Frans Smit, Lezingen Begrazingsbeheer, Schaap ofRund

Inspreken bij de informatiebijeenkomst van de Raadscommissie Ruimte van 6 april 2016

Dag iedereen

Voor wie mij nog niet kent: mijn naam is Frans Smit, en ik vertegenwoordig de Ecologische Werkgroep Weert Zuid.

Straks wordt u geïnformeerd over de ontwikkelingen rondom de door Stichting Ark gerealiseerde activiteiten in Weert.
Graag willen ook wij onze mening over deze onderwerpen laten horen.
Over het rapport van de Commissie Verbetering Begrazingsbeheer heb ik iets mogen zeggen op de informatiebijeenkomst in Stramproy. Mijn lezing en mijn achterliggende rapport kunt u vinden op onze site : http://www.ecologischewerkgroepweertzuid.nl/236266885
Voor de duidelijkheid: wij zitten niet in de Klankbordgroep over Ark, en onze mening wordt niet vertegenwoordigd door de dorpsraden.

Op de eerste plaats wil ik het hebben over de besluitvormingsprocedures rondom het rapport. Deze zijn zowel aan de voorkant als aan de achterkant héél onduidelijk.
Onomstreden is, dat de commissie de opdracht had om met praktische voorstellen te komen om de veiligheid te verbeteren in relatie tot het grazersbeheer. De commissie heeft voldaan aan deze opdracht.
Onduidelijk is echter, hoe de besluitvorming over de drie uitgangspunten is verlopen. Als uitgangspunten worden genoemd: (1) jaarrondbegrazing met (2) sociale groepen (3) runderen. In de verslagleggingen van de bijeenkomsten zijn deze uitgangspunten nergens terug te vinden. Geconcludeerd mag worden, dat aan deze uitgangspunten géén bindende status kan worden toegekend. Opgemerkt moet worden dat dit niet verwijtbaar is aan de commissie. In het rapport is echter wel goed zichtbaar, hoe de commissie zich in bochten heeft moeten wringen om aan deze vermeende uitgangspunten vorm te kunnen geven.
Wat wel verwijtbaar is aan de commissie is, dat zij eigener beweging een aantal adviezen heeft gegeven die buiten haar opdracht lagen. Deze gaan boven haar competentie en kunnen de toets der kritiek niet doorstaan. Bv. wordt geponeerd dat het gebied te nat zou zijn voor schapen en paarden, terwijl er in deze gebieden al duizenden jaren schapen grazen, en de paardjes uit Exmoor komen.....

Ook aan achterkant is de besluitvormingsprocedure onduidelijk. Wie beslist er, of alle betrokken partijen zich moeten neerleggen bij het rapport. Wie zijn eigenlijk die betrokken partijen? En welke betrokken partijen zijn niet gehoord? Hoort de raad van Weert bij de partijen die niet gehoord zijn? Ook is onduidelijk of er over het rapport als geheel beslist moet worden, of dat over de verschillende onderdelen apart besloten kan worden. Wie rekent uit of een gebied meer dan 100 hectares groot is. Wie houdt in de gate dat die 100 hectaren inmiddels al gerealiseerd hadden moeten zijn. En wie beslist of het rapport zoals het nu ter tafel ligt ook het definitieve rapport is? Wat mij betreft staan er nogal wat zaken in die wetenschappelijk gezien niet acceptabel zijn, en die dus gewoon gecorrigeerd moeten worden. Zoals bv. het gestuntel over veiligheidsgevoel en over wat agressie is.

Wij raden de gemeente aan goed in de gate te houden of de besluitvormingsprocedures op een dusdanige manier verlopen zijn, dat de gemeente zich achter de aanbevelingen kan scharen.
Het lijkt ons echter dat dát alleen t.a.v. de voorstellen tot vergroting van de veiligheid zal kunnen (zich strikt daartoe beperkt). De zwakke punten uit het rapport vallen dan vanzelf buiten de orde.

Met het veiligheidsprobleem is echter niet alles opgelost. Er speelt nog een ander punt. De natuur in Weert is té bijzonder en té kwetsbaar om er runderen op los te laten. Bijna al de natuurgebieden van Weert zijn Natura 2000 gebied of N2000 waardig. En er gelden soortbeschermingsplannen. Zodat voor álle terreinen van Weert gezocht moet worden naar de beste methode om de hoge natuurwaardes te behouden en uit te breiden. “Beheer op maat” dus. Het gaat niet aan om de opvolger van Ark dwingend op te zadelen met een beheermethode die volgens ons ontoereikend zal zijn. En gemeente Weert wordt onnodig opgezadeld met kilometers prikkeldraadbarricades in haar buitengebied.
Wat ons betreft, is beheer op maat het beste te realiseren met een kudde schapen, die door een schaapsherder begeleidt wordt. Ons standpunt is nog steeds onvoldoende bekend.

