reden tot zorgen. Vorige jaren stond er een beetje Drijvend fonteinkruid en veel Duizendknoopfonteinkruid. Nu stond er alleen nog maar (veel) Drijvend fonteinkruid dat erg klein was gebleven en aan het afsterven was. Het Duizendknoop fonteinkruid was totaal verdwenen. En dat is jammer, want deze soort hoort bij de groep planten van het Oeverkruidverbond, een groep planten
die kenmerkend is voor de bijzondere situatie die veroorzaakt wordt door de kanaalkwel.
Daarna liepen we verder, langzaam, want we kwamen plantjes tegen die een beetje uit het geheugen van sommigen van ons verdwenen waren. En dan komen de boeken tevoorschijn. Ondertussen had Jack al met afgrijzen naar de vele opslag van Grauwe wilg gekeken. Nog even, en dan is alles hiermee dichtgegroeid. Maar de Pitrus waarin we gaandeweg terecht waren gekomen sloeg alles. Die blijkt daar manshoog, en de lengte van Jack is 1.85 mtr.... het moet hier dus onder het zandige oppervlak erg fosfaatrijk zijn.
een zee van bloeiend Loos blaasjeskruid.... foto Jac Janssen
Zo bereikten we de slufter. En dan sta je ineens te kijken naar een zee van bloeiend Loos blaasjeskruid, een “vleesetend” waterplantje, dat met prachtige gele bloemen boven de waterspiegel bloeit. Tegelijkertijd geeft het echter wel te denken, want zo gemakkelijk bloeit het niet. Het bloeit alleen onder voedselrijke omstandigheden. En dat is hier niet de bedoeling. Waar die voedselrijkdom vandaan komt werd duidelijk toen we aan de oevers liepen. Onze voetafdrukken werden zwart en de lucht die vrijkwam stonk naar zwavel. De zandwinning heeft hier kanaalslib gestort.
door elkaar geklutste biotoop. Op de voorgrond Pilvaren met daartussen Grote lisdodde. In het water Loos blaasjekruid en op de oevers manshoog Pitrus. foto Gerard Stals

Ook hier is het Duizendknoopfonteinkruid verdwenen, en op de oevers was de Naaldwaterbies vervangen door Pilvaren. Dat is ook een bijzondere soort, maar kan bij een grotere voedselrijkdom beter gedijen dan Naaldwaterbies. Er stond zelfs een prachtige Witte waterlelie, ook een soort van zeer voedselrijk. Verdwenen waren vierkante meters met zeldzame Kruipende moerasweegbree aan de uiteinden van de slufter. We zagen hier en daar nog een enkel bloemetje. Hun plaats was ingenomen door Pitrus.

 
Afstromende kanaalkwel begin 2014. Dergelijke beelden hebben we in2015 niet gezien. foto Marjon.
Het gestortte kanaalslib is een belangrijke factor waardoor de de planten van het oeverkruidverbond verdwijnen. Een andere factor is de kanaalkwel die duidelijk minder is dan in vorige jaren. Dat kan door de droogte komen. Daarbovenop is de hoeveelheid water die uitstroomt waarschijnlijk ook lager sinds Rijkswaterstaat een nieuwe damwand langs het kanaal heeft geplaatst. In 2014 was daarvan nog niets te merken. Begin 2015 is de damwand echter aangevuld met leemachtige grond. Mogelijk ligt hier een oorzaak (en dan ook een oplossing). Ook kan meespelen dat het moerasbos met de poelen steeds verder aan het verdrogen is, waardoor het geen bufferende werking, geen reservevoorraad kwelwater meer heeft.
Op een stukje van een hooguit 10 meter was wel nog kwel aanwezig. Hier troffen we Moerashertshooi aan en (veel) Vlottende bies met haar speciale appelgroene kleur. Deze soorten behoren dan prompt weer wel bij het Oeverkruidverbond.
De strook tussen het talud en de oever gaf ten aanzien van de planten van het Oeverkruidverbond hetzelfde beeld van zware achteruitgang. Hier alleen nog Veelstengelige waterbies en een beetje Knolrus.
De kikkerpoel verderop bij de zandhopen was opgedroogd. Eromheen was de Kleine zonnedauw iets toegenomen.
Vorig jaar waren er berichten geweest over de uiterst zeldzame Kleinste egelskop. Dit soort berichten duiken in onze gebieden elk jaar wel ergens op. Tot nu toe bleek het altijd te gaan om klein uitgevallen Kleine egelskop. Maar omdat in theorie de mogelijkheid wel aanwezig is, is het altijd zaak dergelijke waarnemingen te checken. Langs de slufter hadden we dat al gedaan. Nu nog de “eilandjes”. Frans had de lieslaarzen aan en heeft alle oevers nagelopen. Géén Kleinste egelskop. Ondertussen was de groep rustig richting Biodiversiteitsbord gelopen. We hadden een nuttige inventarisatie gehad, maar we waren wel tot de conclusie gekomen dat er snel iets aan beheer moet gebeuren.
 
Ecolologische Werkgroep Weert Zuid bezig met beheerwerk aan de poelen in het nu droge moerasbos. foto Jan Geelen
De bereidheid om iets aan beheer te doen, zeker om dat te ondersteunen, lijkt aanwezig bij de CZW. Als Ecologische Werkgroep Weert Zuid doen wij inmiddels op vrijwillige basis al drie jaar iets aan beheer van de poelenstrook. Afgelopen winter jaar was dat vooral bomen kappen bij de poelen aan de Heihuisweg, Amerikaanse eiken. Dat hebben wij samen met de scouts van st. Maarten gedaan. Ook zijn er samen met de mensen van de CZW bomen gekapt, buiten werktijd, maar wel met gebruik van de werktuigen van de CZW. Er zou echter veel meer gedaan moeten worden in deze strook bos.
Voor de opslag van Grauwe wilg en andere opslag hebben we vorig jaar geprobeerd een kudde schapen aan te trekken. Dat is niet gelukt. De bedoeling is nu dat een herder die met zijn kudde meer gebieden van Kuijpers Kessel (o.a. CZW) begraast, dit jaar ook hier komt doen. Maar hij moet wel snel komen! Wat ook zou kunnen: op het moment is de strook zo droog dat de Pitrus gemaaid zou kunnen worden.
Maar zoals gezegd: de wil lijkt aanwezig bij de CZW, maar de structuur is er nog niet. Als wij het voortouw niet nemen, gebeurt er niets. We moeten hier toch iets anders op verzinnen.
 
En verder blijkt het toch wel heel erg noodzakelijk om ook (snel!) wezenlijk iets aan de vernatting van de poelenstrook te doen. Het snel wegstromen van het kwelwater moet afgeremd worden. Er zijn al veel langer wensen en plannen om een “leemscherm” aan te brengen, een verticale sleuf met daarin leemrijk zand.
 
 
Frans Smit
30 juni 2015
Ecologische werkgroep Weert Zuid