Natuur en Landschapsvisie Weert 2016 (2)

Inspreken bij de Raadscommissie Ruimte bij de voorbehandeling van de Natuur en Landschapsvisie op 16 nov. 2016.

Geachte dames en heren. 

 

Vanavond bespreekt u de Natuur en Landschapsvisie Gemeente Weert 2016. 

 

Als Ecologische Werkgroep Weert Zuid hebben wij erg veel tijd en energie in gestoken in de Natuur en Landschapsvisie. Desondanks hebben wij erg veel op- en aanmerkingen op de voor u liggende visie, en wij zijn niet de enige. Onze op- en aanmerkingen richten zich zowel op gebied van participatie, als op inhoudelijk gebied. Ook vinden wij het geen goede zaak dat er zoveel onduidelijkheid bestaat ten aanzien van de status en de plaats van deze visie.

Op de eerste bladzijde van de visie wordt een antwoord gegeven. We lezen, dat de Natuur en Landschapsvisie is opgenomen in het uitvoeringsprogramma van de Structuurvisie Weert 2025. Daarmee vormt ze een op zichzelf staand beleidsdocument, naast de Structuurvisie, evenals de gebiedsvisie Kempen Broek–IJzeren man, de Kadernota Groen en het Bomenbeleidsplan. Hierdoor wordt plaats en de enorme belangrijkheid en impact van de Natuur en Landschapsvisie goed weergegeven.

Naar analogie van de Structuurvisie: deze is voor U leidend. Juridisch en voor burgers is het Bestemmingsplan leidend. Op dezelfde manier wordt straks de Natuur en Landschapsvisie voor u leidend. Bovendien wordt ze richtinggevend voor de nieuwe Omgevingswet.

Dat de Natuur en Landschapsvisie belangrijk wordt, blijkt uit het feit dat er nu al naar verwezen wordt, nog vóórdat de Raad van Weert er een uitspraak over heeft gedaan. We doelen hier op de voorgenomen realisatie van boscompensatie voor de CZW bij de Heltenbosdijk.

Wij vragen u dan ook, om zich deze belangrijkheid goed te realiseren. Te vaak wordt deze belangrijkheid ontkend of gebagatelliseerd. Aan de Participatiegroep Groen is voorgehouden dat de Natuur en landschapsvisie een “koersdocument” is. En dat hij slechts richtinggevend is. En dat het dan allemaal niet zo precies hoeft.

Het hoeft echter wél precies !! De Natuur en Landschapsvisie is een beleidsdocument!! En dat heeft gevolgen voor de inhoud. Zo moeten bv. de kaarten die erin staan kloppen. Nu is dat nog steeds niet het geval, ondanks dat wij samen met het IVN via onze zienswijzen reeds de nodige verbetering aan die kaarten hebben bewerkstelligd. Ook anderen dat hebben gedaan. de kaarten waren toen nog leesbaar omdat er wegen in getekend waren. De wegen zijn nu weggelaten. Een kaart waarbij de wegen niet zijn ingetekend mist herkenbaarheid. Voor de gemeenteraad is het daarbij belangrijk dat daardoor haar controlerende taak zwaar wordt bemoeilijkt.

Ook het niveau van de visie moet in overeenstemming zijn met de belangrijkheid ervan. Wij vinden het huidige niveau daarvoor te laag. Reeds in onze zienswijze op de Structuurvisie hebben wij aangegeven dat natuur en landschap van Weert zich lang niet altijd laten vangen in algemeenheden, zoals “Mozaïeklandschap” en “Beekdal”. Het is juist zaak de zeer bijzondere natuur en landschap van Weert beter benoemen.  

 

Er zijn zeker stappen in de goede richting gezet. Nu moeten we doorpakken. Een stap in de goede richting is, dat de bijzondere natuur van zandige heide benoemd is. Echter, hoe het zit met de beekdalen in Weert is niet nader onder de loep genomen.  Het beekdal in Weert bestaat voor het overgrote deel niet uit beekdal, maar uit zeer bijzondere doorstroommoerassen. Deze hebben een heel andere impact op natuur en landschap. Hetzelfde kunnen we stellen voor de reeks bijzondere vennen langs het kanaal. Ze staan zelfs niet op de kaart van de Natuur en Landschapsvisie, terwijl hier toch een Natura 2000 doelstelling op rust.

Over Natura 2000 mag opgemerkt worden dat het een Europese verplichting is die aangegaan is door Nederland. De verplichting is dus aangegaan op bestuurlijk niveau. Een gedeelte van die verplichting ligt binnen de grenzen van gemeente Weert. Overheden zijn schatbewaarder, en hebben die verantwoordelijkheid. Hoewel niet direct op het bordje van gemeente Weert, ligt hier dus wel degelijk een bestuurlijke verantwoordelijkheid. Gelukkig erkent Weert in haar Natuur en Landschapsvisie haar rol als schatbewaarder. Waarbij het dan wel erg handig is als de schatbewaarder weet wat de inhoud van de schat is die ze moet bewaren.

