Natuur en Landschapsvisie gemeente Weert

Open brief aan de gemeente Weert.

Betreft: Natuur en Landschapsvisie gemeente Weert 2015,
de gang van zaken.
27 mei 2015
 
Op de bijeenkomst van 7 mei 2015 werd op de bijeenkomst van “stakeholders” (= belanghebbenden) van de Natuur en Landschapsvisie door het coördinerende driemanschap aan de deelnemers gevraagd punten in te dienen die volgens hen in een Natuur en landschapsvisie aan de orde zouden moeten komen.
Omdat wij grote twijfels hebben over de manier waarop het proces van de Natuur en landschapsvisie verloopt, willen wij graag zowel onze gevraagde punten als onze twijfels in een “open brief” naar buiten brengen.
De open brief zullen we, behalve aan de gemeente Weert t.a.v. dhr. Werner Mentens, adresseren aan de Raadscommissie Ruimte en aan de deelnemers van de bijeenkomsten Natuur en landschapsvisie die we kennen. Ook zullen wij de brief plaatsen op onze site.
 
Aanleidingen open brief:
 
- De – hernieuwde – vraag op de laatste bijeenkomst om punten in te leveren, schetst in feite de stroeve gang van zake van het proces om tot een Natuur en Landschapsvisie te komen. Immers, deze bijeenkomst (7 mei 2015) was al de tweede bijeenkomst in dit kader. Dat betekent dat we nu als inbreng voor de derde bijeenkomst in de gelegenheid worden gesteld punten in te brengen. Dit lijkt op terug naar af. Immers,
al ruim voor de eerste bijeenkomst (16 april 2015) was begin augustus 2014 aan
de deelnemers gevraagd
“output” (= materiaal) aan te leveren, in te leveren voor 5 september 2014. Daaraan hebben veel organisaties gehoor gegeven.
Het lijkt er dus op, dat er punten genoeg zouden moeten zijn. (Er werd een getal van 200 punten genoemd).
We voelen ons dan ook min of meer aan het lijntje gehouden.
 
- Tegelijkertijd krijgen we het gevoel te moeten handelen volgens de aanpak die het coördinerende driemanschap voor ogen heeft.  Die aanpak lijkt ons echter nauwelijks geschikt voor het bereiken van het (oorspronkelijk) beoogde doel. Vanuit een brei van punten wil men toewerken naar een visie. Het lijkt alsof het daarbij zou moeten gaan om veel visies op veel (detail)onderwerpen.
Vanuit de doelstelling waarvoor vanuit de Structuurvisie 2025 de aanzet voor een Natuur en landschapsvisie was gegeven, was het juist de bedoeling om de grote lijnen uit te zetten, de fundamenten. De
Natuur en landschapsvisie dus als een raamwerk dat richting zou moeten kunnen geven aan de inrichting van (deel)gebieden. M.a.w:
Welke natuur/welk landschap wil je waar en waarom”.
 
-  Wezenlijk voor ons naar buiten te treden in de vorm van een “open brief” is ook, dat we nog steeds niet (van elkaar) weten wie de deelnemers zijn aan de bijeenkomst en waarom.
Weten wie wie is en vanuit welke achtergrond iemand spreekt, is wezenlijk voor een “interactief” ontwikkelingsproces.
In principe is het momenteel niet mogelijk om onderling informatie met elkaar uit te wisselen.
Sommige mensen kennen elkaar, maar we zitten soms naast mensen die we slechts kennen van het – te snelle - voorstellingrondje aan het begin van de bijeenkomst. In de (te) summiere verslaglegging worden de deelnemers niet genoemd. De uitnodiging voor de vergadering komt in BCC. Soms wordt tijdens de vergadering de achtergrond van sprekers duidelijk. Over de deelneming van een aantal organisaties zijn wij dan verbaasd. Andere deelnemers die zeker aanwezig zouden moeten zijn, missen wij. Wij denken aan Limburgs landschap, Staatsbosbeheer, het Waterschap, en de CZW (Centrale Zandwinning). Vertegenwoordiging van wandelverenigingen, menverenigingen (of een vertegenwoordiging van Weert Paardenstad!) en vereniging van recreanten valt zeker te overwegen. Over waarom organisaties al dan niet vertegenwoordigd zijn, tasten we in het duister.
 
 
Zelfs over de achtergronden van het coördinerende driemanschap weten we weinig. We kennen dhr. Werner Mentens als
senior beleidsadviseur ecologie, groen, natuur en landschap van de gemeente Weert. Van de beide andere leden, Dr. Leon Frederix en mevr. Elise Eskes weten we dat ze ieder een eigen bureau leiden, en dat mevr. Eskes landschapsarchitecte is. Verdere achtergronden zijn ons onbekend. Van horen zeggen hebben we vernomen dat beiden gefinancierd worden vanuit de provincie. In relatie met verschillende huidige ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente Weert en de invloed van de provincie daarop, zou het minimaal nuttig zijn als we inzicht zouden hebben in hun taakopdracht. De provincie probeert op dit moment nogal een stempel te drukken op Natuur en landschap van Weert. Voor het tot stand komen van een Natuur en landschapsvisie zou de regie echter juist binnen de gemeente Weert moeten liggen.

