Verslagen inv. kanaalzones Nyrstar heide 2014

Motivatie inventarisaties 2014 kanaalstrook in de Gemeente Weert

Geïnspireerd door de positieve resultaten in de kanaalstrook bij de CZW (Centrale Zandwinning), hebben we het plan opgevat om de kanaalstrook achter de dijken te inventariseren. Overal "kwelt" het kanaal min of meer. Door de gang van het water door de dijk wordt het behoorlijk gezuiverd. Nog steeds bevat het dan veel meer mineralen -waaronder kalk - dan het zure water uit onze Kempen. Het kanaalwater is immers uiteindelijk Maaswater. Zodoende ontstaat er achter de dijken een "zwak gebufferde" biotoop. Dat wil zeggen dat door een constante aanvoer van kalk en andere mineralen er een biotoop met een minder lage zuurtegraad ontstaat. Kenmerkend is ook, dat door deze omstandigheden de situatie ook minder voedselarm is, maar nog zeker niet voedselrijk (mesotroof dus). Dergelijke biotoop is erg uniek.

Het idee is om dit inventarisatieseizoen de hele kanaalstrook te inventariseren. Dat is geen gemakkelijke opgave. Omdat ze zeldzaam zijn, zijn de soorten die we zoeken lastig te herkennen en op naam te brengen. Maar ook de wandelingen zullen niet altijd de gemakkelijkste wandelingetjes zijn. Bovendien kennen we het gebied niet. Het wordt dus nog spannend....

één van de drie speerpunten voor de natuurvisie Gemeente Weert

Het is onze mening dat deze biotoop een van de speerpunten van het Weerter natuurbeleid zou moeten zijn. Samen met nog twee andere biotopen - het brongebied van de Tungelroyse beek en de stuifzand gebieden en gebiedjes die aan de rand van het brongebied of als stapstenen erin liggen - heeft Weert drie Europees unieke biotopen. Ons inziens heeft Weert daarom geen enkele behoefte aan een nieuwe natuursoort, de wildernis-natuur, die nu geïntroduceerd wordt door Ark.
De zwak gebufferde biotoop aan weerszijden van het kanaal heeft nooit de (daadwerkelijke) aandacht gekregen die ze verdiende. Wel is het Ringselven en de Kruispeel erkend als N2000 gebied. De rietkraag langs het Ringselven is namelijk geen riet, maar het zeer unieke Galigaan. Dit groeit ook in de Kruispeel, en onlangs hebben we het aan de CZW poelen aan de Heihuisweg ook geconstateerd. Echter, de rest van deze zeer bijzondere biotoop met zijn minder in het oog springende soorten is verwaarloosd. Daarom is het zaak om de handen uit de mouwen te steken. Maar dat doen we 's winters, door de verbossing terug te dringen. Nu willen we gaan inventariseren, kijken wat er nog over is gebleven aan restanten. 

Inhoud pagina

--- verslag 30 mei 2014: Nyrstarheide Defensiedijk Zuid.

--- Verslag 18 mei 2014: Nyrstarheide, noordkant Ringselvensteeg.

--- Verslag 2 mei 2014: inventarisatie kanaalstrook Nyrstar-heide.

--- Verslag 25 april 2014: inventarisatie kanaalstrook Nyrstar-heide.