 

Over al deze punten is géén discussie geweest in de Participatiegroep Groen. Evenmin is het punt “wildernisnatuur” in de Participatiegroep Groen ter sprake gekomen. Het is voor ons een grote vraag of er bij al die bijzondere natuur die Weert heeft, nog wel behoefte is aan “wildernis natuur”. Deze vraag hebben wij al aangegeven in onze zienswijze op de Structuurvisie. Omdat deze vraag onbeantwoord is gebleven, evenals onze mening over doorstroommoerassen en de zwak gebufferde vennen langs het kanaal, hebben wij onze zienswijze op de Structuurvisie als herhaald en ingelast ingevoerd in onze zienswijze op de Natuur en Landschapsvisie. Als reactie wordt slechts gesteld dat de onderwerpen wél ter sprake zijn gekomen. Deze reactie wordt op meerdere van door ons ingebrachte punten gegeven.

 

Ik hoop dat ik heb aangetoond dat er nog erg veel werk te doen is aan de Natuur en landschapsvisie. Daarbij ben ik van mening dat dát in de Participatiegroep Groen zou moeten gebeuren.

De visie is wat ons betreft nog niet rijp voor vaststelling.

Wij vragen u dan ook de voorliggende versie te beschouwen als een voortgangsdocument, om daarna de Participatiegroep Groen de opdracht te geven dit voortgangsdocument uit te werken tot een volwaardige Natuur en Landschapsvisie.

 

Ik dank u voor uw aandacht.

 

Frans Smit

16-11-2016

Ecologische Werkgroep Weert Zuid. 

Zienswijze van de Ecologische Werkgroep Weert Zuid op de concept Natuur en Landschapsvisie 2016

Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Weert.

 

Geacht College.

Bij deze dien ik een zienswijze in ten aanzien van de Natuur en Landschapsvisie Gemeente Weert 2016. 

Procedure Natuur en Landschapsvisie:

participatie als middel om de discussie niet aan te gaan. 

Met name de procedure die gevolgd is om tot de op tafel liggende Natuur en landschapsvisie te komen, stelt ons teleur. Gezien de gevolgde procedure is het niet verwonderlijk dat ook de uitkomst daarvan, de Natuur en landschapsvisie dus, ons inhoudelijk teleurstelt.

Het stuit ons tegen de borst dat op het moment dat we eindelijk op de goede weg zitten, de uitwerking en de participatie afgekapt worden met een toch wel plotseling op tafel liggende zeer onaffe Natuur en Landschapsvisie. Wij hopen dan ook, dat we nog in de gelegenheid gesteld worden om in een gezamenlijke dialoog de Natuur en landschapsvisie echt af te kunnen maken. 

Om een en ander te verduidelijken kunnen we het beste beginnen bij de ontstaansgeschiedenis van de Natuur en Landschapsvisie.

In 2013 waren wij betrokken bij de totstandkoming van de Structuurvisie Weert 2025. Voor onze deelname aan deze visie na onze betrokkenheid bij de totstandkoming van het bestemmingsplan buitengebied, was bv. bepalend dat wij ons inzetten voor het behoud van de Tungeler Wallen als een bijzonder gebied met zand, hei en bos. Het bijzondere van dit gebied – en dat van vele andere gebieden in Weert – wilden wij graag in de verschillende gemeentelijke plannen tot recht laten komen. Zo stond op de kaart van de Structuurvisie de Tungeler Wallen vermeld als bos. Geen goede omschrijving, en een onderwaardering van het gebied. Dit geldt voor meerdere gebieden in Weert. We noemden de brongebieden /doorstroommoerassen van de Tungelroyse beek, en de strook vennen en poelen aan weerskanten van de Zuid Willemsvaart. Daarbij leveren  bovendien de grenzen (gradiënten) tussen deze natuur en landschapstypen weer heel andere maar ook zeer bijzondere situaties op.

Daarnaast (of daardoor) speelde op dat moment in Weert, dat er van buitenaf een totaal nieuwe en ons inziens zeer dubieuze nieuwe vormgeving voor de natuur werd gepropageerd. Stichting Ark ging wildernis-natuur maken in Weert, en  verkondigde dat te doen als opdracht van de provincie. De vraag leek gerechtvaardigd of hier gezien de aanwezige bijzondere natuur van Weert, wel behoefte aan was.

Door dit alles was het voor ons duidelijk, dat Weert zijn zaakjes op het gebied van de natuur niet goed voor elkaar had, en dat het hoog tijd werd voor een brede verdieping van de kennis en inzichten in de natuur van Weert. Een en ander met name op een dusdanige manier dat dit ook in de beleidsdossiers vastgelegd zou kunnen (en moeten) worden.