 

Als Ecologische Werkgroep Weert Zuid stuitten we bij de activiteiten die wij organiseren op onze onbekendheid met de deelnemers aan het Natuur en landschap overleg. Het leek ons een goed idee om de deelnemers uit te nodigen op onze natuurinventarisaties /excursies. Wij wilden deze richten op de in de maak zijnde Natuur en landschapsvisie. Wij kunnen de mensen iets laten zien over de natuur en het landschap van Weert. Anderzijds krijgen wij dan ook inzicht in de benadering van anderen. Echter, dit ons inziens toch wel goede en leuke idee is nu al tot twee keer toe mislukt omdat wij, ondanks herhaald verzoek, nog steeds geen deelnemerslijst hebben ontvangen. Daardoor hebben we de mensen niet kunnen benaderen.
 
 
 
Het verloop van de Natuur en Landschapsvisie tot nu.
 
Omdat het een open brief betreft, is het nuttig om enige achtergrondinformatie te geven over het (voor)traject van de natuur en landschapsvisie.
We hebben al genoemd dat de Natuur en landschapsvisie is voortgekomen uit de Structuurvisie 2025 van gemeente Weert. Deze werd eind 2013 afgerond met een goedkeuringsbesluit. De zienswijzen die door ons, het IVN en door anderen waren ingediend, zijn niet verwerkt in de Structuurvisie, maar hebben bijgedragen aan het besluit om te komen tot een Natuur en landschapsvisie. De noodzaak daarvan werd vanuit de gemeente beslist positief ondersteund.
 
Op 3 aug. 2014 kregen veel organisaties een uitnodiging voor het “participatietraject” Landschapsvisie. De uitnodiging was gericht aan wijk- en dorpsraden, belangenorganisaties, LLTB, terreinbeherende organisaties en aan het waterschap. In de aanhef van de brief werden ook de groene verenigingen vermeld.
Duidelijk werd gesteld dat het de bedoeling was om al vanaf het begin samen te werken tijdens het traject.
Toegezegd werden plenaire vergaderingen en dialooggesprekken.
Uitgelegd werd wat werd beoogd met een landschapsvisie: een antwoord geven op de vraag welkeelementen en kenmerken bepalend zijn voor de samenhang en ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Als vraag werd gesteld waar bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen – waterbeheer, natuur, recreatie, landbouw, verstedelijking - in ieder geval rekening zou moeten worden gehouden. Ook werd gevraagd hoe we het landschap en de natuur als een handelskenmerk van Weert zouden kunnen profileren.
Er werd een (mogelijke) werkplanning gegeven. Maar vooral: Er werd gevraagd om inhoudelijke output aan te leveren (voor 5 sept. 2014)
Aan deze vraag hebben een aantal deelnemende organisaties voldaan.
Hoewel algemeen gebruikelijk bij dergelijke “interactieve” processen, zijn de bijdragen van de verschillende deelnemende organisaties níet verspreid.
 
Op de eerste bijeenkomst (16 april 2015) is er vanuit de vergadering gevraagd naar elkaars bijdragen. Aanleiding daartoe was, dat het driemanschap stelde dat men stukken had ontvangen en dat men daaruit kernpunten had gedestilleerd. Men was in eerste instantie gekomen tot 200 punten. Pas later bleek, dat deze punten ook waren gedestilleerd zouden zijn uit dialooggesprekken en uit gemeentelijke nota’s. Die 200 punten had men teruggebracht tot 18 punten. Deze wilde men gaan bespreken. Vanuit de vergadering kwam veel weerstand tegen deze gang van zaken. Men wilde weten wat die 200 punten waren en waar ze vandaan waren gekomen. Ook wilde men weten aan de hand van welke criteria de 18 punten waren geselecteerd. De vergadering bleek sowieso sterke twijfels te hebben over de aanpak om vanuit punten toe te werken naar algemene uitgangspunten voor een visie. Er werd naar voren gebracht dat het tijdens het maken van de Structuurvisie duidelijk was geworden dat er behoefte was aan een alles omvattende basisvisie. Het werken vanuit punten zou waarschijnlijk leiden tot een verzameling deelvisies en doelstellingen, hetgeen dus juist niet de bedoeling was.
 
Afgesproken werd om de verschillende bijdragen van de deelnemende organisaties te verspreiden. Ook de lijst met 200 punten zou verspreid worden, evenals de selectiecriteria aan de hand waarvan men tot de 18 punten was gekomen. Er werd afgesproken om voor een volgende bijeenkomst de Kadernota Groen te bestuderen als mogelijk uitgangspunt voor een visie.
 