Verslag 30 mei 2014 Nyrstarheide Defensiedijk zuid

route 30 mei 2014, Piet van Nieuwenhoven.
We waren deze vrijdag met vier mensen, Marjon, Piet, Geer en Frans Smit.
Het doel van de inventarisatie van deze dag was om iets meer te weten te komen van het natte gebied tussen het pas gekapte populierenbos aan de Ringselvensteeg waar we 18 mei hadden geïnventariseerd, en de Defensiedijk.
Deze inventarisaties zijn onderdeel van ons plan om in kaart te brengen wat er nog over is van de bijzondere flora aan weerszijden van het kanaal ten gevolge van de kanaalkwel. Aan de defensiedijk liggen enkele poelen die bekend zijn van het onderzoek van John Bruinsma en Floris Brekelmans in 1997 (zie : 
De Defensiedijk in de laatste wereldoorlog opgeworpen om de Duitsers tegen te houden die eventueel langs het kanaal vanuit België Nederland binnen zouden willen vallen. De dijk had een tweeledige bedoeling; men lag zelf achter de dijk redelijk beschut, terwijl de vijand nergens in de grote uitgestrekte heide beschutting kon vinden. Bovendien was de heide een moerassig gebied, dat met water uit het kanaal extra onder water gezet kon worden. Helaas kwam de vijand echter niet via België, want anders zouden we.......
Poel hoek Kempenweg - Defensiedijk. foto Gerard Stals
Direct op de hoek van de Kempenweg en de Defensiedijk ligt de eerste poel. In deze poel groeide of zwom bijna niets. Het hield op met wat Klein kroos. Op de bodem een dikke laag rottend blad. Met dank aan de bomen, waaronder een paar forse Amerikaanse eiken. John Bruinsma liep hier rond in 1997. Dat is dus 17 jaar geleden.... Die Am. eik en veel andere bomen zullen er toen nog niet of nauwelijks gestaan hebben. Aan de kanaaldijk wel Moeraszegge, min of meer een kwelindicator. Verder een kruising van Smalle x Brede stekelvaren, Wilde gagel dat er door het weinig licht doorlatende bladerdek uitzag als Grauwe wilg, en veel Bitterzoet.
We liepen verder door een brede geul, die zeker soms water zal voeren. Langs de kanten Koningsvarens van groot tot klein, en Hoge cyper zegge. Beide soorten erg mooi om te zien.
De poel, de Defensiedijk ligt links van de foto. Foto Gerard Stals
Na ongeveer twee honderd meter kwamen we bij de grote en vrij diepe poel. Ze oogt goed in evenwicht, en is zeker een "lust voor het oog". In het onderzoek van John Bruinsma e.a. werden van de hier waargenomen soorten genoemd: het kranswier Teer kransblad, Knolrus, Drijvend fonteinkruid, Klein kroos, Riet, Kleinste egelskop, Loos en Groot Blaasjeskruid, Gewone waterbies en Mattenbies. Als we aannemen dat het door ons gevonden kranswier Teer kransblad is, en dat het gevonden blaasjeskruid beide soorten betreft (voor ons alleen bloeiend van elkaar te onderscheiden) dan missen we alleen de Kleinste egelskop. Maar dat was wel de meest belangrijke vondst aan deze poel. We zullen nog eens teruggaan, de egelskoppen staan nu nog niet in bloei.
Naast het Drijvend fonteinkruid troffen we er nu Duizendknoop fonteinkruid aan. Maar ook de Witte waterlelie, Mannagras en Gele lis. De poel balanceert op de rand van mesotroof en voedselrijk.
Leuk waren de rondvliegende juffers. We fotografeerden  Watersnuffels, Vuurjuffers, Bruine winterjuffer en Azuurwaterjuffer. Van de libellen Grote keizerlibel en Gewone oeverlibel.