Al vrij snel werd voor alle betrokkenen aan de structuurvisie duidelijk, dat inpassing daarvan niet meer haalbaar was. Na het indienen van onze zienswijze 23-10-2013 (Bijlage 1) werd ons, en enkele andere indieners van zienswijzen, toegezegd dat er een aparte Natuurvisie voor Weert zou komen. Al vrij snel bleek een verbreding tot Natuur en Landschapsvisie op zijn plaats. (toezegging B&W 12-11-2013  eindverslag inspraak. Bijlage 2)

 

Natuurlijk is de nu op tafel liggende Natuur en Landschapsvisie van een ruimere inhoud dan de Structuurvisie Weert 2025. Dit laat echter onverlet, dat wij op dit moment dezelfde zienswijze als tegen de Structuurvisie in kunnen inbrengen tegen de Natuur en Landschapsvisie. Bij deze doen we dat dan ook.

Onze zienswijze van 23–10-2013 voor de Structuurvisie Weert 2025 dient u dan ook ten aanzien van de Natuur en Landschapsvisie al herhaald en ingelast te beschouwen. 

Daarbij wil ik dan wel met gepaste waardering opmerken, dat in relatie tot de Structuurvisie, er in de voorliggende Natuur en Landschapsvisie een meer juiste legendering voor de Tungeler Wallen en enkele andere zandige gebieden van Weert heeft plaatsgevonden. Echter punten als doorstroommoerassen, vennen en poelen aan weerskanten van het kanaal en “wildernisnatuur” zijn onbesproken gebleven. 

Het feit dat na drie jaar overleg alsnog dezelfde zienswijze kan worden ingediend, geeft te denken over de manier waarop er met het in uw visie zo geroemde interactieve participatieproces is omgesprongen. Immers, wat is het nut van interactie en participatie als zelfs inbreng van zienswijzen t.a.v. de Structuurvisie 2025 die resulteerden in de toezegging voor het opstarten van deze Natuur en landschapsvisie, geen aanleiding is geweest voor het echt inhoudelijk serieus nemen daarvan.

Dit patroon is kenmerkend gebleven. In de loop der tijd heb ik een dusdanige hoeveelheid stukken over natuur en landschap geschreven dat ik beter zelf een Natuur en Landschapsvisie had kunnen schrijven. Dit had zeker binnen de tijd gekund die nu nodig was om allerlei nauwelijks aan natuur (en landschap) rakende stukken te bestuderen en te becommentariëren.  

Op 3 aug. 2014 ontvingen we de uitnodiging om mee te doen aan het “Participatietraject Landschapsvisie”. In de uitnodiging van dhr. Werner Mentens werd ons medegedeeld dat “de gemeente Weert voor het opstellen van de visie ondersteuning had gekregen van mevr. Elise Eskes van Buro Es en Dr. Leon Frederix van Frederix Advies. In de uitnodiging wordt melding gemaakt van de Kadernota Groen van de gemeente Weert uit 2009. Tevens werd “inhoudelijke output” gevraagd. Op 8-09-2014 hebben wij deze ingediend. (bijlage 3)

Genoemd driemanschap had een geheel eigen opvatting over wat een Natuur en Landschapsvisie is. Liever gezegd, ze hadden een geheel eigen opvatting over een landschapsvisie, want de term “natuur” was verdwenen en moest door ons keer op keer teruggehaald worden. Vanwege genoemd participatietraject werden er veel organisaties bij betrokken. Op zich een goede zaak als het inderdaad organisaties zouden zijn geweest die zich met natuur en landschap bezig hielden. Echter vanuit de redenatie dat “landschap overal is” was de samenstelling van deze groep veel te breed om aan de doelstellingen zoals bedoeld vanuit de Structuurvisie te kunnen voldoen. Het driemanschap deed daar nog een schepje bovenop. Men suggereerde een enorme inbreng uit alle mogelijke hoeken, die had geleid tot een totaal van 200 ingebrachte punten. Deze had men teruggebracht had tot 18 punten. Daaraan werd nog onderwijs als 19e punt toegevoegd, allerminst dus een typologie van het landschap van Weert. Het was eigenlijk een “los zand” optelsom van onderwerpen die op de een of andere manier met natuur en landschap samenhingen en die in weinig concrete termen waren verwoord. De inbreng vanuit de initiërende zienswijzen op de Structuurvisie waren niet meer terug te vinden, evenmin als de door ons ingeleverde “inhoudelijke output”. Wel werd een verhaal met een hoog abstractiegehalte op tafel gelegd over “oogmerken”, “principale hoofdlijnen”, en “koersdocumenten”. Dit tegelijk met een batterij in Word ingekaderde teksten waarin de lezer vooral kans liep om verstrikt in te raken.  

In het voortgangsdocument van 9 aug. 2015 werd expliciet gesteld, dat de doelstellingen vanuit de Structuurvisie als doelstelling voor de Landschapsvisie waren losgelaten. Het enige dat nog over natuur werd gezegd was, dat die economisch moest renderen. Wel natuurlijk “met respect” enzo.

