Meningen en berichtgevingen rondom Ark,1

Inhoud pagina :

- Bezwaarschrift tegen het verlenen van een omgevingsvergunning voor het aanleggen van Veeroosters in de Kettingdijk, 11 november 2014.

- Zienswijzen betreffende de concept aanwijzingsbesluiten van gem. Weert om op gedeelten van de Pruiskesweg en de Leukerweg vee zonder toezicht los te laten lopen, 7 september 2014.

- Opzegging deelname van de Ecologische Werkgroep Weert Zuid aan de Klankbordgroep van de Dorpsraden van Stramproy en Altweerterheide over Ark,     25 mei 2014.  

Bezwaarschrift Veeroosters Kettingdijk

Aan het College van Burgemeester en Wethouders van Weert.

Betreft: Bezwaarschrift tegen het besluit om een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van veeroosters aan de Kettingdijk te Weert.

Geacht college

Bij deze dien ik een bezwaarschrift in tegen het besluit zoals door u genomen op 3 okt 2014 om een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van veeroosters gelegen aan de Kettingdijk en Bocholterweg ongenummerd te Weert.

Tegen het aanleggen van de voorde zoals bedoeld in dezelfde vergunning dien ik géén bezwaarschrift in.

De aanvraag voor vier veeroosters en een voorde is gedaan door Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, en was geregistreerd onder nummer 2014/0493/OG

Ook aan de Kettingdijk, maar de veeroosters zijn niet voor hen bedoeld... foto Frans.

Mijn bezwaar richt zich op de eerste plaats tegen de (chronologische) volgorde van deze besluitvorming in relatie tot de besluitvormingen zoals die plaatsvinden of reeds hebben plaatsgevonden ten aanzien van de verschillende aanvragen rondom veeroosters in gemeente Weert.

- ten aanzien van onderhavig besluit zou het logischer zijn geweest eerst een besluit te nemen over het al dan niet toelaten om ter plaatse vee zonder toezicht op de weg los te laten lopen. Dit volgens artikel 51 lid 2 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Dit besluit ligt nog tot 19 nov. 2014 ter inzage op het stadhuis en kent een zienswijze procedure. Nu hierover voorlopig nog geen besluit is genomen is, wordt er verwarring gezaaid door het door elkaar lopen van de verschillende procedures.

- Er zijn lopende aanvragen betreffende veeroosters en/of aanvragen om vee zonder toezicht op de weg los te laten lopen. Het betreft de veeroosters aan de Pruiskesweg en aan de Leukerweg (verbindingsweg tussen de Lochtstraat en de Grensweg). Afhankelijk van het tijdstip waarop besluiten worden genomen zal er van het in de tijd eerst genomen besluit een precedentwerking uitgaan ten aanzien van de daarop volgende besluiten over hetzelfde onderwerp. Het op deze manier forceren van een precedent lijkt mij niet de bedoeling en onjuist.

- Door de verschillende besluitvormingen door elkaar te laten lopen ontstaat er een onoverzichtelijk geheel, waarbij het missen van een detailbeslissing en daardoor niet indienen van een bezwaar of zienswijze grote gevolgen kan hebben voor de bestemming van het hele buitengebied ten zuiden van Weert. 

Bijna om dit verhaal te onderstrepen ontving ik tijdens het opstellen van mijn bezwaarschrift van uw afdeling Ruimtelijk Beleid een brief. Daarin werd mij medegedeeld dat de behandeling van mijn zienswijze van 7 september 2014 met betrekking tot het concept-besluit tot aanwijzing van weggedeeltes in verband met het aanbrengen van veeroosters, vertraging heeft opgelopen. Bedoeld werd de veeroosters op de Pruiskesweg en de Leukerweg. Men streeft ernaar om de zienswijze voor 20 dec te behandelen.

Door de verschillende besluiten en aanvragen in een onoverzichtelijke volgorde te zetten wordt een soort juridische valkuil gecreëerd voor hen die een zienswijze of bezwaar willen indienen. Dit kan /mag niet de bedoeling zijn van de gemeente.

De Tungeler Wallen worden in de huidige visies van Weert geregistreerd als ....bos. De Natuur en Landschapsvisie kan ook daar verandering in brengen.

Vervolgens richt mijn bezwaar zich tegen het feit dat dit besluit – evenals de andere genoemde besluiten en concept besluiten – genomen is vooruitlopend op de in voorbereiding zijnde Natuur en Landschapsvisie van gemeente Weert. 