Op de tweede bijeenkomst (7 mei 2015) ontvingen wij samenvattingen van de visies van Ark, IVN Weert, Dorpsraad Stramproy, onszelf, Groen Weert en de LLTB. D
e volledige stukken zijn niet verspreid.
Evenmin heeft de vergadering veslagen gekregen van de dialooggesprekken. Nadere aanduidingen van de nota’s waaruit de punten waren gedestilleerd zijn ook niet gegeven. Van de Kadernota Groen 2010 was een samenvatting rondgestuurd. Van de hand van het driemanschap was een “koersdocument” bijgesloten. Na een algemene inleiding van 3 blz. gaat dit document verder met een opdeling van de gemeente Weert in deelgebieden. De 18 punten waren uitgebreid met een 19e punt: onderwijs.
Gevolg was, dat er door de vergadering opnieuw werd gevraagd naar de lijst van 200 punten, de selectiecriteria voor de 18 punten en naar het toegevoegde punt onderwijs. Ten aanzien van het koersdocument werd gezegd, dat dat een opsplitsing is in onderdelen, terwijl het de doelstelling van de Natuur en landschapsvisie is om de grote lijnen vast te stellen. Er ontstond een  discussie, waarbij de vergadering zich niet liet overtuigen door hetgeen door het driemanschap werd gezegd. Uiteindelijk leek het de woordvoerder van het driemanschap de oplossing voor de uiteen lopende ideeën over de gang van zaken, dat de vergadering alsnog punten kon inbrengen. Dit staande de vergadering en schriftelijk na de vergadering.
 
Op 11 mei 2015 kregen we de update toegestuurd met als titel: “Proces realisatie landschaps- ontwikkelingsvisie Weert”. Volgens ons wordt hier gewoon de Natuur en landschapsvisie bedoeld. Opvallend is, dat het woord “natuur” hier helemaal verdwenen is. Eerder was het woord natuur al naar achteren geschoven. In plaats van Natuurvisie, en later Natuur en landschapsvisie, was het al “Landschapsvisie voor Natuur en Landschap”geworden. Nu is het dan “Landschaps- ontwikkelingsvisie” geworden.
Het stuk is geschreven in abominabel onbegrijpelijk Nederlands. En de 18 punten die 19 punten waren geworden, waren na toevoeging van de ter vergadering ingebrachte punten ineens 13 punten geworden.
 
 
 
Opnieuw beginnen?!
Het alsnog gaan indienen van punten lijkt dus veel op opnieuw beginnen.
Mogelijk is het beter om helemaal
terug te gaan naar af, maar laten we eerst nog even doorgaan met beschrijven en analyseren.
 
Onze in te dienen punten voor de Natuur en Landschapsvisie.
 
Allereerst zouden wij graag aan de steeds wisselende naamgeving een einde willen maken. Wij stellen voor: “Basisvisie Natuur en Landschap”.
Deze naam lijkt ons het beste te passen bij de doelstelling zoals vanuit de Structuurvisie 2025 bedoeld.
 
Wij hebben voor 5 september schriftelijk punten ingediend. Onze bijdrage aan de natuur en Landschapsvisie staat
Ook onze zienswijze op de Structuurvisie is logischerwijs ingebracht voor de Natuur en landschapsvisie: http://www.ecologischewerkgroepweertzuid.nl/236266880 .
 
Van onze inbreng hebben wij echter niet of nauwelijks iets teruggevonden in de door het driemanschap geselecteerde punten, zowel niet in de eerste 18 punten als in de erop volgende 19 en 13 punten.
Wel kwamen we ergens het woord morfologie tegen, de vormgeving die moeder aarde in de loop der tijden in het landschap heeft aangebracht. Echter, in het koersdocument van het driemanschap gebeurt precies zoals wij het omschreven hebben: men noemt het, publiceert een kaart, stapt er direct vanaf, en hakt het gebied in mootjes tot deelgebieden. En in plaats van als grenzen de geomorfologische grenzen te volgen, volgt men de antropogene lijnen in het landschap; de lijnen dus die de mensen in het landschap hebben gemaakt. Vooral wegen. De mensen van de moderne tijd met hun moderne technologieën hebben deze echter vaak dwars door het landschap getrokken.
 
1, Onze “Bijdrage aan de Natuur en Landschapsvisie”.
 
