Verslagen inventarisaties CZW 2013 (2)

Inhoud pagina

--- Verslag 27 juli 2013,  Kleine Plas  CZW

--- Verslag 3 aug. 2013,  Kleine Plas  CZW

--- Verslag 10 aug. 2013, Poelenstrook  CZW

--- Verslag 16 aug 2013, Poelenstrook  CZW

--- Verslag 24 aug. 2013, strook Voorhoeveweg CZW.

Verslag 27 juli 2013, Kleine Plas CZW

Duin teunisbloem Foto: Marjon Hoogendam

Toen Marjon en Frans aankwamen bij het biodiversiteitsbord aan de CZW zaten Piet en Ad al lekker in het zonnetje op het bankje naast het bord. Even daarna kwam ook Ruud. We waren dus met zijn vijven.
We wilden naar de Kleine Plas, maar de oever van de Grote plas was teveel de moeite waard om aan voorbij te lopen. Helaas had de mooie plek langs de oever een klap gehad van de onweersbui die er inmiddels overheen was gekomen. Van het Rood Guichelheil was niets meer te zien. Maar, met de Kattenstaarten was het nog steeds mooi genoeg, zeker voor de mensen die ook in insecten geïnteresseerd zijn. En dat was deze keer de hele groep.... We zagen Koninginnepage, Oranje luzernevlinder, Gewone goudoogdaas, Klein geaderd witje, Klaverspanner, Bruinrode heidelibel, Watersnuffels, Oeverlibellen en mogelijk de Smaragdlibel (Foto's Ruud).
Maar, we waren er voor de plantjes. Dus we trokken toch maar verder.
Aan de oevers van de Kleine Plas viel onmiddellijk de grote hoeveelheid Naaldwaterbies op. Ook stonden er veel pollen Veelstengelige waterbies. Frans kon met de lieslaarzen ver langs de oevers lopen. Aan de achterkant van de plas staat meer een begroeiing van rijkere biotoop zoals Grote lisdodde, Wolfspoot en Drijvend fonteinkruid. De waarschijnlijke oorzaak daarvan moet gezocht worden in bemesting vanuit het aanliggende maïsveld.
In de plas bleek toch een diepere geul te zitten, zodat dezelfde weg terug moest worden afgelegd. Nu echter met haast, omdat het onweer dreigend naderde.

De inventarisatie werd daarom vroegtijdig afgeblazen.

Verslag 3 aug 2013, Kleine Plas CZW.

Bleekgele droogbloem. foto Helma Tielemans

Op zaterdag 3 augustus ging de insectengroep inventariseren aan de Grote plas. Frans besloot daarom tegelijk met hen de planteninventarisatie van de Kleine plas af te maken. Eerst de oevers verder bekeken, op zoek naar Moerashertshooi dat al gesignaleerd was door Marcel Bonder. Marcel is de ecoloog van Grontmij Nederland. Van daaruit wordt de natuurontwikkeling van de CZW en het daarmee samenhangende project Biodiversiteitsmeter gecoördineerd en begeleid.
Aan de voorkant van de plas ontdekte ik al vrij snel enige jonge "plantjes" Moeraswolfsklauw. Op de drooggevallen zandplaten een enorme hoeveelheid Bleekgele droogbloem, een genot voor het oog. In het water Klein fonteinkruid, hoewel ik dat determinatietechnisch niet met zekerheid durf te zeggen. De waarschijnlijkheid is echter groot. En op de terugweg langs de oever, op het stuk dat we vorige zaterdag al geïnventariseerd hadden, dan eindelijk twee forse plekken Moerashertshooi. We hadden teveel naar de libellen in de lucht gekeken...... De even verderop staande Waternavel hadden we wel gezien.
Leuke planten op het hoge stuk zijn Dwergviltkruid (dus toch geen Bosdroogbloem), Hazenpootje, Mottenkruid en een enkele pol Struikhei. Op dit moment wordt het beeld nog overheerst door het Jacobskruiskruid. Waar deze plant voor de agrarische sector (giftig in het hooi) geen gevaar oplevert, is het een prachtige insectenplant.
 