Het besluit over de veeroosters in de Kettingdijk en de andere genoemde besluiten zijn, hoewel ingediend door verschillende - met elkaar samenwerkende - aanvragers, onderdeel van een groter geheel. Het grotere geheel is het plan dat we kortheidshalve zullen omschrijven als “wildernisnatuur”.

Over dit plan heeft heeft Gemeente Weert nog geen visie ontwikkeld. Het is de bedoeling van de Natuur en Landschapsvisie meer duidelijkheid te brengen in (onder andere) dit onderwerp.

Voor “wildernisnatuur” blijkt overigens binnen de gemeentegrenzen weinig draagvlak. Dit vooral vanwege de runderen die de projectontwikkelaars zien als wezenlijk onderdeel van het plan. Toegankelijkheid van de gebieden voor iedereen die dat wil wordt daardoor alom sterk betwijfeld. Bij de Ecologische Werkgroep Weert Zuid spelen tevens ecologische redenen een belangrijke rol.

Het is niet opportuun door middel van betreffende veeroosters nu reeds uitvoering te geven aan de realisatie van “wildernisnatuur”.

In uw overwegingen bij uw besluit stelt u, dat “het bouwplan in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan “Buitengebied 2011”. Echter, in de reactie op de zienswijzen op de Structuurvisie 2025 is gesignaleerd dat deze visie en het betreffende bestemmingsplan onvoldoende uitgewerkt waren op het gebied van natuur en landschap. Daarom is toegezegd dat er een Natuur en Landschapsvisie zou komen ter completering van dit bestemmingsplan /structuurvisie.

De indertijd door ons en anderen ingediende zienswijzen op de structuurvisie zouden hierin aan de orde komen. Deze betroffen onder andere het onderwerp “wildernisnatuur”.

Het gaat niet aan te stellen dat het bouwplan in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan,  terwijl, zoals toegezegd, dit bestemmingsplan middels de structuurvisie nog aangevuld dient te worden met een Natuur en Landschapsvisie. 

Kwetsbare natte graskanden worden door Vereniging Natuurmonumenten uitgerasterd tegen het vee. Links de elzensingel langs de Kettingdijk. foto Frans.

Verder wil ik ingaan op enkele punten die gesteld worden in het concept besluit “Aanwijzing Kettingdijk” bij “overwegingen”.

- Hier wordt gesteld, dat “er vanuit rijks en provinciale opgave in Weert gewerkt wordt aan de realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur enz”.

Dat er vanuit “rijks opgave” gewerkt wordt aan de EHS, kan gevoeglijk weg worden gelaten. Het EHS verhaal is neergelegd bij de provincie.

- Aansluitend daarop wordt gesteld dat het doel van de EHS is “bescherming en versterking van de Biodiversiteit”. Dit doel onderschrijven wij van harte. Wij zijn echter van mening dat een beheer met runderen en paarden in dit gebied negatief zal uitpakken voor de biodiversiteit. Het beste bewijs levert Vereniging Natuurmonumenten zelf hiervoor. Zij rastert namelijk de eerste weilanden aan de Kettingdijk uit tegen betreding (vertrapping) en begrazing van runderen en paarden. De Ecologische Werkgroep Weert Zuid heeft regelmatig deze natte weilanden op flora geïnventariseerd. Het zijn bijzondere weilanden. Echter voor de natuur die nu met veel moeite en kosten aangelegd wordt, zijn de verwachtingen van de Ecologische Werkgroep Weert Zuid nog hoger. Hier verwachten wij namelijk de vegetatie van het zogenaamde Oeverkruidverbond. Mogelijk zelfs inclusief Parnassia. Het is vreemd dat deze waarschijnlijk nog veel kwetsbaardere gebieden wel betreden en begraasd mogen worden door grote grazers.

Ongestuurde begrazing met runderen en paarden zal negatief uitpakken voor de te verwachten kwetsbare biodiversiteit van het Kettingdijkgebied.

- Verder wordt gesteld dat ”het laten beheren van natuurgebieden door grote grazers aansluit op het provinciaal beleid”.

Er zijn echter meerdere soorten “grote grazers”. Schapen horen daar ook bij. De provincie heeft geen voorkeur en zeker geen dwingende voorkeur voor de soort grote grazer die ingezet zou moeten worden. De provincie heeft niets tegen schapen. Dit is uitgesproken, maar is ook te zien aan andere projecten van de provincie.

Door de aanleg van veeroosters wordt er vooruitlopend op “wildernisnatuur” gekozen voor begrazing met runderen en paarden.

Het gaat niet aan zich voor deze keuze achter een vermeende keuze van de provincie te verschuilen.