Achter de poel begint het verse prikkeldraad van Ark. Dat de poel is uitgerasterd, is wel begrijpelijk. Maar waarom de aansluitende stukken met horsten Pijpenstrootje niet in de begrazing zijn opgenomen was voor ons een raadsel. Een schaapskudde zou hier goed werk kunnen doen.
We vervolgden onze weg op een paar honderd meter afstand parallel aan het kanaal. Tot onze verbazing stonden er aan de randen van het Pijpenstrootjes veld hele plekken Struikhei. Ze zagen eruit als begraasd (reeën?), maar de oorzaak zou ook het Heidehaantje van een paar jaar geleden kunnen zijn. Dit kevertje tast de heide erg aan, maar daarna herstelt de heide zich weer met jong groen.
Het natte stuk, met op de achtergrond de laatste populieren van het populierenbos. foto Gerard Stals.
Naarmate we meer richting het gekapte populierenbos van de vorige inventarisatie naderden, werd de heide steeds natter, zo nat, dat er Dopheide groeide. We hebben gezocht naar de jonge planten van Klokjesgentiaan, maar (nog?) niets gevonden. Eigenlijk was het hier ook wel wat te ruig. Bovendien werd de boden steeds natter en veniger. Afgestorven pollen veen, met daartussen pollen levend veenmos en enkele plantjes Veelstengelige waterbies. De Wilde gagel die er volop stond leek wel gesnoeid. De percelen zijn van Defensie geweest. Mogelijk hebben zij hier enig onderhoud gepleegd, net als op de plekken waar we hei signaleerden.
Waren we vorige keer afgebogen om het natte stuk, ook deze keer hebben we dat gedaan. Nu bogen we af richting kanaal. Om bij het kanaal te komen moesten we ons een weg banen door de Galigaan. Gelukkig vonden we een plek die wat minder problemen opleverde. Echt mooi staat de Galigaan er overigens niet bij, weinig bloeistengels. Meer bij het kanaal vielen de bijzondere soorten tegen. We troffen er IJle zegge, Bosbies, Kale jonker en ook weer Moeraszegge en Gele Lis. We dachten dat het hier natter zou zijn. Hopelijk houden de nieuwe damwanden die in het kanaal geplaatst zijn de kwel niet teveel tegen. Aan deze kant van het kanaal heeft Rijkswaterstaat geen maatregelen getroffen om de kwel in stand te houden. Aan de overkant bij de CZW hebben wij er samen met Groen Weert om gevraagd. Daar zijn op een aantal belangrijke plekken kortere damwanden gebruikt.
Na nog een grote plek Heermoes gepasseerd te zijn, kwamen we weer bij de eerste poel uit. We weten weer iets meer over het gebied.
niet zo ver hier vandaan.... foto Bettina van Elk.
Aanbevelingen en discussie:
- Om de poelen langs de Defensiedijk weer de natuurwaarden van enige jaren geleden te geven, zouden de poelen vrij gemaakt moeten worden van de meeste opslag aan bomen.
- ook in de kanaalzone zouden bomen gekapt moeten worden. 
- om meer mensen dit mooie stukje natuur te kunnen laten zien, zou de defensiedijk een grotere rol kunnen krijgen in de ontsluiting van het gebied. Dit ook ongeacht de vraag of in het gebied zomaar wegen afgesloten mogen worden ten behoeve van begrazing.
- het zou een verruiming voor de bijzondere vegetatie betekenen als de zuid oevers van de poelen en de geul afgeschuind kunnen worden, zodat en een grotere randzone ontstaat.
- gefaseerd zouden de afwateringsgreppels dichtgeschoven kunnen worden.
- bekeken zou kunnen worden of een groot deel van het uitgerasterde stuk een gedeelte van het jaar in de begrazing opgenomen zou kunnen worden.
- Begrazing door schapen lijkt een nog betere optie.
 