Vatten we de ontwikkelingen in de Kleine Plas samen, dan zien we dat de vertegenwoordigers van het Oeverkruidverbond goed zijn vertegenwoordigd. Naaldwaterbies, Veelstengelige waterbies, Knolrus en Moerashertshooi. Voeg daarbij Moeraswofsklauw, en eigenlijk ook Klein fonteinkruid, dan komt hier de habitat van de zwak gebufferde vennen naar voren.
Alleen al over deze Kleine Plas zou eigenlijk een nog veel groter krantenartikel gewijd kunnen worden als dat Ark heeft uitgegeven over de door hen - en door ons al jaren geleden - waargenomen soorten langs de A beek. Indertijd stond er overigens ook nog het voor Limburg zeer bijzondere Kalmoes....
Het moest me even van het hart.
 
Frans Smit
6 aug. 2013
Ecologische Werkgroep Weert Zuid

Verslag 10 aug. 2013 Poelenstrook CZW.

Piet, Ruud. Marjon. Foto helma Tielemans.

De inventariseerders waren deze keer in groten getale (12) en uit alle windstreken bij elkaar gekomen aan de biodiversiteitmeter aan de CZW plas. Marjon (uit België) had haar zus Ellen en "kinderen" Ankie en Manon (uit Heesch) meegenomen. Dennis had medestudent Buck uit Boukoel (bij Roermond) meegenomen. En verder waren Helma, Piet, Ruud, Ad, Gerard en Frans aanwezig. Onze groep is een open groep. Iedereen die mee wil met onze inventarisaties is welkom.

De bedoeling was om het verruigde moerasbos met daarin poelen langs de kanaalkant te inventariseren. Dit is een stuk natuur waar niet gemakkelijk doorheen te komen is. We wisten van tevoren dat de aanpak van deze klus afhankelijk zou zijn van de mensen die mee zouden gaan. We zijn begonnen met de berm van de Heihuisweg vanaf het biodiversiteitbord naar het kanaal. Een berm is eigenlijk altijd goed om planten te leren kennen. Er staan er veel, en ze zijn herkenbaar. Maar nu stonden er toch wel erg veel. De scheiding berm en bos is hier niet duidelijk aanwezig. De berm is eigenlijk bosrand. Daarom is het goed om dit stuk berm bij de nulmeting van het gebied te betrekken. 

Adelaarsvaren. foto Helma Tielemans

Aan de kant van het biodiversiteitbord staat Adelaarsvaren, een teken dat hier ook heel vroeger al bos geweest moet zijn. Zelfs als een bos(je) al lang verdwenen is, blijft de Adelaarsvaren aanwezig. De berm even verderop ziet er wat rommelig uit. Dit komt omdat we het snoeihout van afgelopen winter hier neergelegd hebben. Daarmee sluiten we aan op het bosverhaal van de Adelaarsvaren. We verwachten dat de vertering van het hout hier door de oude bosondergrond goed zal zijn, en een verrijking voor wat er nu groeit. In de van nature zure omgeving zijn maar weinig plekken geschikt voor verhumussing van hout. Geheel in overeenstemming met voorgaande zijn de prachtige Noorse Esdoorns en de Koningsvarens. Zelfs een verdwaalde Zuid Limburgse soort als Hangende zegge houdt het hier al een aantal jaren uit.

Brede wespenorchis. foto Helma Tielemans

De "berm" blijkt ook zeer soortenrijk. Er staan een heel aantal grassoorten als losse pollen. Verder echte bermsoorten als Hennepnetel, Grote brandnetel, Duizendblad, Bezemkruiskruid, Perzikkruid en Zomerfijnstraal. Maar ook planten van de bosrand als Bitterzoet, Moerasandoorn, Wilde kamperfoelie, Geel nagelkruid en natuurlijk enkele Brede Wespenorchissen

Ten aanzien van gewenst beheer is dit een goede plek voor gangbaar bosrandbeheer: de mooie bomen laten staan en door middel van selectief kappen wat ruimte maken voor de zon.