Daarop hebben wij schriftelijk medegedeeld dat voor ons verder praten over de inhoud van het voortgangsdocument niet aan de orde was (brief van 24 sept. 2015 die wij breed verspreid hebben onder de bestuurders van Weert) 

Ik denk niet, dat het ons kwalijk te nemen is, als wij een dergelijke aanpak interpreteren als een poging om een Natuur en Landschapsvisie met een discussie over precaire onderwerpen als natuur en wildernisnatuur niet te laten plaatsvinden. Helaas is in feite die poging wel grotendeels gelukt.

Maar wat niet is gelukt is, dat de participatiegroep daarin mee is gegaan. Er kwam van alle kanten zoveel weerstand tegen deze gang van zaken, dat er een andere weg is ingeslagen. De worst die nodig was om de organisaties bij de natuur en landschapsvisie betrokken te houden, was deelname aan de Participatiegroep Groen met in de toekomst ook een eigen budget. Zeker zo belangrijk was echter, dat Selma van Mensvoort vanuit gemeente Weert het team kwam versterken. 

 

Daarna ging het beter. Er is een werksessie gehouden over landschapstypen, de “Kadernota Groen, visie en afwegingskader Gemeente Weert uit 2010” is bestudeerd en er werd een excursie door het Weerter landschap gepland (20 nov. 2015). Goede ontwikkelingen dus, maar bij de excursie werden toch ook weer de punten van discussie niet aangedaan of te snel voorbij gereden, zoals gebieden van het Kempenbroek (wildernis-natuur) en de nivellerende activiteiten van Stichting Ark in het beekdal /doorstroommoeras.

Overigens werd eenieder gevraagd op en aanmerkingen over het landschap in te leveren aan de hand van een voorgedrukte routebeschrijving met uitleg over de landschapstypen. Deze uitleg had – achteraf gezien – uit de legenda van het Landschapskader van de provincie kunnen komen. Een bronvermelding werd niet gegeven. 

Hoe sommigen op het gemeentehuis over participatie denken, werd nog eens pijnlijk duidelijk toen wij voor een extra bijeenkomst bij elkaar waren gekomen om mee te denken over duurzame energie. Dat meedenken mocht alleen gaan over zonne-energie en wind energie. Toen vanuit de participatiegroep aandacht werd gevraagd voor (verbrandings) energie uit biomassa die in de groenste stad van de wereld overmatig aanwezig is, bleek het toch echt niet de bedoeling om daarover te praten. Gelukkig zijn er echter meer settings voor overleg. 

Ondertussen begon in januari 2016 de kwestie met bosaanplant in het gebied bij de Heltenbosbrug te spelen. Volgens Stichting Ark is het daar “beekdal” en daar hoort dan beekbegeleidend bos. Volgens vele gebiedskenners was het hier doorstroommoeras, dus open en wijds, en geen plaats voor bosaanplant. In feite een wezenlijke discussie voor de Natuur en Landschapsvisie. Tijdens deze discussie werd het Landschapskader van de provincie Limburg (her)ontdekt (Landschapskader Noord- en Midden Limburg 2009). Vanuit de provincie kregen wij een uitsnede hieruit voor de situatie ter plaatse. Duidelijk werd, dat het Landschapskader indicatief is, richtinggevend. Lokaal kan er de meest passende of gewenste invulling aan worden gegeven.  

Of voorgaande bijgedragen heeft aan een besef dat men bij de gemeente meer naar de ondersteunende kaders vanuit de provincie moet kijken valt niet te zeggen, maar het lijkt er wel op. Toen half april er toch wel plotseling een “Concept Natuur- en Landschapsvisie Weert 2015-2025” op tafel lag, werd er op blz. 12 in het onderdeel “streefbeelden per landschapstypen” opgeschreven: “Bij de streefbeelden gaan we vanuit de beschreven landschapstypen volgens het Landschapskader Noord- en Midden Limburg werken aan het gewenste toekomstbeeld van de gemeente Weert” Daarna volgt een opsomming van wat landschapstypen genoemd zouden kunnen worden. Daarna worden enkele landschapstypen verder beschreven, waarbij er en passant een Weerts sausje over wordt gegoten. Daarbij zijn echter toch wel enkele grote vraagtekens bij te zetten. Ook was er een kaart “landschapstypen” in opgenomen die integraal overgenomen lijkt uit het Landschapskader van de provincie, maar waarin toch ook een aantal specificaties naar de plaatselijke situatie waren te herkennen.  

Positief hieraan was, dat Gemeente en participatiegroep Groen met het ontdekken van het Landschapskader van de provincie een nota hadden gevonden die als kapstok kon dienen om iets zinnigs te kunnen zeggen over natuur en landschap van Weert. Wij, en een (groot) aantal anderen uit de participatiegroep, zaten al van begin af aan op deze lijn. In zekere zin waren we bezig het wiel uit te vinden, maar we waren goed op weg. Kern van de zaak was, om een typologie te maken van de natuur en het landschap van Weert. Hoe pak je dat aan? Eerst de geomorfologie beschrijven, en daarna hoe de mens daarmee om is gegaan. Maar, dan wel héél concreet. Grenzen aangeven op de kaart en in het landschap, weg van zweverige terminologie over waarom het landschap belangrijk is. Niet van alles en nog wat erbij halen. En vooral: vastleggen van wat we in Weert hebben, om het vervolgens te kunnen beschermen, verdiepen of te ontwikkelen. 

