Ecologische Werkgroep Weert Zuid

WIE  ZIJN  WIJ,  WAT  WILLEN  WIJ,  WAT DOEN WIJ
 
Wie zijn wij?
De Ecologische Werkgroep Weert Zuid bestaat uit een groep van mensen uit Weert en omgeving die samen enthousiast met de natuur bezig zijn. Deze mensen willen hun eigen kennis en enthousiasme vergroten, met elkaar delen, op elkaar afstemmen en bundelen. Ook willen wij onze kennis uitdragen.
Onze interessegebieden lopen uiteen van planten tot waterbeestjes, van waterhoogtes tot zandverstuivingen en van insecten als vlinders, libellen en sprinkhanen tot paddenstoelen, mossen en korstmossen.
 
Wat is het "ecologische" aan ons?
Wij vinden het leuk en nuttig om verbanden te zien in de natuur. Niet alleen "hoe heet dat mooie plantje?" en "welk vogeltje fluit daar zo mooi?", maar ook: waarom groeit dat plantje daar, en welke andere soorten staan erbij in zijn buurt? Met welke biotoop hebben we dus te maken?  Welke insecten komen erop af, en hebben die wel voldoende plantenaanbod om hun soort in stand te houden?
Daarom is het ook leuk dat er bij onze mensen verschillende interesses in verschillende soorten en soortgroepen aanwezig zijn. Samen komen we tot een beter inzicht in hoe het werkt in de natuur.
 
Onze organisatiestructuur:
Wij hebben een erg losse organisatiestructuur. Niemand is verplicht om te komen op onze activiteiten. Meedoen moet een gevolg zijn van de positieve aantrekkingskracht van de manier waarop wij met de natuur bezig zijn. 
Juist vanwege de losse structuur is het belangrijk dat alles goed aangestuurd en gecoördineerd wordt door een kerngroepje. Dat aansturen gebeurt onder de naam Ecologische Werkgroep Weert Zuid.
Ook als wij naar buiten treden, gebeurt dit onder de vlag "Ecologische werkgroep Weert Zuid". Eerst goed naar elkaar luisteren is daarbij het sleutelwoord. Tijdens ons veldwerk is er genoeg gelegenheid om met elkaar van gedachten te wisselen. Slechts zelden hoeven er vergaderingen belegd te worden.
Omdat Frans Smit degene is die de schrijvende taken op zich neemt, is hij stilzwijgend de spil van de werkgroep.
Omdat wij menen dat wij met deze manier van onszelf organiseren het beste onze (natuur) doelen kunnen bereiken, hebben wij er vooralsnog voor gekozen om ons niet te verbinden aan een officiële structuur als stichting of vereniging. Zo blijven we  flexibel. Formeel is onze organisatiestructuur te omschrijven als "vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid". Zelf voelen we ons gewoon een "werk"groep.
 
Met wie willen we de natuur in?
Bij onze groep is in principe iedereen erg welkom die graag met de natuur bezig is, en die zich een beetje in ons verhaal kan vinden. Wij zijn een open groep. Iedereen met een positieve instelling kan zich bij ons aansluiten, ook al zou dat slechts voor een enkele keer zijn.
Een 40 tal mensen wordt per mail op de hoogte gebracht van onze activiteiten. Iedereen is potentiële deelnemer, maar er zij ook mensen die aan hebben gegeven graag op de hoogte te willen blijven.
De aantallen deelnemers verschillen per keer, ze variëren van 3 tot 12 mensen. De verschillende groepen hebben een andere samenstelling, al naar gelang de belangstelling.
 
Waar willen wij de natuur in?
Weert Zuid is een wijds begrip. Enerzijds bedoelen wij dat ook zo, anderzijds willen we onszelf toch wel beperken. Weert Zuid zou alles kunnen zijn ten zuiden van de spoorlijn naar Roermond. Onze flora groep wordt vanwege haar specifieke kennis van de flora van deze gebieden inderdaad breed gevraagd. Zo inventariseren we regelmatig het Sarsven en de Waerbrookskoel in Ell.
Maar we concentreren ons vooral op de natuurgebieden in Altweerterheide, Stramproy en Tungelroy. Hier zijn veel ontwikkelingen aan de gang, zowel negatieve als positieve, die onze aandacht hard nodig hebben.
In dit gebied hebben we ons bv. in 2013 bezig gehouden met het terrein van de CZW (Centrale Zandwinning), met de voormalige Stort in Altweerterheide, en met de Tungeler wallen. In voorgaande jaren hadden de Tungelroyse Beek, Stramproyerheide,  Areven, Lauragebied, Kettingdijk, Kruispeel en Wijffelterbroek onze aandacht.
Ach, en België is natuurlijk ook "Weert Zuid" :-) We zijn ook regelmatig bv. in Smeetshof en Mariahof te vinden.
 