Om de hoek langs de Lozerweg veranderde de berm steeds meer in een harde scheiding tussen de weg en het gebied. Het bos ligt dan lager, en de berm is eigenlijk de dijk van het kanaal. We hebben gekeken naar de populierachtigen die hier staan. Het blad lijkt op het blad van Ratelpopulier, maar vertoont ook vormen van Grauwe abeel. De stam lijk echter niet op de vrij gladde stam van de ratelpopulier: hij is behoorlijk gegroefd. Een mogelijk verklaring zou kunnen zijn dat we hier te maken hebben met een terugkruising tussen Grauwe abeel en Ratelpopulier. Grauwe abeel is een kruising van Ratelpopulier en Witte abeel. De Witte abeel heeft ruitvormig gegroefde holten in de schors. Deze menen we bij deze bomen te herkennen. 

Wilde gagel. foto Helma Tielemans

Op dit stuk viel minder te inventariseren, zodat we richting plas wilden doorsteken. Vanaf de dijk was goed te zien dat er nauwelijks doorkomen aan is. We zagen een plek met Grote wederik, en een plek Hennegras. Op de plek waar we van de winter beheerwerk hebben gedaan konden we doorsteken richting Grote Plas. Er liggen daar een aantal poelen waar een aantal jaren geleden de erg bijzondere vegetatie van de zwak gebufferde vennen is waargenomen; met name in deze poelen enkele Kranswieren. Om die bijzondere soorten veilig te stellen waren we aan het werk gegaan. Op deze plek hebben we eerst Riet en de Moeraszegge gemaaid, en hebben we vervolgens een aantal bomen gekapt. De poelen zijn echter (nog) niet uitgediept. De ontwikkeling op het moment is helaas teleurstellend. Het Riet kan blijkbaar beter tegen maaien dan de Moeraszegge, en profiteert bovendien beter van het licht dan Moeraszegge. Zodat de poelen eigenlijk dichtgegroeid zijn. Tussen het Riet staat Gele Lis en Grote wederik. We zagen ook Bosbies en Veldrus. Aan de rand staat Wilde gagel.

Beheer: Snel een begin maken met het verdiepen van enkele poelen, en toch ook eens gaan denken /onderzoek doen over een manier om het water minder snel uit de poelenrand te laten weglopen.

Oever grote plas.

Daarna zijn we de nieuwe oevers van de grote plas gaan bezichtigen, dus zonder verder te inventariseren. Dat hebben we al gedaan (zie vorige verslagen). Er groeien daar veel bijzondere soorten van de zwakgebufferde vennen. Nieuw voor ons was Moerashertshooi. Verder zagen we hele "grasvelden" van Naaldwaterbies. Er zullen weinig mensen zijn die beseffen dat dit "gras" eigenlijk een Rode Lijst soort is. We zijn nog even gaan kijken hoe het met de Pilvaren was en hebben het Slijkgroen bewonderd.

Opgemerkt mag worden dat de watergeul precies op goede diepte is gelegd. Complimenten voor wie het toekomen. De geul ligt nu bijna droog. Dat wil zeggen dat er zeker tijdstippen zullen zijn, waarop hij droogvalt. En dat is ook de bedoeling. Zo zorg je er voor dat er in de bodem allerlei processen plaatsvinden waardoor de voedselsituatie redelijk arm blijft, hopelijk arm genoeg voor de nu aanwezige zeldzaamheden.

Langzamerhand zijn we teruggegaan. De jongsten onder ons hadden het al eerder opgegeven, en het liep ook alweer tegen het middaguur.

 Frans Smit  

Dennis en Buck in het "gras" van Naaldwaterbies.
foto Helma Tielemans
Droogvallend Duizendknoop Fonteinkruid.
foto Helma Tielemans
Anke en Manon na gedane arbeid.
foto Helma Tielemans.

Verslag 16 aug. 2013 Poelenrand CZW

Blauwvleugelsprinkhaan. foto Helma Tielemans
Omdat we met de inventarisatie van vorige zaterdag de strook langs het kanaal nog niet volledig geïnventariseerd hadden, hadden Marjon, Helma en Frans besloten om op korte termijn terug te gaan om het af te maken. Ook nu verzamelden we ons bij het bord van de biodiversiteitsmeter. Het was de bedoeling om via de zandige hoek naar de bosstrook te gaan, maar we bleven vrij lang "hangen" vanwege de heidelibellen die zich hier aan het opwarmen waren. Als absoluut hoogtepunt zagen we hier de Blauwvleugelsprinkhaan, een erg zeldzame soort die van droge, warme zandige stukken houdt. De beestjes zien er grijs uit, maar als ze opvliegen is het blauw van hun vleugels een erg spectaculair gezicht.
In de bosrand hebben we eerst nog eens naar de Ratelpopulier met ruwe schors gekeken.
Marjon in de verbraming