Ook, en misschien met name voor Weert, zijn er vele voordelen op te sommen voor beheer door schapen (zie bv. onze website).

De provincie Limburg spreekt zich niet uit tegen schapen. Vanwege het publieke belang (veiligheid, toegankelijkheid) – en vanwege de nagestreefde biodiversiteit, gaat onze  voorkeur sterk uit naar begrazing door schapen. Veeroosters zijn dan overbodig.

Hoezo schapen niet kosten-efficiënt ?? Voor zulk gras komen ze in België graag aanwandelen. Smeetshof, foto Frans.

- Als motivatie van het provinciaal beleid om natuurgebieden te laten laten beheren door grote grazers wordt gesteld dat “daarbij de nadruk ligt op effectiviteit en kosten efficiëntie”.

Wat betreft de kosten efficiëntie wil ik herhalen wat ik reeds heb gesteld in mijn zienswijze van 7-09-2014 betreffende de veeroosters in de Pruiskesweg en de Leukerweg:

“Dat de provincie de manier van beheren met runderen zou beargumenteren vanuit het oogpunt kostenefficiëntie, lijkt ons onvoldoende onderbouwd. Nergens hebben wij een vergelijkende kosten analyse kunnen vinden tussen beheer met rondtrekkende runderen en een gestuurd beheer, bv. met gescheperde schaapskuddes en/ of een beheer waarbij de boeren worden ingeschakeld bv. met het inscharen van hun vee, en /of particulieren met hun jonge paarden, en /of beheer met vrijwilligers.

Overigens lijkt ons het kostenplaatje van het Tauros gebeuren ver uit te stijgen boven alle andere vormen van beheer. Mogelijk wordt het project alleen in stand gehouden door allerlei subsidies en donaties uit vele andere bronnen.”

Het nemen van een positief besluit over veeroosters zonder voldoende financiële onderbouwing van de achtergronden van beheer met runderen en paarden, lijkt ons niet passen in de lijn van goed bestuur.

 

- In de laatste zin van “overwegingen” wordt gesteld dat “veeroosters ervoor zorgen dat het vee op bepaalde locaties de openbare weg kan kruisen”. Op de Kettingdijk is er echter iets anders aan de hand. Hier wordt een volledige weg van 2,6 km. opgenomen in een begrazingseenheid. Dit heeft niets met “kruisen van de openbare weg” te maken. Voor kruisen van de openbare weg zou een doorgang van 5 mtr. volstaan.

In plaats van de Kettingdijk te kruisen, zal het vee er in de situatie zoals gelegitimeerd door het besluit, regelmatig langdurig verblijven. Immers, de weg ligt hoger dan de omliggende natte percelen en vormt daardoor een prima pleisterplaats voor vee.

Veiligheid op de Kettingdijk zal daardoor een heet hangijzer worden. Bovendien liggen de (elzen) bossages als schuilplaats voor de kalveren aan de ene kant van de weg, terwijl graasgebieden voor de ouderdieren aan de andere kant van de weg liggen. Weggebruikers zullen veelal zonder het te weten terecht komen tussen kalveren en kudde. Een situatie waarin een mens maar beter niet terecht kan komen.

Het argument “kruisen door vee van de openbare weg” is voor wat betreft de Kettingdijk een onjuist argument voor de plaatsing van veeroosters zoals bedoeld. 

De weg zal regelmatig dienen als droge verblijfplaats voor de kuddes. De veiligheid van mensen zal daardoor gevaar lopen.-

Wildernis ?? Zeker een beetje te ver over de grens gekeken ?? foto Susan, maar wel in Zuid Afrika.

De lengte van de Kettingdijk (2,6 km) geeft een eerste indruk van de grootte van het totale te begrazen gebied. De begrazingseenheid zal in de nabije toekomst volgens plan het volledige Lauragebied beslaan, evenals de gronden langs de Zuid Willemsvaart. De grootte van een dergelijk begrazingseenheid is van dien aard dat redelijkerwijs te verwachten is, dat de eigenaren van runderen en paarden niet meer zullen kunnen voldoen aan de zorgplicht zoals wettelijk vereist is voor “gehouden vee”. Nu reeds zien we dat de eigenaren en verzorgers van het Tauros vee op de kleine weides waarin ze nu lopen het vee niet meer kunnen vangen om noodzakelijke, al dan niet veterinaire, handelingen te verrichten.