Wanneer zijn we in de natuur?
Afgelopen jaar zijn we elke zaterdag(ochtend) om de veertien dagen op pad gegaan. Verschillende keren hebben we ook tussendoor afspraken gemaakt. Voorafgaande jaren gingen we ook op de woensdagavonden. Dit jaar hebben we ons een paar keer aangesloten bij andere inventarisatiegroepen. Maar: iedereen kan komen met voorstellen.
's Winters zijn we ook elke zaterdag om de veertien dagen ergens buiten te vinden. Dan voor het beheerwerk. Ook dan spreken we regelmatig tussendoor af.
 
Wat willen wij?
Natuurlijk willen wij genieten van het mooie van de natuur zoals die er nu is. Maar wij willen ook iets meer. We willen de natuur in de omgeving van Weert daadwerkelijk vooruit helpen. We willen een grotere bio-diversiteit: meer soorten dus. Vooral de soorten die in onze omgeving thuishoren of thuisgehoord hebben, zowel in onze droge gebieden, als in onze natte gebieden.
Dat betekent voor een deel dat wij de achteruitgang in de natuur tot stilstand willen brengen, om vervolgens het proces om te keren tot vooruitgang.
 
Hoe doen we dat?
We doen dat door op de eerste plaats nodig zoveel mogelijk kennis te vergaren over de natuur. We trekken ter lering ende vermaak met elkaar de natuur in. We leren hierbij van elkaar. De een weet dit, de ander dat, en samen weten we aardig wat.
Wij gaan de natuur in met onze werkgroepen. Onze belangrijkste inventarisatiegroep op dit moment is de (flora) Inventarisatiegroep Tungelroyse Beek.
Daarnaast trekken wij er in wisselende groepjes op uit om kleinere soortgroepen en hun biotopen te bestuderen en te fotograferen. Libellen, sprinkhanen en korstmossen hebben op het moment onze bijzondere aandacht
We noteren altijd de soorten die we tegenkomen. Of, zoals wij dat noemen, we maken inventarisatielijsten. Dat proberen we zoveel mogelijk te doen volgens de manier zoals die gewenst wordt door de landelijke organisaties die natuurgegevens verzamelen. De bedoeling is, dat wij onze gegevens aan hen doorgeven. Eerlijkheidshalve moeten we zeggen dat hier al jaar en dag een verbeterpunt ligt voor ons.
De laatste tijd leggen we ook steeds meer soorten vast door ze te fotograferen. Dat geldt vooral voor insecten. We hoeven geen vlinders of libellen meer te vangen, we fotograferen ze. Daarna kunnen we ze uitvergroten en op naam brengen. Bovendien hebben we op die manier een bewijs van onze waarneming.
Van onze inventarisaties maken we altijd verslagen, en dat gaat ons wel goed af. We mogen rustig stellen dat onze verslagen en rapporten gedegen zijn.
 
Wat doen we met onze kennis ?
Onze inventarisatiegegevens zijn voor iedereen bedoeld. Iedereen mag daarvan gebruik maken. Doorgeven aan de gegevensbeherende instanties zou bij ons een hogere prioriteit moeten krijgen.
Op basis van opgedane kennis hopen wij zo gefundeerd mogelijk een concrete bijdrage te leveren aan de vooruitgang van de natuur. Daarom vertalen wij onze kennis naar ideeën over hoe je met de natuur om zou moeten gaan. Anders gezegd, we vertalen ze naar ideeën over hoe je de natuur zou kunnen beheren. Kennis wordt dan vertaald naar meningen over beheer.
 
Onze onafhankelijkheid:
Onze inventarisaties doen wij voor iedereen die erom vraagt. Natuurlijk is dat afhankelijk van de tijd die wij ter beschikking hebben. Ook laten we meewegen of wij voldoende kennis voor het gevraagde in huis hebben.
Onze meningen kunnen dienen als advies voor hen wie het aangaat.
Daarbij is het niet van belang wie de eigenaar is van de natuur. Dat kan de gemeente zijn, of de provincie, maar het kunnen ook particulieren, bedrijven of natuurorganisaties zijn. Vaak wordt het advies gevraagd. Dan concretiseert onze inbreng zich in meepraten en meedenken. Soms geven wij echter ook ongevraagd onze mening.
 