Jammer is dan, dat de ambtenaren op dat moment het werk weer uit handen van de groep pakten en alleen aan de slag gingen. Op de bijeenkomst van 19 mei 2016 kwam er dan ook terecht veel commentaar op. Men herkende de inbreng niet in het concept. Over het erin opgenomen gedeelte over ‘Wildernisnatuur en natuurlijk begrazingsbeheer” (H 3.3.4.) was nog nooit gepraat.  

En het werd er niet beter op. Voor de bijeenkomst van 19 mei was gevraagd of iedereen commentaar wilde inleveren op de concept visie. We mogen aannemen dat dat commentaar verwerkt is, want op 7 juli 2016 werd de definitieve “Natuur en Landschapsvisie Gemeente Weert 2016” ter inzage gelegd. Weer zonder dat de participatiegroep daarover was geraadpleegd.

Bovendien werd de Participatiegroep hiervan pas op de hoogte gesteld nadat de visie al drie weken ter inzage lag. Inmiddels was de visie ook al voorgelegd aan de Raadscommissie Ruimte. Kortom, te weinig participatie  met de Participatiegroep Groen.  

# 1: Kern van voorgaande voor onze zienswijze is, dat door handig, of zo u wilt onhandig manipuleren met participatie, dit tot heden niet heeft geleid tot wezenlijke inbreng van de Participatiegroep Groen. Om dit recht te zetten lijkt het zeer gerechtvaardigd de discussie verder voort te zetten. Het Landschapskader van provincie Limburg zou daarbij als leidraad kunnen dienen. De voor ons liggende Natuur en Landschapsvisie 2016 zou dan beschouwd kunnen worden als een voortgangsdocument, hetgeen vanwege het zeer onaffe karakter ervan, ook passend zou zijn.

# 2: Onze zienswijze op de Structuurvisie 2025 dienen wij opnieuw in als onderdeel van onze zienswijze op de Natuur en landschapsvisie 2016 (bijlage 1)

 

Natuur weer verdwenen uit de (definitieve?) Natuur en Landschapsvisie gemeente Weert 2016, behalve als het gaat om “Grootschalige natuur met natuurlijke begrazing”. 

Inhoudelijk leek in deze versie het nodige veranderd, met als eerste aanblik een andere indeling. Maar bij lezing blijkt het woord “natuur” er nog slechts sporadisch in voor te komen. Het lijkt wel of gemeente Weert bang is iets over haar eigen toch zeer bijzondere natuur te zeggen. Zelfs een hoofdstukje over de betekenis van natuur is nergens te vinden. Wel wordt er in H 1.5 iets gezegd over de betekenis van het landschap, maar wat landschap is, wordt nergens gedefinieerd. In H 1.2 wordt gesteld dat “de visie in mindere mate ingaat op de natuur en beheer doelstellingen voor natuurgebieden”. waarbij we weer terug zijn bij het “voortgangsdocument” van 9 aug. 2015 waarin ook geprobeerd werd af te stappen van natuur in de Natuur en Landschapsvisie. Nu legt men de natuur bij de provincie. In hoofdstuk 1.4 worden de verantwoordelijkheden heen en weer geschoven. Toch wordt elders in de nota de gemeente wel gezien als schatbewaarder en rentmeester. Als je dat als gemeente wilt zijn, mag je ook wensen hebben en een mening hebben; een visie dus. Dat is des te belangrijker nu Weert “aspiraties heeft om het toeristisch recreatieve centrum van midden Limburg te worden”.

Het coalitieprogramma spreekt over “het verder ontwikkelen van het recreatief toeristisch potentieel van Kempen-Broek”. Maar voordat je daarmee mogelijk het kind (natuur) met het badwater weggooit, is het misschien wel leuk om in ieder geval te weten hoe het er heeft uitgezien. 

Toch komt de natuur wel aan bod. Bij punt 1.6 wordt een deelhoofdstuk gewijd aan “Grootschalige natuur en natuurlijk begrazingsbeheer”. Maar dit grote item was wel nog steeds niet ter sprake geweest in de Participatiegroep: is er in Weert plaats voor deze vorm van natuur en natuurbeheer, of hebben wij in Weert al zoveel bijzondere natuur, dat wij hieraan op de manier zoals de huidige projectontwikkelaar Stichting  Ark er samen met Vereniging Natuurmonumenten vorm aan geeft, geen behoefte hebben? In ieder geval zou aangegeven moeten worden, binnen welk kader de discussie hierover zou moeten plaatsvinden, en wie daarover mee zouden moeten denken. Wat ons betreft lijkt de Participatiegroep een prima gremium hiervoor.  

In dit deelhoofdstuk hierover staan sowieso een paar discussieabele punten. Meerdere ingediende zienswijzen behandelen dit onderwerp.