Frans Smit
31 mei 2014
Ecologische Werkgroep Weert Zuid.

Verslag 18 mei 2014. Nyrstarheide, noordkant Ringselvensteeg

Damastbloem met Koninginnepage. foto Gerard Stals
Deze keer wilden we vanaf de Ringselvensteeg in noordelijke richting de kanaalzone inventariseren. We waren met zijn vijven: Els, Jac Janssen, Geer Stals, Linda en Frans. De eerste keer op een zondag, en wat mij betreft gezien de opkomst voor continuereing vatbaar.
Soms loopt een inventarisatie anders als gepland, door mensen en door terrein. We hebben deze keer ook een groot stuk van het droge gedeelte bekeken.
We begonnen met het populierenbos langs de Kempenweg. Dit is grotendeels gekapt om de vegetatie van de kanaalzone terug te krijgen. Goede actie dus. Er staan nog enkele populieren en enkele stammetjes van ongeveer een meter vanwege de Hoornaarsvlinder. De rups ervan leeft in populierenhout. Voorlopig is het stuk echter nog veel te voedselrijk voor de gewenste vegetatie door het jarenlang verrijken met populierenblad. Maar in plaats van metershoge brandnetels staat hier de Damastbloem en Vingerhoedskruid, en dat is toch stiekem toch heel wat leuker om te zien. Ze zijn hier terecht gekomen doordat imkers ze hebben uitgezaaid als honingbloemen. Overigens geen slecht idee voor een schrale heide met veel insecten. Die willen toch ook wel wat nectar en stuifmeel.
De vernatting van het gebied kan beter, omdat de kanaalsloot nog aanwezig is en het kwelwater afvangt. Het prikkeldraad van Ark is voor de sloot gezet. In deze sloot naast Echte en Avond koekoeksbloem slechts de meer gewone soorten van nat, zoals Kale jonker, Koninginnekruid, Bitterzoet, Gele Lis, Moerasmuur en Smalle stekelvaren.
Achter het voormalige populierenbos is het prikkeldraad middenin het gebied gezet, zodat wij er recht tegenaan liepen. Daarachter is de kanaalzone duidelijk natter. We signaleerden daar Galigaan, Wilde gagel en Grauwe wilg. Waarom de paarden runderen niet in deze ruigte mogen - al dan niet tijdelijk - is ons vooralsnog onduidelijk. Wij hebben het idee dat ze juist op dergelijke plekken voor wat meer openheid zouden kunnen zorgen. Wij hebben ons deze keer niet in deze ruigte gewaagd, dat doen we een volgende keer. Mogelijk treffen we hier nog de zeldzame soorten van het gebied aan.
vernatting, al dan niet gedeeltelijk door kwel. foto Jac Janssen.
Langs het prikkeldraad lopend, kwamen we toch in een spectaculair stukje. Het was nat en duidelijk pas sinds kort. Mogelijk is de gewenste vernatting hier al op gang aan het komen. Verheugend waren de duidelijke kwelaanwijzingen die we aantroffen: de op olie lijkende bacteriefilm op het water. De paarden hadden het Pijpenstrootje kort gevreten. De Grove den stond in het water, maar de soorten die bij water horen waren niet aanwezig. Behalve Pijpenstrootje dan, en verdrogende Gagel die daar zeker niet sinds gisteren stond. Hopelijk gaat het er binnenkort al beter mee.
We trokken verder langs het prikkeldraad en kwamen voorbij een stuk waarop ooit geboerd is, maar dat al langer geleden ingeplant is, mogelijk als boscompensatie. Gelukkig komt het bos niet tot ontwikkeling. Ook in de flora is de mensenhand hier aanwezig: Lupine, Vingerhoedskruid en Late guldenroede. Maar ook Geoord helmkruid, Hennepnetel, Gewone klit en Boskruiskruid.
heischraal richting populierenbos. foto Marjon Hoogendam.

Bij de Defensiedijk aangekomen zijn we linksaf gegaan. Hier de vegetatie van de heischrale graslanden. We troffen er de Akkerhoornbloem, en verderop waar een pad het gebied ingaat Zandblauwtje, Buntgras, Biggenkruid, Stijve klaverzuring, Fijn Schapengras en Driekleurig viooltje. We zijn nog in de voormalige boerenschuur gaan kijken. Goed om dergelijke bouwsels uit het verleden in het landschap te laten staan.

Na de voormalige akkers kwamen we in het voormalige populierenbos. Hier stond in de elzensingel de Gevlekte scheerling manshoog en al bijna in bloei. Kennelijk houdt ze van de beschutting, want in het voormalige populierenbos was ze nog lang niet zover.
Even verder kwamen we weer op de Rinselvensteeg. Daar kwamen we niet veel nieuws meer tegen. Behalve dan bij de kempenweg de Brede wespenorchis en...een Bont dikkopje.
 
Frans Smit
Ecologische Wekgroep Weert Zuid
25-05-2014

Verslag 2 mei 2014, inventarisatie kanaalstrook Nyrstar-heide.

Route 2 mei 2014. Piet van Nieuwenhoven. (klik op de foto voor vergroting)
VERSLAG inventarisatie 2 mei 2014 Nyrstar heide. 
 