Hierin proberen wij vooral inhoudelijk en fundamenteel een aanzet te geven voor een basisvisie op Natuur en landschap van Weert.
- Wij geven gemotiveerd aan dat de grenzen die de geomorfologie in natuur en landschap heeft gemaakt, in principe ook de grenzen zouden moeten zijn voor een hedendaagse indeling van natuur en landschap. Bij de kaartschetsen met op elkaar liggende kaartlagen, zouden de contouren van de
geomorfologie de dikke lijnen van de onderste kaartlaag moeten vormen. De lijnen van de vroegere moerassen geven dan de grenzen van de huidige "beekdalen" aan. De hoogtelijnen zouden de grenzen van de vroegere zandinstuiving kunnen aangeven.
In het huidige landschap zouden de vroegere moerassen herkenbaar moeten zijn. We kunnen dat bv. doen door er veeteeltbedrijven met weidegang te stimuleren. Een voordeel daarvan is ook, dat de grondwaterstand omhoog kan. De droge gebieden zouden herkenbaar moeten blijven als ‘stapstenen’ in het natte landschap”. In Weert hebben we droge parels, die met elkaar een parelketting vormen. En om in deze beeldspraak te blijven: een parelketting heeft altijd een stevige draad die de parels aaneenrijgt; de droge verbindingen in het landschap dus.
- Verder geven wij aan dat de huidige indelingen de natuur van Weert onvoldoende recht doen en dat een meer specifieke indeling voor Weert noodzakelijk is: Bos en Mozaïklandschap zou nader omschreven moeten worden. Beekdalen zijn in Weert vooral brongebieden van een laaglandbeek. De term “oude cultuurlandschappen” omvat in Weert een veelheid aan nader te omschrijven landschappen, vaak eeuwenoud, en zelfs nog ouder. Het heidelandschap onder en rond de grafheuvels blijkt ruim 4000 jaar oud te zijn.
- De (Europees) unieke biotopen van Weert zouden benoemd en geprofileerd moeten worden: brongebieden van een laaglandbeek, oude stuifzandgebieden, de zwak gebufferde poelen langs de Zuid Willemsvaart, en de overgangen daartussen.
- Daarna zouden de vele Natuur en Landschapsgebieden meer specifiek omschreven kunnen worden. De uitwerking hiervan hadden wij ons als gezamenlijk proces tijdens het maken van de Natuur en landschapsvisie voorgesteld.
 
2, Onze “zienswijze Structuurvisie”
Hierin zijn wij minder diep ingegaan op de algemene visie, maar zijn er meer conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Deze punten zijn bij elkaar gezet in een samenvatting die hier wij integraal zullen overnemen.

 

#  De intrinsieke waarden van verschillende Europees unieke biotopen die in Weert aanwezig zijn, worden te weinig of helemaal niet onder de aandacht gebracht.

#  Door een verdere specificering van de vier in de ontwerp structuurvisie genoemde landschapstypen zal het unieke van de verschillende in Weert aanwezige landschappen en hun biotopen onmiddellijk naar voren springen:

#  Specificatie van het "beekdallandschap": De omschrijvingen "bovenloop van een laaglandbeek" of liever nog: "brongebied van een laaglandbeek" mogen zeker niet ontbreken.

#  Het verdient aanbeveling aan de oude stuifheidegebieden rond Weert speciale aandacht te geven en er in een structuurvisie een aparte plaats voor in te ruimen. 

#  Ten aanzien van de zwak gebufferde gebieden langs de Zuid - Willemsvaart zou een speerpuntbeleid gerechtvaardigd zijn.

#  De overgangen tussen nat (moeras) en droog (heide) zouden extra versterkt en geaccentueerd mogen worden.

#  Het cultuur historische karakter van het buitengebied met zijn kleinschalige cultuurlandschappen en zijn half natuurlijke gebruiksgronden zou versterkt mogen worden.

#  Ik wil voorstellen kaarten over de zandruggen en het watersysteem voor heel Weert op te nemen in de onderhavige (structuur)visie.

#  De natuur en de landschappen van Weert moeten als één geheel behandeld worden. Mijn voorstel is, om op dit onderdeel de deelvisie Kempen~Broek–IJzeren Man en de Ontwerp Structuurvisie 2025 alsnog met elkaar te integreren.

#  In het bomenbeleidsplan zouden geen bomenrijen in de vroegere doorstroommoerassen gepland mogen worden.

#  In de voormalige doorstroommoerassen en beekdalen zou men aan veebedrijven met weidegang voorkeur moeten geven

#  Een (eco-)fiets - paardenverbinding over de Zuid - Willemsvaart zou twee droge biotopen met elkaar moeten verbinden

#  Ik kan niets anders dan concluderen dat we in Weert geen behoefte hebben aan, en geen ruimte hebben voor een  vijfde "bijzonder" landschapstype: de wildernisnatuur.

#  Om de Weerter natuur Europees gezien op de kaart te houden, hebben we geen wildernis met kruisingsrunderen nodig .

#  Wildernisnatuur is in Weert niet op zijn plaats.

#  Het is wenselijk om het gebied te beheren als half - natuurlijke landschap. Richtinggevende beheermethode zou dan begeleide schapenbegrazing kunnen zijn.

#  Extra voordeel van deze manier van beheren is, dat de natuur van Weert toegankelijk blijft
 
Concluderend:
 
Het is minimaal vreemd dat van al onze ingebrachte punten niets is terug te vinden in de punten zoals verwoord door het driemanschap. Tellen we daarbij de stroeve gang van zaken tijdens de plenaire bijeenkomsten op, dan geeft dat weinig reden tot vertrouwen in de goede afloop van het proces om te komen tot een Natuur en landschapsvisie zoals bedoeld met de Structuurvisie 2025.
Het driemanschap en de deelnemers aan de natuur en landschapsvisie blijken op een wezenlijk andere golflengte te zitten, zowel voor wat betreft de manier van aanpak, als voor wat betreft de doelstelling, als voor wat betreft de inhoud.
 
Het lijkt dan ook geen zin te hebben om met elkaar verder te gaan.
 
 
De politiek aan zet
 
-
Ten aanzien van onze zienswijze Structuurvisie 2025 kan het niet zo zijn dat deze uiteindelijk door de gemeente onbeantwoord blijft.
 