Eigenaren en verzorgers zullen na verloop van tijd naar alle waarschijnlijkheid een ontheffing voor gehouden vee (moeten) aanvragen. Regelmatig is door hen gesteld dat dat ook het uiteindelijke doel is. Hun beleid in de omgang met het vee is hierop gericht. Het vee wordt niet mak gemaakt.

Van begin af aan hebben al de betrokkenen uit Weert gesteld, dat wij in onze streken alleen “gehouden vee” willen, en geen vee met een status “wild”, zoals van toepassing voor de Oostvaardersplassen.

Het besluit zoals genomen voor de veeroosters zal ertoe bijdragen dat het vee niet meer verzorgd zal kunnen worden zoals wettelijk verplicht is voor gehouden vee.

Door het toestaan van de veeroosters zoals bedoeld gaat de gemeente met de aanvragers mee op het ethisch wankele pad van “wild” vee. 

In mijn bezwaar breng ik ook in al de argumenten zoals reeds naar voren gebracht in mijn zienswijze van 7-09-2014 betreffende de veeroosters van de Pruiskesweg en de Leukerweg.

In onderstaande worden deze gemakshalve herhaald.

De argumenten die specifiek van toepassing zijn op de situatie van de Pruiskesweg en de Leukerweg, zijn voor zover mogelijk weggelaten.

Hopende dat u in bovenstaande argumenten voldoende reden ziet om mijn bezwaar tegen de veeroosters op de Kettingdijk gegrond te verklaren, tekent,

met vriendelijk groet

Drs. Frans J.F. Smit

11 november 2014

Ecologische Werkgroep Weert Zuid.

Zienswijze Veeroosters Taurossen (Pruiskesweg en Leukerweg)

Aan het College van Burgemeester en Wethouders van Weert.
 
Betreft:
Zienswijzen betreffende de concept aanwijzingsbesluiten om op gedeelten van resp. de Pruiskensweg en de Leukerweg vee zonder toezicht op de weg los te laten lopen.
 
Geacht college
 
Bij deze dien ik een zienswijze in,
zowel
tegen het besluit zoals genomen door burgemeester en wethouders tot het aanwijzen van een gedeelte van de Pruiskesweg over een lengte van circa 15 meter, gelegen tussen de kadastrale percelen gemeente Weert sectie AG nummers 126 en 166, inhoudende dat het toegelaten is ter plaatse vee zonder toezicht op de weg los te laten lopen. De aanwijzing is gebaseerd op artikel 51 lid 2 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990),
als tegen
het besluit zoals genomen door burgemeester en wethouders tot het aanwijzen van een gedeelte van de Leukerweg (verbindingsweg tussen de Lochtstraat en de Grensweg), over een lengte van circa 15 meter, gelegen tussen de kadastrale percelen gemeente Stramproy sectie G nummers 24 en 616, inhoudende dat het toegelaten is ter plaatse vee zonder toezicht op de weg los te laten lopen. De aanwijzing is gebaseerd op artikel 51 lid 2 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990),
kortweg in verdergaande genoemd: de (besluiten) veeroosters.
 
 
Voor beide besluiten hanteren Burgemeester en Wethouders dezelfde argumenten.
De door mij in onderstaande gegeven tegenargumenten gelden dan ook voor beide besluiten zoals weergegeven.
 
- Ten aanzien van de overweging "ecologische hoofdstructuur" ben ik van mening dat ontsnippering van natuurgebieden inderdaad een bijdrage kan leveren aan het minder kwetsbaar maken van soorten en aan het vergroten van de biodiversiteit.
Niet eens ben ik het echter met de manier van beheer voor de natuurgebieden die wordt voorgestaan door de aanvrager van de veeroosters. Deze propageert namelijk  een beheer door runderen en andere grazers die zich vrijelijk door het gehele aaneengesloten gebieden kunnen verplaatsen.
Weggevreten houtwal in potentieel boomkikkertjes leefgebied "de Graus". foto Helma Tielemans
Rond Weert hebben wij op korte afstand van elkaar zeer verschillende typen natuur. Daarbij handelt het zowel om extreem natte gebieden als om extreem droge gebieden, waarbinnen ook weer diverse variaties voorkomen. Het is mijn mening dat het beheer specifiek afgestemd moet zijn op de natuur van een bepaald (deel)gebied. Beheer als maatwerk dus, om een optimale diversiteit te kunnen bewerkstelligen.
Dit maatwerk wordt niet geleverd door kuddes runderen en paarden ongecontroleerd en vrijelijk door de verschillende gebieden rond te laten trekken. 
Dit maatwerk kan wel worden geleverd als de verschillende (deel)gebieden verschillend en gecontroleerd beheerd kunnen worden.
 