Op vrijdag 2 mei trokken we naar de Nyrstar heide. Deze keer wilden we inventariseren langs de andere kant van resp. de Boshoverheide Lossing en de Verlegde Tungelroyse Beek (vorige week hadden we de strook tussen Kempenweg en beide beken gedaan) . Voor de duidelijkheid: er bestaat een naamsverwarring over dit gebied. Loozerheide staat op de kaart, maar de meeste mensen kennen de Lozerheide (met één o) als het gebied met de vloeiweides en bosaanplant dat in België ligt tussen de Zuid Willemsvaart en het Kanaal Bocholt Herentals. Wijzelf noemen de heide die van de zinkfabriek is geweest meestal de Nyrstar heide. Maar het blijft lastig, want de zinkfabriek heeft vroeger ook Budelco geheten, en onder die naam is er ook over het natuurgebied geschreven.
 
We verzamelden ons weer op de hoek van de Ringeselvensteeg en de Kempenweg. Marjon was er, en Harrie Vossen, Piet, Geer vanne Smeed en Frans.
Net op het moment dat wij aankwamen, verliet er een van de Exmoor paardjes het gebied. Dat wil zeggen: in een paardentrailer. Jos Cornelissen was erbij. Toen ze weg waren, wilde de achterblijvende kudde achter hun hengst (denk ik) aan, en ze renden als gekken heen en weer. Een veulen kwam daarbij nog in de lossing terecht, maar wist zich uiteindelijk toch te redden.
Frans ontdekt Veelstengelige waterbies. Op de achtergrond veenpluis en Pijpenstrootje. Foto Marjon Hoogendam.
Wij kwamen weer voor de plantjes van de kanaalzone, dus voor zover het gebied onder invloed staat van de kanaalkwel. Er staat overal veel Pijpenstrootje en waar de hoeveelheid water remmend werkt op Pijpenstrootje staat veel Veenpluis. Slechts op een plek troffen we Veelstengelige waterbies aan, maar het bleef vooralsnog de enige indicator van de zwak gebufferde situatie die we daar aantroffen. Meer richting Oude Tungelroyse Beek groeide veel Riet. Met daartussen dan toch Duizenknoop fonteinkruid.
Nadat we het verse prikkeldraad en de Oude Tungelroyse beek gepasseerd waren, troffen we enige tekenen van menselijke activiteit aan in de vorm van een jachthut en een vlonderpad door het moeras. Het vlonderpad was als initiatief van Nyrstar ooit voor educatieve doeleinden bedoeld; de voor dit gebied kenmerkende Galigaan is vanaf dit pad goed te zien. Ik had echter wel het idee dat de Galigaan is afgenomen en de hoeveelheid Riet toegenomen - ik ben hier in 2009 met een Floron km hok inventarisatie geweest en had me toen verbaasd over de enorme hoeveelheden Galigaan. Deze inschatting kan echter subjectief zijn. Tussen het Riet groeit veel Bitterzoet en bij het vlonderpad enkele gewone moerasplanten als Watermunt.
Verdroging, greppels, oude Struikheide en Pijpenstrootje. Foto Marjon Hoogendam.
Verder doorlopend langs de Verlegde Tungelroyse Beek werd het steeds droger. Uiteindelijk zelfs uitgesproken droog, met een vegetatie die werd overheerst door Pijpenstrootje. (In totaal hebben we overigens in de Pijpenstrootjes pollen drie Levendbarende hagedissen gezien.) In dit stuk waren nog hele plekken met echt oude Struikhei, en Pijpenstrootje dat - verbazingwekkend - géén pollen had gevormd. Ook hier en daar kwijnende Gagel. Aan de ondieptes en de greppels te zien, moet het hier ooit erg nat zijn geweest. En misschien is de verdroging nog steeds voortschrijdend. Tijdens de Floron week in 2009 hebben we in dit gebied nog Ongelijkbladig Fonteinkruid gevonden. Ik kan me niet meer herinneren waar dat was, maar nu is dat niet meer voor te stellen.
We vroegen ons af in hoeverre de laagtes hier het werk van mensen is geweest. Een put leek in ieder geval erg onnatuurlijk. Er lag een echte wal om -zelfs met Grasklokjes erop - en we dachten aan een oude bomkrater. 
De verdroging van het gebied zal zeker mede veroorzaakt worden door het GBS van Nyrstar, het Geo-hydrologisch Beheerssysteem. Door water op te pompen wordt er voor gezorgd dat het in het verleden vervuilde grondwater zich niet verder verspreidt. Maar de Verlegde Tungelroyse beek ligt hier diep. Zij zal daardoor ook een erg wateraantrekkende invloed op het gebied uitoefenen. Als mitigerende (afzwakkende) maatregel zou bekeken kunnen worden in hoeverre deze lossing nog noodzakelijk is voor de waterafvoer van het Ringselven. De beek wordt nog slechts zelden gebruikt omdat hij met het water ook de verontreinigingen vanaf het oude AKZO terrein meeneemt. Misschien is demping een optie, of anders zou een ingegraven (riool)buis een optie zijn.
Mogelijk onnodige grave. foto Marjon Hoogendam.
We zijn teruggelopen langs de oever van de gesaneerde klaarvijver, in de volksmond de Zinkpeel, maar liever genoemd Ringselven Oost. Hier ligt en soort dijk met aan de andere kant een diepe greppel, waarvan de noodzaak onduidelijk is. Ook hier kan als anti verdrogingsmaatregel aan demping gedacht worden. We troffen hier trouwens enkele oudere sporen van de Bever aan. We zijn de Oude Tungelroyse beek overgestoken en langs de oever ervan teruggelopen. We zagen enkele dikke karpers en een school kleinere visjes, prima formaat voor eventuele IJsvogeltjes, die wellicht ook profijt hebben van het iets opgewarmde water. Op de grens van provincie Brabant en Limburg, tevens de grens van de waterschappen, staat een meetinstallatie. Goed dat er zorgvuldig gelet wordt op de kwaliteit van het water dat Limburg binnenkomt.
Toen de weg zich splitste, hebben Harrie en Piet de kortste weg naar de auto's genomen. Wij bleven nog even kijken bij de poelen die er lagen, en vonden Moeraswolfsklauw. Daarna zijn we richting ingepakte jarosietvelden gelopen. Hier troffen we uiteindelijk toch nog een Bont Dikkopje aan. In de verte hoorden we Krekels. Langs het hek zijn we naar het volgende pad gelopen. Daar hadden we vorige week al gekeken naar het werk dat Ark aan het uitvoeren is. En dus konden we nu snel doorlopen.
 