-
Het lijkt duidelijk dat er structureel een andere oplossing gekozen moet worden om een Natuur en landschapsvisie voor Weert tot stand te brengen.
 
- Wel blijft het volgens ons wezenlijk dat organisaties die binnen gemeente Weert bezig zijn met natuur en landschap, betrokken blijven bij het maken van een “basisvisie”. Het proces lijkt ons daarbij net zo wezenlijk als een einddoel. Het proces mag zeker niet ten koste gaan van een eindnota op korte termijn.
 
- Er is al vaker gesteld dat de Gemeente Weert te weinig de regie over haar natuur en landschap heeft. Tungeler Wallen en Wildernisnatuur met taurossen waren de voorbeelden die zich opdrongen. Beekdalen worden glad geschoven, niet geremd door welke nota’s of omgevingsplannen dan ook.
Echter, het tij is bezig zich te keren. Het zou goed zijn ook bij de Natuur en landschapsvisie de regie weer in eigen hand te nemen.
 
 
Frans Smit
27 mei 2015
Ecologische Werkgroep Weert Zuid

Bijdrage aan Natuur en Landschapsvisie 2014 gem.Weert, 2 sept.2014

Ook met subtiele bijzonderheden staat Weert landelijk bovenaan: IJslands mos op de Tungeler Wallen, extreem zeldzaam, en nergens nog zoveel als op de Tungeler Wallen. Vooral dankzij onze vrijwilligers.
Aanleiding
 
Toen eind 2013 de afrondingsfase naderde van de Ontwerp Structuurvisie Weert 2025, heeft ondergetekende een zienswijze daarop ingediend.
De zienswijze is op persoonlijke titel ingediend omdat ze slechts indirect het resultaat was van interne gezamenlijke arbeid van de Ecologische Werkgroep Weert Zuid. Gezien de vele positieve reacties op de zienswijze - het stuk staat op onze site - mag deze echter wel degelijk beschouwd worden als de weergave van de mening van de mensen die betrokken zijn bij de Ecologische Werkgroep Weert Zuid. Gemeente Weert heeft overigens dienovereenkomstig gereageerd.
 
Onze zienswijze heeft zich beperkt tot de natuur en het landschap van het buitengebied van gemeente Weert.
Mede dankzij onze zienswijze werd het tijdens de afrondingsfase van de Ontwerp Structuurvisie 2025 steeds duidelijker dat gemeente Weert vanuit de Ontwerp Structuurvisie onvoldoende kader zou kunnen bieden aan de ontwikkelingen die op natuurgebied in haar gemeente aan de gang waren (en nu nog steeds aan de gang zijn). Toegezegd is toen om betreffende en daarmee samenhangende onderwerpen apart te behandelen in een Natuur en Landschapsvisie.(eindverslag inspraak reacties ontwerp Structuurvisie Weert 2025, 12 nov. 2013)
Om er zeker van te zijn dat de punten zoals door ons naar voren gebracht in onze zienswijze voldoende aan bod zullen komen tijdens de ontwikkelingsfase van de Landschapsvisie, nemen wij aan dat deze punten specifiek geagendeerd zullen worden.
 
Bij brief van 3 augustus 2014 ontvingen wij een uitnodiging om deel te nemen aan het participatietraject landschapsvisie. In de verdere brief wordt erg duidelijk beschreven dat het gaat om een landschapsvisie voor zowel natuur als landschap.
 
Bij mail van 21 augustus heeft ondergetekende toegezegd deel te nemen aan bedoeld participatietraject als vertegenwoordiger van de Ecologische Werkgroep Weert Zuid. 

Inhoudelijke output

In de uitnodigingsbrief van 3 augustus werd tevens gevraagd om inhoudelijke output.
Mogelijk ten overvloede dien ik de genoemde zienswijze bij deze in als "inhoudelijke output" voor het participatietraject landschapsvisie. De zienswijze is voor iedereen te vinden op onze site: http://www.ecologischewerkgroepweertzuid.nl/236266880
 
Bovendien stel ik mij ten doel deze zienswijze - in samenspraak met mijn achterban - te herschrijven tot een nota over natuur en landschap.
Men zal begrijpen dat dit een tijdsintensieve doelstelling is. Het is niet voor niets dat een aantal deelnemers aan het participatietraject het schrijven van hun visie op natuur en landschap heeft uitbesteed aan ingehuurde beroepskrachten. 
 
Ik wil het stuk daarom schrijven als een voortschrijdend stuk; een stuk waar steeds op wordt ingebracht en aangevuld.
Ik stel me voor dat de aanvullingen afhankelijk zullen zijn van de behoefte en de ontwikkelingen van de participatietraject. Daarnaast zal een en ander  afhankelijk zijn van interne overlegsituaties en van de tijd die ik voor studie en schrijven ter beschikking heb.
 
Overigens hoeven wij daarvoor geen pionierswerk te verrichten. Zelf hebben wij al veel inhoudelijk werk neergelegd in genoemde zienswijze. Echter aanvullingen  en kritiek - zowel negatieve als positieve - op bestaande rapporten en visies zullen vaak duidelijkheid kunnen verschaffen. 