Door een inrichting van de natuurgebieden die erop gericht is kuddes vrijelijk door de gebieden met verschillende natuurtypes te laten trekken, vervalt de grond achter het door aanvrager aangedragen argument dat door beheer van rondtrekkende kuddes bescherming en versterking van de biodiversiteit wordt gediend.
 
Zodat ik u verzoek het concept-besluit zoals bedoeld niet te bekrachtigen.
 
Overigens zou een verbinding die gemakkelijk met een hek (5 mtr) af te sluiten is, in het kader van beheer op maat, beter voldoen aan de wens van gereguleerd beheer dan een doorgang van 15 mtr. Wat ons daarbij echter zorgen blijft baren t.a.v. de biodiversiteit is, dat aanvrager vanuit haar visie geen reden voor regulerend afsluiten zal zien.
 
 
- Juist om gegronde besluiten te kunnen nemen ten aanzien van natuur en landschap en hoe die te beheren, is tijdens het tot stand komen van de Structuurvisie Weert 2015 het maken van een Natuur- en Landschapsvisie toegezegd.
Door nu reeds de aanleg van veeroosters goed te keuren wordt een voorschot genomen op "wildernisnatuur". Andere daarvan afwijkende visies worden dan al bij voorbaat niet serieus genomen. Het zou van weinig respect getuigen voor andere betrokkenen die veel tijd en energie in een Natuur en Landschapsvisie steken, om middels het goedkeuren van veeroosters, nu reeds impliciet een besluit te nemen.
 
Waarbij het mij tevens lijkt, dat de impact van de op dit moment aangevraagde veeroosters op de in de visie van aanvrager voorgestelde vergroting van biodiversiteit niet dusdanig groot is, dat de eventuele belangen van de aanvrager door een uitstel van beslissing geschaad worden. De grootte van de aan elkaar te koppelen gebieden is daarvoor te klein. Dit bezien vanuit de visie van de aanvrager over gewenste grootschaligheid.
 
Ik wil er dan ook sterk op aandringen onderhavig besluit pas te nemen na en aan de hand van de op stapel staande Natuur en Landschapsvisie. 
herfst 2013 aan de Abeek. Veel vlees zit er niet op en de winter moet nog komen. foto Helma Tielemans
- Hoewel wij vanwege vergroting van biodiversiteit soms andere keuzes zouden maken, gaat de aaneensluiting van natuurgebieden in de regio verder.
Inmiddels lijken de mogelijkheden aanwezig om door aaneensluiting het gebied dusdanig groot te maken, dat op basis daarvan niet meer voldaan zou hoeven te worden aan de veterinaire verplichtingen en aan de zorgplicht voor gehouden vee.
Al van meet af aan heeft iedereen gesteld dat we in Weert geen "Oostvaardersplassen-toestanden" willen. Zorgplicht voor vee lijkt ons een ethisch principe waaraan niet getornd moet worden.
Mede door het toestaan van veeroosters kan door het aaneenschakelen van gebieden het leefgebied van de runderen uiteindelijk echter dusdanig groot worden, dat we hiervoor mogen vrezen. Het vee hoeft dan niet meer beschouwd te worden als gehouden vee, maar als wild.
Voor de status van de roosters lijkt dit ook consequenties te hebben. Op dit moment spreken we nog over veeroosters. De vraag is echter hoeverre deze roosters uiteindelijk niet bedoeld zijn als wildroosters. Het juridische verhaal achter veeroosters of wildroosters schijnt anders te zijn.
 
Door de betreffende veeroosters zal op dit moment niet direct een dusdanige vergroting van het gebied ontstaan dat de zorgplicht in gevaar komt. Dit net zo min overigens als dat er op dit moment een dusdanige vergroting van het gebied zal ontstaan die de door de aanvrager verwachte biodiversiteit zal realiseren.
Echter, van het toestaan van de aangevraagde veeroosters zal een precedentwerking uitgaan. Daardoor zal het proces van verdere aaneensluiting van de gebieden daarna bijna automatisch doorgaan.
 
Dit lijken zeker argumenten om terughoudend te zijn met het nemen van een positief besluit over de aangevraagde veeroosters. 
 