Frans Smit
Ecologische Werkgroep Weert Zuid
4-05-2014.
Moeras wolfsklauw. foto Marjon Hoogendam
Bont dikkopje. foto marjon Hoogendam.

VERSLAG flora inventarisatie 25 april 2014 kanaalstrook Nyrstar-heide

 
Voor de eerste keer inventariseerden we op de vrijdag. Dat lijkt mogelijkheden te bieden. Ondanks enkele afmeldingen van mensen die toevallig deze vrijdag niet konden, waren we met zijn vieren. Geer (vanne Smeed) was er voor de eerste keer bij. Henk eigenlijk ook, maar met hem hebben we al de hele winter in het bos gewerkt. Leuk detail: Henk doet de flora-determinatie cursus van het IVN. Marjon was er, en Frans natuurlijk.
"onthekking" foto Marjon Hoogendam
We verzamelden aan de kruising van de Kempenweg en de Ringselvensteeg. Soms hebben natuurorganisaties rare ideeën over wat ze zelf "onthekking" noemen. De Ringselvensteeg bleek afgesloten met prikkeldraad. Alleen wandelaars kunnen zich piepend door een Zuid-Limburgs "slegeltje" wurmen. Bij mijn weten is het terreineigenaren niet toegestaan om zomaar wegen af te sluiten. Maar goed, floristen zijn wel gewend om onder, over of tussen prikkeldraad hekken te glippen. Die vaardigheid hadden we even later nodig, omdat er naast het werkpad van de Boshoverheidelossing ook onthekt was met een gloednieuwe  prikkeldraad afrastering.
Kwel en verruiging achter het prikkeldraad. foto Marjon Hoogendam 6 maart 2014

Het doel is wel duidelijk natuurlijk: runderen en paarden horen niet thuis in de vrije wildbaan, c.q, ze moeten achter de omheining blijven. Maar het doel van natuurontwikkeling zou er beter mee zijn gediend als het prikkeldraad dichter bij de Kempenweg zou zijn geplaatst. De strook tussen weg en afrastering is juist de eerste kwelstrook van het kanaal, en deze is zwaar aan het verruigen. Als er nu toch runderen en paarden gehouden worden, zouden ze juist in die strook goed werk kunnen doen door de verruiging terug te dringen. Van de potentiële zeldzaamheden vonden we er nu alleen Galigaan. Als dat er eenmaal staat, kan het zich bijzonder lang handhaven.