Verdere uitwerking en aanvullingen van onze zienswijze

Ferraris kaart 1830. (klik voor vergroting)
Nota Natuur en Landschap van Weert,
Ecologische Werkgroep Weert  Zuid
 
1. De geomorfologische grenzen als grenzen voor een Natuur en Landschapsvisie.
 
De meeste rapporten en visies over natuur en landschap die al zijn verschenen over - deelgebieden van - de gemeente Weert, beginnen met een beschrijving van de geologische en geomorfologische omstandigheden. Anders gezegd: ze beginnen met een uiteenzetting over hoe het landschap van Weert in de loop der tijden gevormd is, en welke processen daarin een rol hebben gespeeld.
Bijbehorende historische kaarten zijn razend interessant en velen buigen zich erover om te kijken hoe het plekje waar ze wonen er vroeger uit heeft gezien. 
Parnassia, verborgen oude schatten van Weert ! foto Bettina van Elk
Het is een goede zaak om voor de ontwikkeling van natuur (of landbouw, of stedenbouw) naar de ontstaansgeschiedenis van een gebied te kijken. Doet men dat te weinig voordat men start met het in gang zetten van veranderingen, dan blijken natuurkrachten soms groter dan de mens.
Bekend voorbeeld is het Naardermeer. Lang geleden heeft men geprobeerd het te ontwateren. Dat lukte niet, het meer liep telkens weer vol met het kwelwater van de Utrechtse Heuvelrug. Jac P. Thijsse en Eli Heimans konden het daardoor aankopen. Daarmee was het de eerste aankoop van V.NM.
Aan het Naardermeer stond Parnassia. We zullen zeker nog wel op dit voorbeeld terugkomen. Want, schreef Jac P Thijssen over Weert ook niet, dat hij bij Weert de Parnassia tegenkwam ?!
 
Echter,  in veel rapporten worden historische ontwikkelingen te veel alleen gebracht als interessante geschiedenis en /of als een verklaring voor hoe het landschap en de natuur van een deelgebiedje geworden zijn tot wat ze nu zijn. 
Kwel in Smeetshof, kettingdijk, Wijffelterbroek, Kruispeel enz.
Toch zien we steeds meer - maar nog steeds te weinig - dat bij de herinrichting van natuurgebieden de natuurbeherende instanties goed naar de geomorfologische omstandigheden kijken. Het inrichtingsrapport voor de Kettingdijk is daarvan een goed voorbeeld (Ecohydrologische systeemanalyse grensoverschrijdend natuurgebied Kettingdijk-Wijffelterbroek-Smeetshof, Zwolle dec. 2011, Bell Hullenaar). (Het is wenselijk dit rapport openbaar te maken.)
Net over de gemeentegrenzen van Weert is het Sarsven en de Banen een erg goed voorbeeld. http://www.sarsvenendebanen.nl/pages/documenten-en-kaarten.aspx
De ontwikkeling om bij de inrichting van natuur en landschap uit te gaan van de geomorfologische omstandigheden zouden we graag bestendigd willen zien en verder willen uitbouwen.
 
Voor de Natuur en Landschapsvisie zouden wij de morfologie graag als uitgangspunt willen zien.
 
Het is onze mening dat de grenzen die de geomorfologie in natuur en landschap gemaakt heeft, in principe ook de grenzen zouden moeten zijn voor een heden ten daagse indeling van natuur en landschap.
Op de kaart zou de morfologie de contouren van Natuur en Landschap kunnen bepalen. Zo zouden de grenzen van de vroegere moerassen de grenzen van de "beekdalen" kunnen aangeven. De hoogtelijnen zouden de omlijning van de vroegere zandinstuivingen kunnen aangeven.
In het landschap zouden de vroegere natte gebieden herkenbaar moeten zijn, bv door er veeteeltbedrijven met weidegang te stimuleren. Een voordeel daarvan is ook, dat de grondwaterstand omhoog kan. De droge gebieden zouden herkenbaar moeten blijven als stapstenen in het natte landschap. 
De indeling van het buitengebied van Weert zou daardoor voor beleidsmakers overzichtelijker en als landschap mooier kunnen worden.
Dankzij het kapwerk van onze Werk~Groep Tungeler Wallen komt er al meer mozaïek in het bos....
2. De landschapstypen; de huidige indelingen.
 
- Gemeente Weert hanteert in haar structuurvisie 2025 een indeling in slechts vier landschapstypen: het bos- en mozaïek-landschap, de oude cultuurlandschappen, de jonge ontginningen en de beekdalen.
Deze indeling is ontleend aan het rapport "Landschapskader Noord en Midden Limburg" van de provincie Limburg.
De indeling uit het rapport is echter - net zoals het hele rapport - niet dwingend. Het is een handreiking die de gemeentes wordt aangeboden bij de inrichting van het landschap.
Het rapport betreft het landschap in de betekenis van "buitengebied". Aan de plaats van de natuur als zodanig wordt in dit rapport geen invulling gegeven. Slechts in een toelichting op bijbehorend kaartmateriaal (kaart 2) wordt gesteld dat "natuurlandschap" gelezen moet worden als "bos en mozaïeklandschap".
 