 
- Dat de provincie de manier van beheren met runderen zou beargumenteren vanuit het oogpunt kostenefficiëntie, lijkt ons onvoldoende onderbouwd. Nergens hebben wij een vergelijkende kosten analyse kunnen vinden tussen beheer met rondtrekkende runderen en een gestuurd beheer, bv. met gescheperde schaapskuddes en/ of een beheer waarbij de boeren worden ingeschakeld bv. met het inscharen van hun vee, en /of particulieren met hun jonge paarden, en /of beheer met vrijwilligers.
Overigens lijkt ons het kostenplaatje van het Tauros gebeuren ver uit te stijgen boven alle andere vormen van beheer. Mogelijk wordt het project alleen in stand gehouden door allerlei subsidies en donaties uit vele andere bronnen.
 
Het nemen van een positief besluit over veeroosters zonder voldoende financiële onderbouwing van de achtergronden daarvan, lijkt ons niet passen in de lijn van goed bestuur.
Nyrstar heide: wie zit er nu achter prikkeldraad ? foto Marjon Hoogendam

De alternatieven voor runderen zoals genoemd bij het kostenplaatje, bieden nog een ander groot voordeel; veiligheid !!!

Met de taurossen is het voor de veiligheid van de mens raadzaam om mensen en runderen gescheiden te houden door prikkeldraad. Runderen in de natuur, en alle mensen op de weg: wandelaars, fietsers, auto's, trekkers, ruiters, kinderwagens enz.
Er lijkt een geneigdheid om te kiezen voor deze oplossing. Echter, de natuurgebieden zelf blijven in dat geval ontoegankelijk voor de mensen die graag in de natuur vertoeven, om welke reden dan ook. En de toegankelijkheid van de natuurgebieden voor iedereen was immers een van de uitgangspunten van de aanvrager ?!
 
Dit probleem geldt zeker ook voor onze ecologische werkgroep. Nu reeds kunnen wij om veiligheidsredenen het inventariseer en monitoringswerk niet meer uitvoeren zoals wij dat gewend waren.
Dit brengt overigens ook met zich mee, dat onafhankelijk onderzoek in de gebieden van de taurossen niet meer plaatsvindt.
 
De vrije toegankelijkheid van de natuurterreinen zoals voorgestaan door de aanvrager, lijkt dan ook alleen een theoretisch punt.
 
Door de praktische ontoegankelijkheid van de natuurterreinen voor het overgrote deel van degenen die ervan gebruik zouden willen maken, vervalt ook op dit punt de grond onder de aanvraag.
 
 
- Het reeds door de dorpsraad van Altweerterheide ingebrachte punt wil ik ook in deze aan de orde stellen : de aansprakelijkheid in geval van calamiteiten. Toegezegd is, dat de eigenaar van de dieren aansprakelijk is. Als dit niet onvoorwaardelijk in alle gevallen zal gelden, zullen ellenlange juridische procedures het gevolg zijn. Dat staat ons inziens gelijk aan niet goed geregelde aansprakelijkheid. 
Wij zien punten waarin de gewenste duidelijkheid niet aanwezig is.
Bv: is het een plicht of een advies om 25 mtr. afstand te houden van de runderen? En wat gebeurt er als iemand zich om wat voor reden toch op een kortere afstand bevindt en er iets gebeurt? En van welk punt af gaat men die 25 mtr. tellen bij de veeroosters? 25 mtr bij binnengaan? En 25 mtr bij het eruit rijden?  Dat is dan 65 meter noodzakelijk rundervrije lengte bij een opening tussen de roosters van 15 meter. Voor de breedte zou die afstand 2 x 25 mtr bedragen. Betekent dat, dat er zich in een strook van 50 bij 65 mtr geen runderen mogen bevinden bij het oversteken van de roosters? En dat als men dan toch oversteekt men zelf aansprakelijk is? En worden deze grenzen dan in het veld aangegeven, of gaan de verzekeringmaatschappij die afstanden inschatten?
 
(Overigens speelt bij veldwerk met groepen de ARBO wet een rol. Hier ligt ook een probleem, met name voor de coördinator in het veld van de groep. Deze lijkt dan aansprakelijk. Dit is voor onze groep ook een probleem.)
 
Het lijkt mij dus ook, dat de aansprakelijkheid bij de veeroosters nog steeds onvoldoende is geregeld. Een onverhoopte positieve beslissing over het concept besluit lijkt pas op zijn plaats als dit sluitend is geregeld. 
 
 
Hopende dat u in bovenstaande argumenten voldoende reden ziet om tot afwijzing van bedoelde concept besluiten over te gaan,
 
met vriendelijk groet
Drs. Frans J.F. Smit
Ecologische Werkgroep Weert Zuid.
7 sept 2014

Opzegging deelname Klankbordgroep over Ark

 
Aan de dorpsraden van Stramproy en Altweerterheide.
 