Daarna zijn we parallel met het kanaal door ruigte gestruind. Er was eigenlijk met goed fatsoen geen doorkomen aan. Vanaf de dijk hadden we bij de vorige inventarisatie al gezien dat de vegetatie erg verruigd was. Nu bleek duidelijk dat dit geen positieve ontwikkeling is voor het gebied. Het is hier erg verruigd, en er staat veel braam. Geen braamstruwelen, maar braam die over de grond kruipt en waar geen bloemen en vruchten aan komen. Verbraming van het bos heet dat. Er staat wel een mooie plek Hennegras, erg goed voor vlinders als het Bont dikkopje. Maar eigenlijk ook een teken van verdroging. Door verdroging treedt eutrofiëring op: de humuslaag op de bodem gaat verteren, waardoor verrijking optreedt. In de lagere gedeeltes met kalkhoudend kwelwater verteerd de humus zo hard, dat Riet en Grauwe wilg de vegetatie gaan overheersen. Daar waar de kanaalkwel het oppervlak niet meer bereikt, is de bodem zuur, en verloopt het verteringsproces niet evenwichtig. Met als gevolg de "verbraming".

We zijn verder gestruind totaan de tweede poel die we afgelopen winter onder handen hebben genomen. Ook deze was dichtgegroeid met Riet en ruigtekruiden. We hadden dit wel verwacht, maar hier schrokken we toch wel van. Hier hoefden we echt niet te gaan zoeken naar de relicten van zeldzaamheden.
Zodat we de opmerking over beheer uit de vorige inventarisatie willen herhalen: Snel een begin maken met het verdiepen van enkele poelen, en toch ook eens gaan denken over een manier om het water minder snel uit de poelenrand te laten weglopen.
Tegelijkertijd is het ook belangrijk om door te gaan met beheerwerk om de opdringende verbossing en verruiging in de hand te houden.
 
Kranswier, waarschijnlijk Stekelharig kransblad.
We zijn vervolgens teruggelopen naar het biodiversiteitsbord, en zijn het bosje aan de andere kant van de Heihuisweg gaan inventariseren. Het bos is niet oud. Het is het ons bekende eikenbos op zuur zand, met de bijbehorende kale en slecht verteerde strooisellaag. Het bos is waarschijnlijk ontstaan doordat mensen zo'n 45 jaar geleden bewust eikels op het heideachtige terrein in de grond hebben gestopt. Daarna lijkt er niet veel meer aan gebeurd te zijn.
Aan de kanaalzijde liggen enkele poelen die nog wel water voeren. Misschien functioneert de Heihuisweg als een soort dijk die het water tegen houdt. Rondom de poelen Wijfjesvaren en Koningsvaren. In de poelen nog steeds het zeldzame Stekelharige kransblad. Het Blaasjeskruid dat we vorig jaar aantroffen, hebben we niet meer gezien. In de poelen is een dikke laag blad ingewaaid, waardoor alle vegetatie uit de poelen verdwenen is.
Beheer: Ook deze poelen zouden geschoond moeten worden. Om te beginnen zullen er een aantal bomen gekapt kunnen worden, vooral aan de CZW kant. Dan kan er weer zonlicht bij de poel kan komen, en valt er minder blad in het water. Daarna zal de bladmodder eruit gebaggerd moeten worden.
Leuk was, dat we ontdekten dat er midden in het bosje een oud pad loopt richting poelen. Met een beetje fatsoeneren is dit pad goed te gebruiken als werkpad voor de herstelwerkzaamheden aan de poelen. Dat maakt het werken een stuk gemakkelijker. Het zou anders wel heel erg lastig geworden zijn om het hout tegen de dijk omhoog te sjouwen.
 
Frans Smit
Ecologische Werkgroep Weert Zuid
19 aug. 2013.