Aanvullend willen wij opmerken dat de verwijzing in de tekst naar de runderen van de Krang niet erg ethisch is en juist meer een voorbeeld om zeer terughoudend met runderbegrazing om te gaan. In de Krang is iemand voor zijn leven zwaar verminkt door de daar lopende runderen. Van de Laurabossen is ons bekend dat veel fietsers na een kennismaking met de runderen niet meer deze fietsroute nemen. Slechte voorbeelden dus om gemeentelijk beleid op te baseren.

Verder is klakkeloos het “Ark verhaal” over de voordelen van jaarrond begrazing overgenomen. De gemeente zou beter af kunnen gaan op bewijzen voor de juistheid ervan. De zogenaamde voordelen zijn zeer omstreden en lijken inmiddels achterhaald. Ons lijkt het, dat de gemeente zich met een kluitje in het riet laat sturen.

Dat de gebieden Loozerheide, Laurabossen en omgeving Wijffelterbroek “voldoende groot” zouden zijn om grote grazers in te zetten voor natuurlijke begrazing is misleidend en onjuist. In deze gebieden wordt jaarrond begrazing met sociale kuddes taurossen voorgesteld, dus niet zomaar grote grazers. De Commissie Verbetering Begrazingsbeheer heeft een rapport gemaakt over de minimale gewenste grootte.

Deze zou 100 ha moeten zijn op 31 mrt. 2016. Wij hebben de gebieden bekeken aan de hand van deze voorwaarden. Alle gebieden voldoen níet hieraan. De meeste gebieden zijn kleiner, of werden op 31 mrt. niet begraasd met taurossen.

In de provinciale nota’s en kaders is weinig te vinden over grootschalige gebieden en jaarrondbegrazing. Het is geen natuurdoelstelling, en wordt als zodanig ook niet gesubsidieerd. De natuurdoelstellingen van grootschalige gebieden die jaarrond worden begraasd, zijn onafhankelijk van de beheervorm, dezelfde als opgenomen in de provinciale natuurdoelstellingen. Overigens is het onze angst dat met name de natuurdoelstellingen van de gebieden door deze vorm van beheer niet zullen worden gehaald. En dan praten we nog niet eens over de Nature 2000 doelstellingen.

Een andere nota van de provincie bevestigt onze angst. In het “Handboek streefbeelden voor natuur en water” staat op blz. 50 “Om via deze weg de soortenrijkdom in stand te houden of te vergroten, moeten deze gebieden wel 500 ha of groter zijn”. In Weert kent men, zoals al eerder opgemerkt, de nota’s van de provincie onvoldoende, en laat men zich wat wijsmaken door organisaties die gewoon zeggen dat de provincie het zo heeft gewild.  

Kernpunten voor de zienswijze:

# 3: Natuur moet een wezenlijk onderdeel worden van de Natuur en Landschapsvisie.

# 4: “Grootschalige natuur met natuurlijk begrazingsbeheer” moet onderdeel van discussie zijn voor de Participatiegroep Groen. Het mag niet zo zijn dat een subjectief door ambtenaren gedestilleerde mening plots onderdeel gaat uitmaken van de Natuur en Landschapsvisie als zijnde “geraadpleegd hebbende de Participatiegroep Groen”.

# 5: verwijzing naar boerenbegrazing en half-natuurlijke begrazing met resp. runderen in De Krang en in de Laurabossen is eerder een argument in het nadeel dan een argument in het voordeel van begrazing met natuurlijke sociale kuddes runderen.

# 6: argumenten in het voordeel van natuurlijke begrazing met runderen zijn niet verifieerbaar, maar zouden dat in het kader van een gemeentelijk document wel moeten zijn.

# 7: bestuurders van Gemeente Weert hebben zich gesteld achter de norm van de Commissie Verbetering Begrazingsbeheer dat de gebieden groter dan 100 ha. (per 31 mrt. 2016) zouden moeten zijn alvorens ze voor begrazing met taurosachtigen in aanmerking zouden mogen komen. Zij zouden zich daaraan vooralsnog moeten houden. Het is aan de Natuur en Landschapsvisie daar een eigen oordeel over te hebben, waarin ook andere belangen meegewogen moeten worden. Wij denken dan o.a. aan de belangen van Europese N2000 natuur.

# 8: Men zou zich moeten realiseren dat in het “Handboek streefbeelden voor natuur en water” van de provincie Limburg voor natuurlijke begrazing een norm van 500 ha wordt gehanteerd.

# 9: het is raadzaam de nota’s van de provincie meer te betrekken in de totstandkoming van gemeentelijke nota’s over natuur en landschap. 

Opbouw van de Natuur en Landschapsvisie gemeente Weert 2016,

Het doel van de Natuur en Landschapsvisie was, om tot een goede beschrijving van natuur en landschap van Weert te komen.

