Delbroek, Stort Altweerterheide, verslagen 2015-2017

Delbroek, voormalige Stort Altweerterheide, Weert. Verslag 2017.

Leeuwerikenheuvel als gewenste natuurdoelstelling. Veldleeuwerik, foto Helma Tielemans.
Bij de verslagen van de inventarisaties van 2013 en 2014 heb ik op een speelse manier de naamgeving van de voormalige stort van Altweerterheide aan de orde gesteld. Ik noemde als mogelijkheden Delbroek, Leeuwerikenheuvel, Schapenheuvel, Taurossenheuvel en Hazenheuvel. (zie http://www.ecologischewerkgroepweertzuid.nl/236266879  en http://www.ecologischewerkgroepweertzuid.nl/236266849
Dit bood een goede ingang om een aantal belangrijke punten te kunnen bespreken. Inmiddels zijn echter een paar punten duidelijk geworden of hebben zich opgelost.
Delbrouck (spreek uit Delbroek) ook wel Pastoorshuis of Lindenhof. 1976 afgebroken. Foto GAW, Gemeentelijk Archief Weert.
- Over de echte naam bestaat geen discussie meer. Die discussie bestond eigenlijk al niet, de stort heet Delbroek. Maar nu Geer vanne Smeed (Gerard Stals) geschiedkundig onderzoek heeft gedaan naar de mensen die ooit woonden en boerden op de plek waar later de stort verrees, lijdt het geen twijfel dat elke andere naam de belangrijkheid van de geschiedenis geweld zou aandoen. Het hele verhaal van het gebied en zijn bewoners staat op zijn blog. Lees het zelf maar, het is de moeite waard !
 http://weertnatuur.blogspot.nl/2017/01/delbroek.html#more Als je in de geschiedenis van de aanliggende gebieden in Altweerterheide geïnteresseerd bent, kan je verder doorklikken naar Hollandia, Karelke, Kettingdijk enz.
- De naamgeving “Stort” of “voormalige stort” zal in het dagelijkse spraakgebruik nog wel heel lang als benaming worden gebruikt. Dit is wat ons betreft geen enkel probleem, aangezien wij niet voor commercialisering van natuur zijn. Wij willen toegankelijkheid (buiten het broedseizoen), maar geen pretpark. We hoeven dus ook geen reclame-naam.
- Het onderwerp “Taurossenheuvel” is gelukkig verleden tijd, nu Ark met stille trom is vertrokken. Wat helaas niet wil zeggen dat daarmee al hun ideeën over natuurbeheer ook vertrokken zijn.
- De naam “Hazenheuvel” heeft vooralsnog zijn functie verloren. De eigenaren van de particuliere “Stort van Kirkels” hadden deze naam bedacht omdat hier een betere PR van uitstraalde voor hun ideeën om hier een Wellnesscentrum te beginnen. Zij hebben nu deze voormalige stort geruild met Ark voor Ceresa aan het Blauwe meertje (CZW). Inmiddels heeft hun idee van wellnesscentrum het ook daar niet gehaald. Voorlopig zijn we dus even van deze plannen af. Ark is echter wel de nieuwe eigenaar van de Hazenheuvel, dus je weet maar nooit. Hun bekende  prikkeldraadbarricade staat er al omheen, waardoor het goed herkenbaar is als Ark gebied of voormalig Ark gebied. Hier een toren of andere grootheids-symbolen erop zetten zal niet gaan lukken i.v.m. de vliegvelden en militaire vliegoefeningen. En dus weidt de buurman boer er nog steeds zijn pinken en een paar schaapjes. Géén taurossen dus.
- “Leeuwerikenheuvel” is niet zozeer een naam alswel een beheerdoelstelling voor het terrein, zoals wij hem graag wensen. We komen hier nog op terug, o.a. bij de uitslagen van de vogelinventarisaties. Als doelstelling houden we “Leeuwerikenheuvel” dus erin.