- De (natuur)terrein beherende organisaties geven liever een beschrijving van de kenmerken van de soort natuur per gebied dat door hen beheerd wordt (het natuurtype).
De provincie heeft door bureaus Natuurbalans-Limes Divergens een goede indeling laten maken van de in Limburg gewenste natuur(doel)types: Provincie Limburg 2002, Handboek Streefbeelden voor Natuur en Water in Limburg.
In mijn ogen is dit (te) uitgebreide rapport voor de bijzondere natuur van Weert soms nog te beperkt.
Het "braambultenlandschap". foto Gerard Stals

- De indeling die Stichting Ark maakt is afwijkend en (te) simpel. Hoewel de schrijvers (Grontmij) van de visie van Ark "Natuur in Weert" beginnen met een geomorfologische beschrijving vanuit de geschiedenis, worden natuur en landschap uiteindelijk slechts ingedeeld naar de vorm van beheer. Systeembeheer is beheer gericht op het natuurtype. Procesbeheer is beheer door natuurlijke processen. Het beheer zoals dat door het consortium AHV voor Weert wordt voorgestaan, is procesbeheer zoals dat op gang gebracht wordt door kuddes grote grazers. Zodra deze vorm van beheer wordt toegepast, kan volgens hen het begrip wildernisnatuur gehanteerd worden. De nadruk wordt daarbij vaak gelegd op de - al dan niet vermeende terugkeer van - bijzondere soorten. Biotopen komen  nauwelijks ter sprake. Wel is er een expliciete gerichtheid op natte ontwikkelingen.

Frappant is in dat kader de in de visie opgenomen kaart in de morfologische inleiding die de droge stapstenen in het gebied laat zien. Het is een kaart met een grote duidelijkheid, die wat mij betreft onmiddellijk in de Natuur en Landschapsvisie overgenomen mag worden.
 
Het is onze mening dat door beheer door grote grazers zeer zeker een landschapstype tot stand wordt gebracht. Bij een redelijk dierwelzijnsbeleid zullen overal giftige en doornige planten gemeden worden. We krijgen dan een landschap dat wij het "braambultenlandschap" noemen. Dit bijna ongeacht de geomorfologische achtergrond van het gebied.
 
 
Meer uitgebreide indeling van natuur en landschap in Weert noodzakelijk !!
 
Het is onze mening dat voor een goede gemeentelijke Natuur en Landschapsvisie de door de gemeente gehanteerde indeling in vier landschapstypen 
verder uitgesplitst zou moeten worden.
 
Immers, onder Bos en Mozaïeklandschap kan men eigenlijk alle soorten natuur onderbrengen, zolang het geen zeeën, toendra's, taiga's of steppen zijn. Gemeente Weert beschikt echter over natuurgebieden met natuurtypen die met naam en toenaam genoemd mogen worden. En ook deze vallen onder Bos en Mozaïeklandschap. We denken dan bv. aan unieke (oude) zandverstuivingsheiden, en aan de unieke poelenstroken langs de Zuid Willemsvaart. Door gebieden te benoemen, kunnen we het unieke ervan behouden en profileren. 
opkwellend water in het Wijffelterbroek: een brongebied van de Tungelroyse Beek. foto Bettina van Elk.
Ook de verzamelterm "beekdalen" doet onrecht aan de uitzonderlijke situatie in Weert. Zeker als we de situatie geomorfologisch bekijken. Een toevoeging van het begrip "laagten" maakt de terminologie nog omvattender en geeft wat ons betreft nog meer aanleiding tot uitsplitsing.
Echte beekdalen zijn er in Weert in feite weinig. Wel zijn er brongebieden van laaglandbeken. Deze kunnen uitgesplitst worden in gebieden met korte en lange kwel, (bv. Kruispeel, Wijffelterbroek) en gebieden met alleen korte kwel (Moeselpeel, Kootspeel enz) (Phlip Bossenbroek, Het land van Peel en Maas). In de meeste gevallen zijn het doorstroommoerassen (geweest) die nauwelijks het predicaat beekdal rechtvaardigen.
 
Ook de oude cultuurlandschappen zijn van een grote diversiteit. Er zijn kransakkers, en er zijn en er waren kleinschalige landschappen met omwalde akkertjes en weides aan de rand van de doorstroommoerassen. En ook hier is het belangrijk om plaats en achtergrond en naam en toenaam te noemen om er op voort te kunnen bouwen met het huidige landschap.
 
Voor de gewenste benoeming van de types kunnen we gebruik maken van de types als genoemd in het Handboek Streefbeelden voor Natuur en Water.
 
Pas daarna kunnen we bekijken middels welke beheervorm we onze Natuur en Landschapstypen in stand kunnen houden. Maar liever nog: ze herstellen, accentueren en profileren.
 
De unieke biotopen van Weert.
 