Waarmee we als afronding aan een héél belangrijk punt van mijn betoog zijn gekomen:
Ark is in Weert om veel belangrijkere redenen dan om koeienweides met elkaar te verbinden. Toen Ark hier net was, hoorden we veel over klimaatbuffers. Het is onze mening dat daar tot nu toe weinig of niets van terecht is gekomen. Dat zou een enorme gemiste kans betekenen. De gebieden die Ark heeft aangekocht, liggen voor het overgrote deel in het brongebied van de Tungelroyse beek. Het zijn de vroegere doorstroommoerassen rond het Wijffelterbroek. Herstel van deze moerassen zou een grote buffercapaciteit opleveren. Het probleem is hier echter de Lossing die water vanuit België aanvoert. Dit water is te verontreinigd om vrijelijk door de moerassen te stromen. Om deze reden ligt de Lossing in en nabij het Wijffelterbroek zo diep, dat ze al de kwel uit het gebied aanzuigt. De Lossing zou omgelegd moeten worden. Ark heeft al de gronden in handen om dit mogelijk te maken, maar er gebeurt niets.
De discussie over de taurosachtigen heeft alle aandacht afgeleid van waar het echt om ging: natuurontwikkeling en klimaatbuffers.

We moeten met zijn allen Ark hier níet mee weg laten komen.

Ik dank u voor uw aandacht.

6 april 2016
Drs. Frans J.F. Smit
Ecologische Werkgroep Weert Zuid.

Lezing 3-3-2016 Bijeenkomst georganiseerd door de Dorpsraad van Stramproy over het rapport van de Commissie Verbetering Begrazingsbeheer

Dag iedereen

Mijn naam is Frans Smit. Ik coördineer de Ecologische Werkgroep Weert Zuid. Wij bekijken vooral de verschillende soorten planten in onze omgeving. In de winter werken we op de Tungeler Wallen. We doen daar bosonderhoud, en iedereen kan meedoen.
In de aankondiging sta ik genoemd als ecoloog. Dat klopt, met dien verstande, dat ik ecologie heb gedaan als een doctoraal-specialisatie van sociologie. Een andere specialisatie was organisatie-sociologie. Verder heb ik zo’n vijftiental jaren ecologisch geboerd.
U zult van alle richtingen wat merken in mijn betoog.

Op het door de commissie uitgebrachte advies heb ik een reactie geschreven. Dat is een vrij lang stuk geworden. Mijn spreekbeurt van vanavond is een samenvatting daarvan. Het hele verhaal kunt u vinden op onze site.

- De opdracht aan de commissie was “het maken van praktische voorstellen om het veiligheidsgevoel te verbeteren in relatie tot het grazersbeheer”.
- Er worden drie uitgangspunten genoemd: “(1)jaarrondbegrazing met (2) sociale groepen (3)runderen”.
- Belangrijk is, hoe die uitgangspunten tot stand zijn gekomen.
Daarvoor heb ik de verslagleggingen van de bijeenkomsten daarover bekeken. Nergens is vastgelegd dat er moet worden uitgegaan van “jaarrondbegrazing met sociale groepen runderen”.
- wel komen we regelmatig de begrippen “grazers” en “grote grazers” tegen. Vooral Grote grazers is een begrip dat om meer duidelijkheid vraagt. Daarom heb ik daarover enig literatuur onderzoek gedaan.
--- daaruit blijkt, dat met Grote grazers bedoeld werd de grazers die in de ijstijden onze streken bevolkten: o.a. Mammoeten, Wolharige neushoorns, Paarden, Wisenten, Muskusossen enz. Muskusossen zijn geen ossen, ze behoren tot de geitachtigen evenals de schapen. Schapen en geiten kunnen beschouwd worden als goede opvolgers van Muskusossen.
--- Uit een ander literatuur onderzoekje naar grote grazers blijkt, dat er een veelheid aan soorten onder wordt verstaan. Runderen en paarden natuurlijk, maar ook Reeën, Damherten, Wilde zwijnen. En in haar Visie op de natuur van Weert rekent Ark de Bever zelfs ertoe.
- Dit leidt tot de volgende definitie van grote grazers: namelijk, álle planteneters die zwaarder zijn dan 30 kilogram.
Dus, waar in de verslagleggingen gesproken wordt over grazers en grote grazers, beperkt dit zich níet tot runderen.
- geconcludeerd moet worden dat de besluitvormingsprocedure op een dusdanige manier is verlopen, dat aan de uitgangspunten “jaarrondbegrazing met sociale groepen runderen” géén bindende waarde of status kan worden toegekend.