Verslag inventarisaties 29 en 30 augustus 2017

Al in het voorjaar kort gras. foto Frans Smit.
Dat de inventarisatie van Delbroek zo laat in het jaar plaatsvond heeft verschillende redenen.
We noemen als eerste dat we ons om inhoudelijke en om samenwerkingsredenen als Ecologische Werkgroep Weert Zuid hebben teruggetrokken uit de juridische procedures t.a.v. de tweede zandwinningsplas (CZW). Hierdoor komt er voor mij eindelijk weer tijd vrij voor het organiseren van inventarisaties (en voor achterstallige verslagen enzo :-)
Ten aanzien van Delbroek is het echter doorslaggevender dat er ook dit jaar voor floristen niets te zoeken was op de stort. Ook dit jaar stonden de schapen er al vroeg in het jaar De kudde was van een dusdanige grootte, dat plantjes en gras niet groter konden groeien dan een paar centimeter. Enkele soorten uitgezonderd die niet gevreten worden door schapen, als bv. Koningskaars, Heelblaadje en Vijfvingerkruid.
Pas tegen eind juni vertrokken de schapen, en kreeg de vegetatie de kans om te groeien. Toch bleef de kleurenrijke bloemenzee van enige jaren terug beperkt tot Duizendblad en Peen, dus eigenlijk alleen wit.
Er werd nu gecompartimenteerd beweid. Foto Frans Smit.
Eind augustus kwamen de schapen weer terug. Gelukkig werd er nu wel gecompartimenteerd beweid met de verplaatsbare afrasteringen. Dat had ik echter iets te laat in de gaten, zodat we ineens snel moesten zijn met inventariseren voordat de schapen alle floristisch kenmerkende stukken kaal gevreten zouden hebben. Op 29 augustus ben ik met Geer vanne Smeed gaan inventariseren, totdat het rond de middag te heet werd. De dag erna ben ik de inventarisatie voor de verwachte grote hoeveelheden regen gaan afmaken. Samen met de soorten die ik eind juli al op foto had vastgelegd, en de bomen en struiken waarvan we weten dat ze er staan, kwamen we zo aan de 127 soorten. Hetgeen een redelijk aantal is.
Hierbij speelt mee, dat de poel bij de ingang droog stond en bovendien door de schapen kaal was gevreten. We misten zodoende de soorten van nat. Aangezien aan de poel ook een aantal zogenaamde aandacht soorten staan, werd daardoor ook het totaal aantal aandacht soorten omlaag gedrukt (Mattenbies, Naaldwaterbies, Schildereprijs, Grote wederik). 
Ook speelt mee, dat de schrale soorten aan de rand van de stort aan de rand van de vroegere heide, aan het verdwijnen zijn. De eiken op de scheiding zijn een stuk groter geworden, zodat er een ander micro klimaat ontstaan is. Tegelijkertijd zal de bemesting van de maispercelen, maar ook bemesting door de schapen bijdragen aan het verdwijnen van schrale soorten. En ook hier zitten relatief veel aandacht soorten tussen. Ik betwijfel of we Duizend guldenkruid en Eekhoorngras in volgende jaren nog zullen kunnen noteren. Waarbij me van het hart moet dat de aanliggende grond aan de kant van de Bocholterweg al van begin af aan in bezit is van Ark, maar dat Ark nooit de potenties daarvan voor heischraal grasland heeft willen inzien. Met zware bemesting staat er nu mais. Maar het is nog niet te laat. Heischraal grasland is erg zeldzaam en N2000 habitat.
Zodoende hadden we dit jaar slechts vijf aandachtsoorten. Daarvan mogen met name IJzerhard, Vijfdelig kaasjeskruid en Heelblaadjes genoemd worden als zich uitbreidende soorten.
Delbroek 2014, bloemenzee, ook gecompartimenteerd begraasd. Achteraan rechts kort geleden begraasd en nu dus groen. foto Geer vanne Smeed
Hoewel daarvoor meer analyse nodig is, kunnen we waarschijnlijk niet zoveel concluderen over de verscheidenheid van soorten van het grootste mesotrofe (half voedselrijke) deel van Delbroek. Er komen soorten bij, en er vallen soorten af. Het aantal soorten lijkt redelijk. Wel kunnen we iets zeggen over de abundantie, het aantal exemplaren per soort. We missen de veelheid en de uitbundigheid van een aantal soorten, zoals Boerenwormkruid, Jacobskruiskruid, Klein Streepzaad, Bonte wikke, Biggenkruid, Rode klaver, Zilverschoon, enz. Ook missen we het permanent aanwezig zijn van bloeiende bloemen, wat juist altijd een sterk punt was van de vegetatie van Delbroek. Insecten vinden dan permanent iets van hun gading, en de vogels vinden permanent insecten. De vraag is, hoe je een dergelijk verband tussen permanent grote hoeveelheden bloeiende bloemen en de gevolgen voor andere soorten bewijst. Een indicatie is bv. het aantal bijenkasten dat op de stort kon staan. Afgezien van het feit dat zoveel honingbijen de wilde bijen beconcurreren, was het blijkbaar noodzakelijk de aantallen bijenkorven te halveren wegens gebrek aan honing. Verder is het de vraag hoeveel jongen de Leeuweriken en Boompiepers hebben grootgebracht. Mijn persoonlijke indruk is, dat dat te weinig was. Aan de drinkplaats die ik vanuit mijn woonkamer kan zien, en die druk bezocht wordt door de vogels van Delbroek, heb ik beduidend minder jonge vogels gezien.
 
Ik heb een volledige flora inventarisatielijst gemaakt van de stort.  Zie http://www.ecologischewerkgroepweertzuid.nl/431692910
Hier ook een lijst van de Vogelinventarisaties van afgelopen jaren.
 