Enkele van onze meningen
- Wij vinden het zéér belangrijk dat naast de natte natuur ook de droge natuur behouden blijft. Voormalige stuifzanden of stuifheides als o.a. de Tungeler Wallen, Stramproyerheide en Lauragebied moeten behouden blijven als afwisselende zandige heidegebieden. De verbossing zou teruggedrongen moeten worden. De droge gebieden zijn te beschouwen als grote stapstenen in een nat gebied.
- Van de Tungelroyse beek zou het brongebied (Ringselvennen tot aan Tungeler Wallen) veel meer aandacht mogen krijgen.
--- er zou een zuiveringsmoeras aangelegd moeten worden bij de zinkfabriek om het afvalwater te reinigen (advies na jarenlang onderzoek opvolgen).
--- op het naastgelegen voormalige terrein van Akzo zouden de zinkassen gesaneerd moeten worden.
--- in het voormalige doorstroommoeras en in de beekdalen zou veehouderij met weidegang gestimuleerd moeten worden.
- De poelen langs het kanaal zouden vanwege hun europees unieke natuur bijzondere aandacht moeten krijgen. Het is ook goed om vanuit dat oogpunt naar de CZW te kijken.
- De Raam die met veel voedselrijk water komt aanstromen vanuit België, zou om het voedselarme Wijffelterbroek en Kettingdijkgebied geleid moeten worden. Nu de Bever voor overstroming zorgt, is dat helaas met voedselrijk verontreinigd water. De Vetpeel die nu als een soort wig in het gebied ligt, zou daarvoor aangekocht moeten worden.
- De voormalige stort in Altweerterheide (stapsteen!) blijkt zeer belangrijk te zijn voor de steeds zeldzamere veldleeuwerik. Het beheer zou daarop afgestemd moeten worden (bv. schapen). Zeker zou hier geen pretparkachtige recreatie gepland moeten worden.
- Het Areven zou meer vernat mogen worden. Agrarisch grond in de kuil achter de boerderij die er ligt, zou geruild kunnen worden met reeds verworven gronden aan de Lochtstraat.
- Natuurontwikkeling in Weert zou moeten aansluiten bij de rijke historische natuur. Wildernisnatuur zou een achteruitgang betekenen.
- Natuurgebieden zouden -in principe - toegankelijk moeten worden voor iedereen. Kuddes runderen met stieren en kalveren bewerkstelligen het tegenovergestelde.
- Zowel voor de natuur als voor de veiligheid van de bezoekers zou het gebied met schapen begraasd moeten worden.
 
Zelf aan het bos- en natuurwerk!
We gaan 's winters ook zelf daadwerkelijk aan de slag. Werken in de natuur is leuk en gezond, en het resultaat ervan is leuk. Veel mensen vinden dat ook, maar niet iedereen is er (nog) op gebouwd. Dat hindert niet. De mensen kunnen zelf hun grenzen bepalen.
Het meeste werk dat wij doen is handwerk. De handzaag wordt veel vaker gebruikt dan de kettingzaag. Het zwaarste materieel is soms eens een trekkertje om het takkenhout weg te slepen. Maar ook dat gebeurt meestal met de hand.
Met name onze "Werk~Groep Tungeler Wallen" houdt zich bezig met beheer van natuur. Ze werken regelmatig in het bos. Soms ook buiten de Tungeler wallen. Het werk bestaat meestal uit het kappen van hout om ruimte te maken voor hei of om de zon weer in de poelen te kunnen laten schijnen. Het opruimwerk is vaak nog het meeste werk.
Ook organiseren we werken in de natuur voor derden. Zoals bv. een jaarlijkse Landelijke Natuurwerkdag en "NL Doet".
 
Bij wie werken we in het bos?
Bij iedereen die ons daarvoor vraagt. In de praktijk betekent dat vooral bij particulieren. Grote delen van de natuur zijn nog in handen van particulieren. Zij kunnen ons inschakelen voor het minder grove natuurwerk.
Dit seizoen (2013-2014) werken we aan een drietal percelen in de Tungeler Wallen, en aan de randen van het terrein van de Centrale zandwinning
 