 
Al sinds de oprichting van de Klankbordgroep van de dorpsraden over Ark en haar dochter-stichtingen, nu ongeveer drie jaar geleden, neem ik deel aan deze klankbordgroep als spreekbuis van de Ecologische Werkgroep Weert Zuid.
 
Zoals bekend is het al langere tijd mijn mening dat onder het voorzitterschap van de dorpsraden de aanwezige gevoelens en meningen in de klankbordgroep met name die ten aanzien van het verschijnen van de "taurossen" (kruisingsrunderen), onvoldoende worden geformuleerd en verwoord.
 
Mijn analyse is, dat er al vanaf het prille begin binnen de klankbordgroep een algemeen gedeelde onvrede was ten aanzien van het inzetten van "de runderen met grote horens" voor beheer. Bovendien was /is men bevreesd voor "oostvaardersplassen-toestanden" als in de toekomst de runderen als "wild" en niet meer als "gehouden" zouden worden gecategoriseerd. Ook de door Ark gepropageerde "wildernisnatuur" kon niet rekenen op steun. Toegankelijkheid en aansprakelijkheid bleken begrippen die hun lading niet dekten.
Kortom, binnen de klankbordgroep bleek er voor het Ark-concept voor wildernis natuur met runderen als beheerders geen draagvlak.
 
Dit is echter nooit als zodanig geformuleerd.
 
Ik onderschrijf, dat de dorpsraden niet de overheersende gevoelens en meningen in de klankbordgroep hoeven over te nemen. De dorpsraden hebben het recht om hun eigen afwegingen te maken. Gewenst is daarbij dan wel, dat hierover duidelijkheid gegeven wordt.
In de praktijk van de klankbordgroep werd en wordt dit stadium echter niet bereikt. Door de gevoelens en meningen van de klankbordgroep consequent niet samen te vatten, te formuleren of te verwoorden, blijft er formeel onduidelijkheid bestaan over heersende meningen en standpunten. Nog steeds komen elke vergadering dezelfde onderwerpen aan de orde. En als er weer nieuwe deelnemers bijkomen, ontstaat telkens opnieuw veel verwarring over de ingeslagen denkrichting binnen de klankbordgroep.
 
In deze onduidelijkheid handelt iedereen naar eigen goeddunken en vanuit eigen belangen. Ark speelt hierop handig in, en reeds velen die zitting hebben in de klankbordgroep zijn door Ark tegemoet gekomen in het realiseren van wensen voor zichzelf, voor hun organisaties, voor hun gemeenschap, dorp of stad. Dit schept geen goede uitgangssituatie waarin mensen helder een mening op tafel leggen die niet strookt met de ideologie van Ark.
 
Wat ook niet bijdraagt aan duidelijkheid binnen de klankbordgroep, is de samenstelling ervan. In de klankbordgroep zitten mensen die op persoonlijke titel hun mening naar voren brengen. In enkele gevallen - zoals in mijn geval - wordt een weloverwogen standpunt naar voren gebracht dat gevoed wordt door een achterban. Deze achterban spreekt haar vertegenwoordiger daarop aan, en hoeft geen genoegen te nemen met het feit dat haar standpunt elke keer opnieuw verdwijnt in een vergadering die haar standpunten niet formuleert.
 
De druppel:
 
Als bijlage van de aanvraag voor veeroosters in wegen van Ark aan gemeente Weert is een brief gevoegd van de gedupeerde Drs. ing. van der Broeck aan de burgemeester van Weert, datum 28-02-2014. Daarin schrijft de gedeputeerde dat: 
"op 26 november 2013 over dezelfde kwestie (-de inzet van taurossen-) een overleg heeft plaatsgevonden tussen uw wethouder Coolen, vertegenwoordigers van de dorpsraden Altweerterheide en Stramproy en mijzelf. Door zowel de wethouder als de vertegenwoordigers van de dorpsraden werd erkend dat er sprake is van een groot draagvlak bij de bevolking voor wat Ark realiseert en dat slechts bij een enkeling angst bestaat.
Daarnaast is Ark in overleg met de dorpsraden (en klankbordgroep) om zoveel als mogelijk de angst weg te nemen."
 
Deze conclusie van gedeputeerde lijkt mij haaks op de feiten te staan.
Zoals gezegd kom ik tot een heel andere conclusie over hetgeen er leeft onder de bevolking, ook als ik mij beperk tot de deelnemers aan de klankbordgroep.
 