Zoals ik al opmerkte heeft Weert dermate unieke biotopen, dat zelfs met het Handboek Streefbeelden in de hand, het lastig is om ze te typeren.
Als eerste bijdrage aan de inhoudelijke output wil ik volstaan met de unieke biotopen, zoals ik die beschreven heb in onze zienswijze op de Structuurvisie 2025, hier op te nemen.
Daarna zullen er nog meer bijdrages aan deze Natuur en Landschapsvisie volgen.
Zoals gezegd: onze inbreng wordt geschreven als een voortschrijdende activiteit
 
 
- In de structuurvisie wordt gesproken over "beekdallandschap". Meer specifiek hebben we echter in Weert te maken met "bovenloop van een laaglandbeek", waarbij in deze zeldzame situatie ook gesproken kan worden over een "brongebied van een laaglandbeek". Immers, vanuit de Hoge Kempen en vanuit de omliggende hogere gronden kwelt het water hier naar boven. Dergelijke oorspronggebieden van laaglandbeken zijn Europees gezien zeldzaam. In het vrij recente verleden vormden gebieden als Kruispeel, Kalverpeel, Wijffelterbroek en Dijkerpeel een doorstroommoeras dat gevoed werd door kwel en regenwater. Over de gemeentegrenzen vormden ze een geheel met de Ringselvennen en de gebieden op Belgisch grondgebied.

In feite kunnen we t.a.v. de Tungelroyse Beek eerst achter de Heltenboschdijk onder de Tungeler Wallen spreken van "beekdallandschap". De Vliet zou misschien meer aan het gestelde type beantwoorden.

Als zijbeek van de Tungelroyse beek werd ook de Leukerbeek gevoed door een doorstroommoeras met lokale kwel. Moeselpeel, Kootspeel en Roeventerpeel, met als aanliggend gebied de Krang, vormden de bovenloop.

Ons stuifzand: op de Europese erfgoedlijst?!

Een tweede landschap dat in de gemeente Weert aanwezig is en dat Europese zeldzaam is, is het landschap van de oude stuifzandgebieden. Al dan niet vastgelegd door heide en /of korstmosvegetaties en verspreide dennen(bosjes) zijn deze gebieden erg waardevol. Niet ver over de grens in België is men bezig dergelijke gebieden op de werelderfgoedlijst te plaatsen. 

Voor Weert noemen we de Lozerheide /Boshoverheide en Weerter en Budeler bergen, maar ook de meer met productiebos aangeplante en/of verwaarloosde stuifzandgebieden: gebieden als de Laurabossen, Stramproyerheide en Tungeler wallen. Het voorkomen in de Tungeler Wallen van het IJslands mos is zo bijzonder, dat we dit ondanks de vele andere bijzondere soorten van onze gebieden niet onvermeld willen laten.

Er zijn nog wel meer van dergelijke onder verbossing verdwenen pareltjes te vinden, zoals  bij de Grote steeg en bij Roekes. Dat een uniek gebied met extreem zeldzame soorten als de Tungeler Wallen op de gemeentelijk kaarten zelfs volledig aangeduid wordt als "bos", geeft aan dat men de waarde van deze gebieden onvoldoende weet te profileren.

Alle reden dus om de oude stuifheidegebieden rond Weert speciale aandacht te geven en er in een structuurvisie, in dit geval in de Natuur en Landschapsvisie, een aparte plaats voor in te ruimen. 

Kanaalkwel bij de CZW met Stijve moerasweegbree. foto Marjon Hoogendam

We bezitten nog een derde europees uniek natuurtype dat niet genoemd wordt in de structuurvisie: de zwak gebufferde gebieden aan de Zuid-Willemsvaart.

Door het kanaal wordt kalkrijk Maaswater het Kempische gebieden ingevoerd. De dijken van het kanaal laten water door: ze kwellen. Deze constante aanvoer van meer mineraal en kalkrijk water dat "botst" op (buffert) het zure streekeigen water en veroorzaakt een unieke biotoop: de biotoop van de zwak gebufferde vennen. In de gehele kanaalstrook van Weert treedt dit verschijnsel op. Recente inventarisaties van onze groep aan de oever bij de Centrale Zandwinning aan de kant van het kanaal, tonen de waarde van dergelijke natuur aan. Op de meeste plaatsen langs het kanaal zijn de oevers op dit moment echter verwaarloosd en met bosopslag dichtgegroeid.

Ten aanzien van de zwak gebufferde gebieden langs de Zuid Willemsvaart zou een speerpuntbeleid gerechtvaardigd zijn.

Deze unieke gebieden grenzen aan elkaar en hebben daardoor unieke overgangen. Hierop heeft de mens in vroeger tijden constructief ingespeeld en deze unieke overgangen nog unieker gemaakt.

 
De unieke gebieden van Weert bij naam:
 
Elk gebied heeft weer zijn eigen bijzonderheden. Zo komt er bv. op de Stramproyerheide een soort rendiermos voor (Gebogen rendiermos), dat niet op de Tungeler Wallen voorkomt.
Ik stel me voor om de aparte gebieden in het verdere verloop van de ontwikkeling van de Natuur en Landschapsvisie te beschrijven.
 
Frans Smit
Ecologische Werkgroep Weert Zuid
2 sept 2014