Tussen de lossing en de weg vonden we verder soorten van voedselrijk, zoals bv. Kikkerbeet, Witte waterlelie en Puntkroos. Maar van een aantal soorten is toch het laatste woord nog niet gezegd. We zullen nog eens terug moeten, bv. om eens naar de zegge te kijken, maar ook om te kijken of de Kleine watereppe misschien Groot moerasscherm is. Ook een Fonteinkruid verbaasde mij. Aan de "scharnier" te zien was het Drijvend fonteinkruid, dat er zeker ook stond. Dit Fonteinkruid had echter een langer blad. En aangezien hier van oudsher fonteinkruiden groeien en deze ook nog wel eens met elkaar kruisen, moeten we het nog maar eens beter bekijken.
Na een paar honderd meter kwamen we aan het punt waar de Tungelroyse beek onder het kanaal doorstroomt. We moesten hier even over de dijk van de Kempenweg om daarna weer af te dalen. De beek die hier ligt, is de Verlegde Tungelroyse beek. Deze is ons uit de onderzoeken naar het "Zwart slib" bekend om zijn grote hoeveelheden zink en cadmium. Inmiddels weten we dat die verontreiniging van het AKZO terrein afkomt, en dat het brabantse Waterschap de Dommel veel minder trekt aan sanering dan ons waterschap Peel en Maas. Floristisch waren er op dit stuk geen nieuwigheden. Behalve dan de Wilde gagel, die er overigens niet erg florissant uitzag.
Vanaf de hoek van de Havenweg zijn we over de Kempenweg teruggelopen. Vermeldenswaard is hier de Boswilg, misschien minder mooi, maar wel de waardplant van de Grote Weerschijnvlinder.
 

Bezichtiging Ark inrichtings werkzaamheden

Dit was wel ver genoeg... foto Marjon Hoogendam
Teruggekeerd bij de auto's aan de Ringselvenweg, waren we eigenlijk klaar met inventariseren. Maar we wilden nog wel gaan kijken naar de werkzaamheden die Ark aan het uitvoeren was. De enorme zandhopen die we zagen liggen, bleken geen zandhopen maar versnipperde populieren te zijn: al de populierenbossen zijn dus gekapt. Geen verkeerde ingreep, hoewel het hier en daar iets minder rigoureus had gemogen. De Elzenhagen zijn gebleven. En daarin zagen we een kalf liggen van de fokkerij van Ark, terwijl de kudde een paar honderd meter verder aan het grazen was. Het zou een zekere prooi voor wolven zijn geweest, als die er al waren. Dat een dergelijke situatie om problemen vraagt, bleek wel toen iemand van ons eens wilde gaan kijken waarom het kalf niet overeind kon komen. Veel stadsmensen zullen diezelfde neiging hebben. Dikke kans dat je dan een aanstormende kudde in je nek krijgt. We hebben het kalf maar laten klunzen en hebben  gekeken naar het Exmoor paard dat kwam drinken aan de poel. Toen de kudde runderen even later naar het kalf kwam kijken stonden we aan de goede kant, en lagen er gelukkig overal voldoende stokken. Voor het geval dat... Niet goed om zo op je hoede te moeten zijn in een natuurgebied. Eigenlijk zien we op de grote stille heide liever de herder eenzaam ronddwalen met zijn kudde. Da's voor de natuur beter en voor ons wat veiliger.
Van de flora hebben we genoteerd dat paarden en runderen de Driekleurige viooltjes, de Lupine en de Gevlekte scheerling niet opeten. Dat zou ook niet zo goed voor ze zijn.
 
Frans Smit
Ecologische werkgroep Weert Zuid
28 april 2014
vriendelijkere afrastering en vriendelijkere beesten. foto Bettina van Elk