Een kaart van de natuur- en landschapstypen is dan een goede manier om een samenvatting erover te geven. Het is een soort doel waarnaar gewerkt wordt. Dat betekent echter ook, dat de opbouw van de tekst van de natuur en landschapsvisie zo moet zijn, dat er een goede kaart als eindresultaat uit kan rollen.

Gezegd moet worden, dat de opbouw van de voorliggende natuur en landschapsvisie daartoe onvoldoende richting aan geeft.

In hoofdstuk 03 op blz. 16 worden plompverloren de streefbeelden gedeponeerd. Op blz. 17 staat dan gelijk de kaart. Hoe men tot de streefbeelden komt wordt niet verklaard. De beschrijving van de gebruikte landschapstypen wordt achterin op blz. 41 gegeven. De toespitsing ervan naar de Weerter situatie wordt gegeven op blz. 18. Die is bovendien op een aantal punten dubieus, bv. omdat de situatie van Weert geen grootschaligheid kent, terwijl dat zo wel in de tekst is blijven staan. De volgorde kan je toch echt beter andersom doen: beginnen met de algemene situatie, en dat specificeren. Bovendien mag er ook wel gezegd worden, waarom de gebruikte indeling gebruikt wordt. Het landschap is niet toevallig ontstaan. Daar gaat geschiedenis aan vooraf. Door die te geven, maak je landschap en natuur inzichtelijk. In de visie staat er op blz. 39 iets over. Het zou ook goed zijn geweest daar meer kaarten bij te gebruiken. Bv. een kaart van rond 1850 (militaire kaart) is onmisbaar, omdat die de contouren van het landschap goed aangeeft.

Op blz. 29 worden streefbeelden voor enkele deelgebieden uitgewerkt. Onduidelijk is op basis waarvan deze gebieden zijn geselecteerd. Onduidelijk is ook waarom niet alle gebieden van Weert zijn opgenomen. Duidelijk is wel, dat een aantal hete hangijzers hier en passant gemakkelijk even neergeschreven en daarmee verdoezeld worden. Herinneringen aan de handige gang van zake met verandering van doelstelling voor natuur bij de CZW (Centrale zandwinning) en de Hazenheuvel en omgeving stort komen naar boven. De onderwerpen zijn niet aan de orde geweest in de Participatiegroep, maar dat is wel dringend noodzakelijk. We willen graag herhaling van genoemde voor de natuur catastrofale ontwikkelingen voorkomen.

Een dergelijke opbouw van de visie maakt lezen tot een ontdekkingstocht naar wat de schrijver aan het doen is geweest. Een analyse van de route, in plaats van een beoordeling van de inhoud. En als je zo bezig bent met de tekst, ga je niet zitten puzzelen op de kaart. Bij de concept versie hebben wij dat te weinig gedaan.

Zo moet een natuur en landschapsvisie niet in elkaar zitten. Straks is het een richtinggevend document aan andere beleidsdocumenten als omgevingswet, structuurvisie, bomenbeleidsplan enz. Wij kunnen de tekst en de kaart met onze achtergrond en kennis van de situatie bekijken. De mensen van de andere disciplines hoeven die achtergrond niet te hebben, maar ook voor hen moet het duidelijk zijn.  

We hebben met een paar mensen gezamenlijk de kaart Landschapstypen met onze kennis en achtergrond bekeken. Ook hebben we er het Landschapskader van de provincie Limburg bijgehaald in verband met achtergronden en legenda. Dan blijkt helaas, dat er juist daar waar het gaat om de toespitsing naar de Weerter situatie, er nog heel erg veel te verbeteren valt. Alleen al in het gebied van Weert dat in Weert vaak foutief “Kempenbroek” wordt genoemd, een stukje van Weert Zuid dus, kwamen wij tot een kleine 20 fouten, foutjes, en mogelijke verbeteringen.

Dit geeft wel aanleiding om de kaart landschapstypen nauwgezet te bestuderen en te verbeteren, expliciet met inschakeling van de participatiegroep. We mogen concluderen, dat deze kaart zoals die nu op tafel ligt, absoluut niet volstaat als definitieve kaart voor een natuur en landschapsvisie.

De op en aanmerkingen op de landschapstypenkaart staan in bijlage 4 en zijn als zodanig onderdeel van de zienswijze.  

Kernpunten voor de zienswijze:

# 10: De opbouw van de natuur en landschapsvisie zou herordend en aangevuld moeten worden.

# 11: streefbeelden voor slechts enkele deelgebieden zouden óf gemotiveerd moeten worden, óf voor alle gebieden gemaakt moeten worden. Expliciet gaat onze voorkeur naar dat laatste uit.

# 12: de streefbeelden zoals beschreven, zullen in de Participatiegroep Groen onderwerp van gesprek en discussie moeten zijn. Plannen als Hazenheuvel (stort) gaan bv. lijnrecht in tegen natuurdoelstellingen van velen in Weert, maar ook tegen de natuurdoelstellingen van de provincie.

# 13: de landschapstypen kaart moet op erg veel punten verbeterd worden. Dit moet vanwege de plaatselijke gebiedskennis samen met de Participatiegroep Groen gebeuren.