Verslag 24 aug. 2013, strook Voorhoeweg CZW

Struikheide
Schuin tegenover het dierenpension aan de Voorhoeveweg verzamelden zich 7 mensen om het stuk tussen de plas en de CZW te gaan inventariseren op (vooral) flora: Ruud, Helma, Piet, Jac Janssen, Els, Frans en Eric Creemers. Eric woont aan de Voorhoeveweg, en is betrokken bij Groen Weert. Hij was zeer welkom. Dat geldt overigens voor iedereen die met ons mee wil.
 
We liepen over het voormalige maïsveld naar de hoek van het bosplantsoen. Daar staat een forse kers, zo groot dat je een Zoete kers verwacht. Niet iedereen trapte daar in: het is een enorme Amerikaanse vogelkers. Deze zal er van de winter dus aan moeten geloven. Dergelijke Am. vogelkersen zorgen voor een veel verspreiding van zaad. Voor vogels zijn de bessen niet giftig, de pitten wel.
Zandblauwtje
Even verder staat er Dwergviltkruid (Rode Lijst). Zandblauwtjes staan er in overvloed en in deze tijd van het jaar prachtig bloeiend. Het bleek niet de enige soort van heischraal. We troffen Hazenpootje, maar.... ook Struikhei. Véél struikhei, goed te zien nu het in bloei stond. Overal losse paarse pollen tussen het gras. En dat gras is niet zomaar gras: het is Fijn schapengras, voor bijna 90%. Volop potenties dus om hier meer hei terug te krijgen. Op de plek tegenover het hondenpension die we vorig jaar opengemaakt hadden, stond helaas nog geen hei. Wel volop schapengras, dus de hei komt echt wel. Onze keuze van struikjes die we hadden laten staan was goed uitgevallen: Sleedoorn, Egelantier, Hondsroos en Kornoelje. Door de schraalheid van de grond groeien deze struiken niet echt uit, terwijl ze wel voor bessen zorgen voor bv. vogels.
Alle reden dus om op de ingeslagen weg door te gaan: open kappen van het bosplantsoen om daardoor meer heide terug te krijgen. Een uitstekend project voor scholieren. Misschien kan de CZW iets doen aan de oevers, althans aan de diepte van het water ter plaatse. Het lijkt gevaarlijk diep.
 
                                      openkappen dus
Er gaat zand en er komt zand ......

Tijdens onze inventarisatie was men volop aan het werk langs de oever aan de kant van de Herenvenneweg. We zijn mede daarom gestopt met inventariseren toen we bij het oude productiebos van Grove dennen voor de mijnbouw kwamen. Door de opslag van vooral Amerikaanse vogelkers is daar geen doorkomen aan. Veel valt er in een dergelijk bos ook niet te beleven. We moeten eraan denken dat we voor de winter de enkele lijsterbessen en vuilboompjes merken, zodat we die deze winter niet ook wegkappen. Niet iedereen ziet de verschillen (wij ook vaak niet :-)

We zijn teruggegaan langs de Voorhoeveweg, en hebben de berm geïnventariseerd. Zoals al eerder gezegd: het wás een prachtige berm, voordat de tankgracht werd gegraven.
We waren wat eerder klaar als normaal, maar we hadden een goed gespreksonderwerp:
de nieuwe site van onze Ecologische werkgroep Weert Zuid !!
 
Frans Smit
1 sept. 2013.

We zijn klaar met de inventarisaties van de CZW.

In totaal hebben we ongeveer 250 soorten geteld, waarvan veel bijzondere. De CZW zal op flora gebied onverwacht hoog scoren op de biodiversiteitsmeter. Een uitgewerkt verslag  krijgen jullie nog (en komt op onze site).
Van de door Helma aan de CZW gemaakte foto's van planten hebben wij in het kader van het biodiversiteits gebeuren een selectie gemaakt van ruim honderd soorten die er groeien. Er is geselecteerd op geschiktheid van de foto's voor educatieve doeleinden. Het idee is dat scholieren of volwassenen het veld kunnen intrekken - al of niet met iemand van onze groep erbij - om zoveel mogelijk plantenkennis op te doen. Aan de hand van deze foto's zouden de mensen de planten die ze zien op naam moeten kunnen brengen. En natuurlijk is het een goede manier om de planten en hun naam dan te onthouden. We zijn nog aan het uitzoeken op welke manier we de foto's op de site kunnen zetten. Als we het weten krijgen jullie bericht (we staan open voor suggesties).
Ruud, Piet, Frans, Jac, Els.