- Dat dit wel is gebeurd, is niet verwijtbaar aan de commissie.
Nu echter de status van de uitgangspunten wordt betwijfeld, lijkt het tot hun mogelijkheden te behoren om de vraag over de status ervan nader te onderzoeken.

Gaan we inhoudelijk verder met het rapport

- Ark streeft volgens de commissie 4 terreindoelen na in het Kempen~Broek die van belang zijn in relatie met het onderwerp veiligheid:
- de commissie concludeert dat deze vier terreindoelen niet met elkaar verenigbaar zijn, althans, niet in alle huidige begrazingsgebieden.
Wij zijn het ééns met hun conclusie.
- als oplossing voor het veiligheidsprobleem in relatie tot deze 4 terreindoelen, stelt de commissie voor, om de taurosachtigen te handhaven in gebieden die een oppervlakte hebben van minimaal 100 hectare.
- voor terreinen die kleiner zijn dan 100 hectaren adviseert de commissie de taurosachtigen te vervangen door ándere grazers. Aangezien de commissie uitgaat van de noodzakelijkheid van “jaarrondbegrazing met sociale groepen runderen”, adviseert de commissie ándere runderen in te zetten.

Resumerend:
- de commissie heeft op een consistente wijze voldaan aan de opdracht: ze heeft de begrazing door taurosachtigen bekeken vanuit het standpunt veiligheid. De commissie leek daarbij gebonden aan “jaarrondbegrazing met sociale groepen runderen”.
- echter, zoals gezien bestrijden wij de dwingende status van de uitgangspunten “jaarrondbegrazing met sociale groepen runderen”.
- Voor álle gebieden, maar zeker voor de gebieden die kleiner zijn dan 100 hectare lijken deze drie uitgangspunten níet van toepassing en als oplossing onnodig en geforceerd. Wij zijn van mening dat ook ándere oplossingen mogelijk moeten zijn.

 

Komen we terug op de terreindoelen.
De commissie had het over vier terreindoelen - wij signaleren dat er meer terreindoelen zijn die Ark (en/of Vereniging Natuurmonumenten) verplicht is na te komen en die ook van doorslaggevende invloed zijn op de soort begrazing.
Ten eerste : natuurontwikkeling, ánders dan de genoemde ontwikkeling van “robuuste natuur” (wat dat dan ook moge zijn).
Ten tweede: het is ook een terreindoel om de aanwezige cultuurhistorische en natuurhistorische waarden in de terreinen te bewaren (we noemen de schietbaan op de Stramproyerheide).

- Wij beperken ons tot punt van de natuur.
Hier zijn dwingende doelen en morele doelen van toepassing:
--- dwingend: het bereiken van de doelstellingen van de soortbeschermings-plannen van de provincie zoals overeengekomen in het Uitvoeringsprogramma van Ark (als bijlage van de Meerjarenovereenkomst van 2010),
--- ook dwingend: het nakomen van de Natura 2000 verplichtingen vanuit het N2000 aanwijzingsbesluit. Dit zijn strenge Europese verplichtingen.
--- morele verplichting: het rekening houden met de natuurwaarden van de niet-Natura2000 gebieden. Voor de hand liggend is deze te beoordelen aan de hand van de N2000 normen. Dit aangezien aanliggende en omringende natuur-gebieden N2000 gebieden zijn.
- Nagegaan moet worden in hoeverre de uitgangspunten “jaarrondbegrazing met sociale groepen runderen” in overeenstemming zijn met ook deze terreindoelen