# 14; alle genoemde punten in relatie tot de landschapstypenkaart in bijlage 4 dienen als onderdeel van de zienswijze beschouwd te worden.

 

Enkele losse punten van zienswijze op de Natuur en Landschapsvisie Gemeente Weert 2016. 

# 15 - De foto’s op blz. 19 en 25 zijn niet van het Wijffelterbroek, maar van Smeetshof in België. Bovendien met de Grove dennen niet bepaald karakteristiek voor vochtig bos. Kan dus echt niet.

# 16 - blz. 31 ad Stramproyerheide, beschrijving streefbeeld, spatie 5: “De natte graslanden worden ingezet voor extensief beheer door ‘grote’ grazers”. Ook hier is ‘grote’ overbodig en ongewenst. Grazers volstaat.

# 17 - blz. 31

Weerterbeek:  foute uitleg. De beek was bij aanleg bedoeld voor de watervoorziening van de Weerter wolindustrie. Waarschijnlijk pas toen de lakenindustrie in Weert afnam waren er minder schapen nodig en zijn er meer heidekoetjes gekomen, en daarmee de leerindustrie.

# 18 – blz. 34. duurzame energieopwekking. Vanuit de participatiegroep is daarnaast ook het gebruik van biomassa voor brandstof als aanvullend aanbevolen. Daarop inzetten betekent tegelijkertijd dat het vele groenafval van de groenste stad ten nutte te maken is.

# 19 – blz. 45 De namenlijst moet erg zorgvuldig bekeken worden. Bv. op fouten (Ecologische Werkgroep Weert Zuid), NHGL. Ook:lid zijn van een organisatie vertegenwoordigt niet automatisch de organisatie. Daarvoor moet je mandaat hebben. En: in hoeverre kunnen er mensen op staan die nooit zijn geweest, of slechts één keer? Kunnen organisaties door meerdere personen vertegenwoordigd worden? en kunnen die dan tegelijk aanwezig zijn? Kortom: de samenstelling van de Participatiegroep Groen zou nog eens besproken moeten worden.

Verder is het goed om aan de mensen te vragen of ze hun naam bij de Natuur en landschapsvisie willen hebben staan. Ik moet zeggen dat ik weer getwijfeld heb of ik mijn /onze naam vermeld wilde zien.

Punten t.a.v. Uitvoeringsprogramma 

ad 1 : Ten aanzien van beheer van landschapselementen op terrein van particulieren willen wij als Ecologische Werkgroep Weert Zuid er graag op wijzen dat wij daarmee al bezig zijn, zowel op de Tungeler Wallen als bij de CZW. Onze naam bij actoren zou gewenst zijn, gezien de voortrekkers rol die wij nu spelen.

ad 2 : Ecologisch bermbeheer. Wij zijn daarbij betrokken, inderdaad al vanuit de participatiegroep Groen

ad 3 : Wij zien ons als Ecologische werkgroep weert Zuid graag genoemd bij de trekkers, aangezien we nu al zeer betrokken zijn bij de groep “Landschap en cultuurhistorie” (Bleumink)

ad 4 : Stimuleringsregeling voor projecten van vrijwilligers en landschap. Wij doen niet anders, dus we willen graag betrokken zijn.

ad 5 : Agrarische diensten. Gezien onze – ook concrete - inzet voor schapen in natuurgebieden lijkt ons hier zeker een rol weggelegd.

ad 11: Anti verdrogingsmaatregelen klimaatbuffer Wijffelterbroek, Kruispeel enz.  Ook hier is een rol voor de EWWZ weggelegd, gezien onze reeds jarenlange inzet hiervoor in deze gebieden, en onze huidige trekkersrol op de achtergrond.

Aanvullingen:

- Biomassa project. Zowel vanuit landschapsbeheer bij particulieren, als houtwallen, als vanuit de bosbouw, als vanuit gemeentelijk groen en wegbermen enz. komt er erg veel groenafval vrij. Deze biomassa inzetten voor verbrandingsenergie is een win-win situatie: het levert (aanvullende) groene energie, en het duidelijk aanwezige en kostbare groenafvalprobleem wordt op een nuttige wijze opgelost.

- Schapen project /werkgroep. Wij denken hierbij aan een totaal project, 1, heemkundig; de betekenis van het schaap voor de geschiedenis van Weert, 2, natuur historisch; de betekenis van het schaap voor de natuur van Weert door de eeuwen, 3, de huidige situatie; welke rol kan het schaap spelen in de huidige Weerter natuur en in de Weerter economie (recreatie – educatie – kleinschalig agrarisch enz.)  Vanuit de Ecologische werkgroep Weert Zuid zijn wij dit sowieso al van plan. Inpassing bij het uitvoeringsprogramma lijkt beter. 

Frans Smit

7 sept. 2016

Ecologisch Werkgroep Weert Zuid.

 

Delbroekweg 3

6006 VA Weert

Tel: 0495 - 51828