Frans Smit 16 sept 2017

Delbroek, voormalige Stort Altweerterheide, Weert. Géén flora-inventarisaties in 2016.

in 2016 overal schapen in groen gras. foto Frans.
In 2016 was het begrazingsbeheer niet gewijzigd ten opzichte van 2015. De schapen kregen de hele stort tot hun beschikking. Echter, het systeem bleek nog intensiever te worden toegepast. Al in de nawinter kwamen er schapen en lammeren. In het najaar en in de winter was het gras iets gegroeid, en er stonden nog wat stengels van het vorige jaar. Bij elkaar genoeg voedsel voor schapen. En naarmate het gras in het voorjaar ging groeien, werden er meer schapen bijgeplaatst. Vanuit het oogpunt van een schapenboer was het erg knap boeren, dat wel. Maar Delbroek is door de provincie geclassificeerd als goudgroene natuur. En dan moet je het toch echt anders doen. Dan moeten natuurwaardes leidend zijn. Nu was het voedselaanbod voor schapen leidend, en niet de flora of de Leeuweriken.
Met een korte onderbreking in de zomer hebben er in 2016 zoveel schapen gestaan als vanwege het voedselaanbod mogelijk was. We hadden er als flora-inventariseerders niets te zoeken. Hopelijk gaat het in volgende jaren weer de richting op van 2014: begrazing op maat door compartimentering.
 
Frans Smit,  najaar 2016.

Delbroek, voormalige Stort Altweerterheide, Weert. Verslag inventarisatie 16 mei 2015

Begin bloemetjesseizoen. foto Geer Stals.
De “stort” inventariseren aan het begin van het bloemetjes seizoen leek wel een goed idee. Er staan redelijk veel niet te moeilijke soorten en dat is goed om het geheugen op te frissen. Bovendien “heeft”de stort het altijd wel. Door het uitzicht is het er altijd bijzonder, je kunt er erg ver kijken.
Ook leuk voor de vogeltjes!
Je kunt er ver kijken.foto Frans.

Ze waren er weer: de Leeuweriken, de Boompiepers, de Roodborsttapuiten, dit jaar bovendien opvallend veel kneutjes, en zelfs een koppel Kepen. Om de stort heen hoorden we overal het geluid van de Wulpen. Vooral van de leeuweriken hebben we tijdens de inventarisatie genoten. Maar het maakte ons ook voorzichtig. We zijn niet al teveel van de paden afgeweken. Leeuweriken zijn immers grondbroeders.

Hopklaver. foto Geer Stals
Vanwege al deze factoren hadden we deze keer een grote groep. En laten bij de opsomming van de namen maar eens beginnen met Jac Janssen, die na een pittige revalidatieperiode toch weer helemaal aanwezig was. Ton Egging had hem meegenomen, samen met Els. Maar er bleken wel vier mensen bereid om taxi te spelen. Hans bv, en Geer, en Marjon. Nog even doortellen tot de tien: Gerard, Piet, Henk en Frans.
We hebben een rondje gelopen en genoten. We noteerden 96 soorten. Niet slecht voor een voorjaarsinventarisatie.
 
Frans Smit, 10 juni 2015

Delbroek, voormalige Stort Altweerterheide, Weert. Géén vervolg-inventarisaties in 2015.

Na de voorjaarsinventarisatie zijn we dat jaar niet meer terug geweest naar Delbroek. Het had weinig zin om naar plantjes te gaan kijken. Ze zouden er nauwelijks gestaan hebben. Dat zou na de weelde aan planten, insecten en vogels van voorgaande jaren een teleurstelling zijn geweest.
De oorzaak van de achteruitgang lag bij de veranderde manier van begrazing met de schapen. In voorgaande jaren werd er gefaseerd begraasd. De schapen kregen slechts een beperkt gedeelte van de stort ter beschikking. Ze stonden achter rasters die verplaatst werden als het “gras” op was (zie foto 2014).
Dit jaar voerde de schaapsherder een ander beleid. De schapen kregen het hele gebied ter beschikking. 
De schapen lieten Delbroek erg kaal de winter ingaan. foto Frans, 2 sept 2015
Het graaspatroon werd daardoor totaal anders: als eerste werden overal de lekkere hapjes eruit gegeten. En dat zijn de kruiden, oftewel de bloemetjes en de plantjes. Het gras komt pas als laatste aan de beurt, pas als al de bloemetjes en de plantjes opgegeten zijn. Overigens doen runderen hetzelfde als je die in een groot gebied laat weiden. Ook zij vreten dan als eerste de kruiden op. Biologische boeren maken van dergelijk graasgedrag gebruik om zonder chemische onkruidbestrijding, toch veel gras in de wei te houden.
Maar als de kruiden weg zijn, hebben wij er weinig te zoeken, en de insecten ook niet, en de vogeltjes ook niet.
Gelukkig waren we er in het voorjaar nog op tijd bij geweest, en mogelijk de vogeltjes ook.
 
Frans Smit, najaar 2015.