 
Onze geschiedenis.
Volledigheidshalve een kort overzicht van onze geschiedenis.
De (flora) Inventarisatiegroep Tungelroyse Beek is in 2001 opgericht vanuit het NMC (Natuur en Milieucentrum de IJzeren Man). Het idee ontstond toen om naar aanleiding van de opschoning en hermeandering van de Tungelroyse beek de ontwikkelingen daarvan te gaan volgen. Dat doen we overigens nog steeds, het ene jaar wat meer, het andere jaar wat minder. De resultaten van de inventarisaties gaan naar het Waterschap Peel en Maasvallei.
Toen men op het NMC met de nieuwe beheerder een andere koers ging varen, is de groep zelfstandig doorgegaan (begin 2006). En de mensen hadden de smaak te pakken, men ging steeds vaker op pad. Naast de inventarisaties aan de Tungelroyse Beek is men toen ook voor Vereniging Natuurmonumenten (V.NM) gaan inventariseren.
Onderdeel daarvan was, het inventariseren van de flora van de waterpoelen, aangelegd door Vereniging Natuurmonumenten. Daardoor groeide bij ons de belangstelling voor wat er in de poelen aangetroffen zou kunnen worden. Na twee jaren de plantjes aan de poelen geïnventariseerd te hebben, werd de Waterbeestjes Inventarisatie Groep (WIG) opgericht (2008). Om technische redenen sloot deze zich aan bij het IVN. Na al de poelen uit de wijde omgeving geïnventariseerd te hebben is de groep na twee inventarisatieseizoenen uit elkaar gevallen. V.NM heeft over haar poelen een schat aan gegevens aangeleverd gekregen.
Vanuit de belangstelling voor het water en de natte gebieden gingen een aantal mensen de grondwaterstand in de peilbuizen van het Wijffelterbroek en de Kruispeel opmeten voor V.NM. We hebben dit vijf jaar lang elke twee weken gedaan (2008-20012). Vanwege de ontoegankelijkheid van de terreinen gingen we altijd met twee mensen, in wisselende samenstelling. In totaal hebben 5 à 6 mensen meegewerkt aan dit project.
Door onze inventarisaties en peilbuisopnamen werden we er met onze neus bovenop gedrukt, dat de waterplanten in de Tungelroyse beek elk jaar bedekt waren met een dikke laag zwart slib, om vervolgens daaraan af te sterven. We hebben onze "slibgroep" opgericht en hebben de publiciteit gezocht. Vanuit het Waterschap Peel en Maasvallei, zinkfabriek Nyrstar en Algemeen Bodembeheer de Kempen (ABdK) zijn er toen onderzoeken opgestart, waar wij aan deel hebben genomen (2008-20012). Op dit moment ligt er een eindadvies voor een zuiveringsmoeras aan de kant van Nyrstar voor het begin van de Tungelroyse beek. De grond is daar nu van Vereniging Natuurmonumenten.
In de loop der tijd ging de samenwerking met Vereniging Natuurmonumenten steeds stroever. Het team van V.NM was versterkt met nieuwe beroepskrachten, en steeds meer beschouwde men ons als een min of meer ondergeschikte vrijwilligersgroep van Vereniging Natuurmonumenten. Dat botste met de zelfstandige positie van waaruit we wilden samenwerken, en bv. wilde praten over het beheer. Na een lastige periode waarin we bleven zoeken naar de middenweg tussen onafhankelijkheid en vrijwilligerswerk doen voor Vereniging Natuurmonumenten, kwam steeds meer het plaatje naar voren zoals in voorgaande geschetst. Begin 2010 hebben we ons als Ecologische Werkgroep Weert Zuid gepresenteerd. Helaas hebben deze ontwikkeling toch voor een gedeeltelijk uiteenvallen van onze groep gezorgd. Sommigen hebben gekozen voor een naar hun verwachting meer gemakkelijke positie als vrijwilliger bij Vereniging Natuurmonumenten.
In wezen ligt hier echter geen tegenstelling. Zolang de onafhankelijke positie van de Ecologische werkgroep Weert Zuid erkend blijft, kan men in voorkomende gevallen natuurlijk vrijwilligerswerk doen bij Vereniging Natuurmonumenten. De Ecologische Werkgroep zelf heeft voor zichzelf ook deze insteek, zowel naar V.NM als naar andere natuurorganisaties of particulieren.
Inmiddels was in de voorzomer van 2010 Stichting Ark ten tonele verschenen. Al heel snel hadden wij de nodige vraagtekens over hun grootschalige opvattingen over het beheer van de natuur in het Kempenbroek door middel van vrij rondlopende oerosachtige kuddes runderen. Bovendien zagen en zien zij ons inziens de belangrijkheid van de stuifzandachtige gebiedjes als Tungeler Wallen, Stramproyerheide enz. over het hoofd, evenals de grote biodiversiteit van het half natuurlijke cultuurlandschap van onze omgeving.
Om op deze plaats een lang verhaal kort te maken kunnen wij het als volgt samenvatten: als Ecologische Werkgroep Weert Zuid laten wij het beheer van onze mooie natuurgebieden liever over aan schaapskuddes, begeleid door een herder.
En willen we graag in alle rust vrijelijk ons mooie natuurwerk kunnen voortzetten.
 
Frans Smit
30 nov. 2013

Als u contact wilt opnement met Frans Smit kan dat via E-mail:

frans.smit@hetnet.nl

 

Waerbrookskoel
CZW: Centrale Zandwinning
Tungeler Wallen
Voormalige stort Altweerterheide
Sarsven