Kennelijk is de conclusie over wat er leeft onder de bevolking door de leden van de dorpsraden op dusdanig omzichtige manier verwoord, dat aan betreffende gedeputeerde alle ruimte werd gelaten om een dergelijke conclusie te trekken.
En in plaats van dat de dorpsraden daarna per omgaande een brief laten uitgaan naar de gedeputeerde waarin zij mededelen dat gedeputeerde onverhoopt een onjuiste conclusie heeft getrokken uit hetgeen door hen gezegd is, wordt er door de dorpsraden eerst maar eens opgezocht wat de notulist heeft opgeschreven over hun verhaal.
 
 
Ik kan een en ander niet langer verkopen aan mijzelf en aan mijn achterban. Zeker niet als wij als Ecologische Werkgroep Weert Zuid met naam en toenaam worden genoemd als deelnemer aan de klankbordgroep waarin uitgebreid over veeroosters is gediscussieerd en waarover in relatie met deze klankbordgroep de dorpsraden tot een compromis-voorstel daarover zijn gekomen.
 
Ook een ander punt kan ik niet aan mijn achterban verkopen: de toegankelijkheid van de natuurterreinen.
Al jaar en dag inventariseren wij de natuurgebieden in Weert Zuid. Diezelfde natuurterreinen zijn nu afgesloten vanwege te gevaarlijk door de daar aanwezige kuddes kruisings-runderen met stieren. En als de terreinen wel zijn opengesteld achten wij het voor ons om dezelfde reden niet verantwoord om daar als groep te inventariseren.
 
En natuurlijk heerst er in onze groep verbazing en ongenoegen over het feit dat wij als plaatselijke natuurkenners en onderzoekers bijna expliciet niet worden ingeschakeld door Ark bij het ontwikkelingen van de natuur. Hierdoor worden fouten gemaakt die voorkomen hadden kunnen worden. Immers, de natuur van deze streek is een natuur, waarop de natuurkennis van andere gebieden nauwelijks van toepassing is.
 
De conclusie is dan ook, dat ik uit de Klankbordgroep van de dorpsraden over Ark stap.
 
 
Overigens: ons standpunt over veeroosters hebben wij reeds lang geleden naar voren gebracht.
Wij zijn voor begrazing met schapen, en tegen - grootschalige - begrazing met runderen (en paarden), van welke soort of kruising dan ook. Dat betekent dat wij automatisch tegen veeroosters zijn, gewoon omdat ze overbodig zijn. 
De kosten van een inrichting met veeroosters en prikkeldraad kunnen ons inziens beter besteed worden aan de kosten van beheer door schapen.
De kosten van één veerooster zijn waarschijnlijk ongeveer voldoende om een jaarinkomen van een schaapherder tot aanvaardbaar nivo aan te vullen. Gezien het aantal geplande veeroosters, kan een herder de nodige jaren vooruit.
 
 
Rest mij nog om een meer mijzelf betreffende beweegreden te noemen om uit de klankbordgroep te stappen. Er is een ethologisch (diergedragskundig) onderzoek aan de gang over het gedrag van de "taurossen". De klankbordgroep wordt op de hoogte gehouden van de vorderingen en de resultaten van het onderzoek.
Er zijn vijf universiteiten waar diergedragskundig onderzoek wordt gedaan. Wageningen en Utrecht (diergeneeskunde) zijn daarvan de bekendste. Dit onderzoek is echter uitbesteed aan de faculteit Geowetenschappen (aardwetenschappen) van de universiteit van Utrecht. Deze keuze is vanuit wetenschappelijk gezichtspunt niet voor de hand liggend en vraagt daarom extra waakzaamheid. Op mijn vragen over de keuze voor de faculteit geowetenschappen is geen bevredigend antwoord gekomen.
Op een gegeven moment zullen de resultaten van het onderzoek klaar zijn voor publicatie. Ook dan zal door Ark zeker vermeld worden dat het onderzoek in de klankbordgroep is besproken. Daarmee wordt impliciet een inhoudelijke beoordeling op juistheid van het onderzoek gesuggereerd.
Als gedragswetenschapper kom ik liever niet in deze positie terecht.
 
Met vriendelijke groet
Drs. Frans J.F. Smit
Ecologische Werkgroep Weert Zuid
25-05-2014
 
PS: Misschien mogen wij voor onze visie op de natuur van Weert verwijzen naar onze site:
 
 
 
De schaapjes raakten steeds verder uit het blikveld... foto Marjon Hoogendam, Leeuwerikkenheuvel (voorheen "stort" Altweerterheide.