--- T.a.v. soortbeschermingsplannen:
Er is een negatieve impact bij Boomkikker en Knoflookpad door vertrapping en verslemping van de oevers en vraat aan de aanliggende vegetatie (braam en bos) door de runderen.
--- T.a.v. N2000 verplichtingen: Voor de Loozerheide als geheel en voor het Lauragebied voor de vennen aan de kanaalkant, geldt habitattype H3130: matig voedselrijke stilstaande wateren met Oeverkruidverbond en het Biesvarenverbond. Hiermee is “jaarrondbegrazing met sociale groepen runderen” níet verenigbaar.
Dit geldt ook t.a.v. de habitatsoorten Kleine modderkruiper, Kamsalamander,en Drijvende waterweegbree
--- T.a.v: N2000 moreel: Voor het Lauragebied: voor de twee niet aangewezen habitattypen (H2310 zandige heide en H3140 wateren met Kranswieren) is “jaarrondbegrazing met sociale groepen runderen” minder geschikt en bovendien voor H2310 onvoldoende van omvang, zodat aanvullend beheer (met schapen) nodig is en nu ook gebeurt (door Defensie).
--- niet-N2000 (begrazings)gebieden moreel: deze gebieden hebben soms natuurwaarden op N2000 niveau (bv. Wijffelterbroek, Elzenbroekbos met Inlandse vogelkers en Bittere veldkers), vaak ook hoge potenties daarvoor(bv. Stramproyerheide, zandige heide, IJslands mos en Rendiermos).
Er lijkt dan ook weinig plaats voor de beheervorm: “jaarrondbegrazing met sociale groepen runderen”.

- zodat we mogen concluderen dat de taurosachtigen vanwege het veiligheidsprobleem inderdáád beter op terreinen gehouden kunnen worden die groter zijn dan 100 hectaren, maar dat vanwege de verplichte en niet verplichte N2000 doelstellingen én vanwege de provinciale soortbeschermingsplannen voor terreinen van ongeacht welke grootte geldt…. dat de uitgangspunten “jaarrondbegrazing met sociale groepen runderen” beter vervangen kunnen worden door… “beheer op maat”.

Zodat we langzamerhand vanuit verschillende invalshoeken toch echt wel de conclusie mogen trekken, dat we beter naar een ándere soort grazer dan runderen kunnen gaan kijken.

- de beste grazer voor “beheer op maat” is volgens de Ecologische Werkgroep Weert Zuid het schaap, gehouden in kuddeverband onder begeleiding van een herder, al dan niet aangevuld met enkele andere grazers als Kempisch koetje.
--- met het schaap hebben we een grazer die aan álle eisen voldoet en die ook ecologisch beter aansluit bij het rijke verleden van deze streken.
--- ook de natuurbeleving gaat omhoog omdat de vele kilometers prikkeldraad die zijn geplaatst om de runderen achter te houden, weer weg kunnen.
--- met het schaap wordt er rádicaal ontsnipperd. Immers, de rondtrekkende schaapskuddes verbinden natuur, bermen, beken en agrarische percelen. Overal in het landschap hebben schapen een functie. Ze maken het landschap weer tot een eenheid.

Tot slot:

Procesnatuur in het Kempen~Broek
- het is zeker een goede zaak om uit te gaan van procesnatuur. Oftewel van natuur die door een zich herhalende beweging zichzelf in stand houdt.
- Aan de taurosachtigen als factor van procesnatuur is een veel te grote rol toegekend.
- Juist het schaap kan bij procesnatuur als verbindende factor een grote rol vervullen vanwege haar grote range aan inzetbaarheid.
- streekeigen procesnatuur wordt echter vooral gemaakt door het water dat aankomt uit de Hoge Kempen en dat hier stagneert in de doorstroommoerassen. Het water kwelt ‘s winters omhoog en zakt ‘s zomers weg. Kortom, een proces in de echte betekenis van het woord zoals hier bedoeld.
- Onderdeel daarvan is bijvoorbeeld het proces van veenvorming
- het is zaak de procesnatuur rondom de natuurlijke waterhuishouding zo goed mogelijk te herstellen. Dit was ook de opdracht aan Ark, mede in relatie tot de opdracht klimaatbuffer
- aan het watersysteem als zodanig heeft Ark echter nog niets wezenlijks veranderd. Het is Vereniging Natuurmonumenten die hier aan de Kettingdijk een begin mee heeft gemaakt. Echter, de Lossing vanuit België loopt nog steeds als een watersnelweg dwars door het Wijffelterbroek en omgeving. Een gemiste kans, ondanks de opdracht aan Ark, en ondanks het feit dat de daarvoor benodigde gronden al heel lang in haar bezit zijn.
- Een andere vorm van procesnatuur die erg bepalend is voor deze streken en die vaak over het hoofd wordt gezien, is ook door Ark over het hoofd gezien: de stuifzandnatuur. De stuifzanden zouden weer een beetje moeten gaan stuiven! Het is waardevolle procesnatuur die voor het grijpen ligt. Het ziet er echter naar uit dat ook dít een gemiste kans wordt.

We hopen, dat, nu er áfgerekend is met het taurosverhaal, de échte procesnatuur van deze streken een kans krijgt.

Ik dank u voor uw aandacht

Frans Smit
Ecologische Werkgroep Weert Zuid
3 maart 2016